05 december 2018

Op scholengemeenschap Marianum in Groenlo-Lichtenvoorde konden voorheen tienden van een punt bepalen of een leerling overging. Sinds twee jaar gaat de school heel anders om met ‘bespreekgevallen’. “Op het moment dat leerlingen mindere cijfers halen, wordt hun perspectief doorslaggevend”, vertelt Nicky Konings, conrector bovenbouw havo-vwo.

“De hapering van leerlingen ligt vaak aan het moment of hun leeftijd. Vooral in havo 4 moesten we leerlingen soms een jaar laten overdoen, terwijl zij het niveau wel aankonden. Daar wilden we verandering in brengen”, zegt Konings. Die verandering vond de school in de beoordeling van zulke leerlingen op basis van hun perspectief en hun ontwikkeling gedurende het schooljaar. “Inmiddels hebben we die aanpak schoolbreed ingevoerd. Soms kiezen we er nu dus bewust voor om zo’n leerling toch te laten overgaan.”

Overgaan is een proces

Marianum hanteert, net als veel andere scholen, gewoon een richtlijn op basis van leerprestaties. Die worden nu alleen meer afgewogen tegen het perspectief van de leerling en de indrukken van docenten en mentoren. “Overgaan is hier een proces, geen momentopname”, zegt Konings. “Succesvoorwaarde is dat docenten en mentoren gaandeweg het jaar het beeld van hun leerlingen scherp krijgen. Wat zie je in de klas gebeuren, wat leveren gesprekken met leerlingen en ouders op? Met het antwoord op zulke vragen kunnen docenten goed inschatten wat haalbaar is voor een leerling.” Leerlingen zelf hebben hierin ook hun zegje. Sommigen kiezen ervoor het jaar over te doen, terwijl zij wel over mogen. “Dat past bij onze onderwijsvisie. We willen onze leerlingen leren hun ontwikkeling zelfbewuster te plannen en sturen.”

Beoordelen slagingskans

Hoe complex is het om, los van harde normen, de slagingskansen van leerlingen te beoordelen? Konings: “Dat is goed te doen. Vergeet niet dat leerlingen in 4-havo of 5-vwo al jaren succesvol onderweg zijn op hun niveau. Het is zeker niet zo dat wij iedereen maar over laten gaan. We kunnen nog steeds concluderen dat het verstandiger is om het jaar over te doen.” Dat heeft tot nu toe gelukkig geen welles-nietes-discussies met ouders opgeleverd. “Zulke discussies ontstaan vooral als je na een jaar radiostilte opeens met een verrassing komt. Daarom moet het contact binnen de pedagogische driehoek school-ouders-leerling goed op orde zijn.”

Overgaan is hier een proces, geen momentopname

Mentor als middelpunt

In de nieuwe aanpak speelt het mentoraat een grote rol, vertelt Konings. “Door regelmatig met leerlingen en hun ouders te spreken over wat leerlingen kunnen, willen en moeten, kan juist de mentor een goed beeld krijgen van hun achtergrond.” Dat is makkelijker gezegd, dan gedaan, beaamt Konings. “De ene mentor kan dat gesprek al beter voeren dan de andere. We geven docenten daarom de ruimte om zich als mentor te ontwikkelen. We hebben onder meer een werkgroep waarin de invulling van het mentoraat centraal staat.”

Vijf keer winst

De nieuwe aanpak betekent ook iets voor de houding en betrokkenheid van ouders. “Traditioneel richten ouders zich vooral naar de school als het gaat om de beoordeling van een leerling - ‘Die zal het wel weten’. Maar ons doel is dat ouders in deze nieuwe aanpak echt een volwaardige gesprekspartner zijn. Dat is voor iedereen nog wennen.” Zelf heeft Konings aan ouders van examenleerlingen wel uitgelegd hoe een hoger doorstroomcijfer het risico geeft van een lager slagingspercentage. “Als je flink selecteert, houdt je alleen de beste leerlingen over. Maar wij kiezen er in dat dilemma toch voor om meer leerlingen een kans te geven. Vijf van de tien leerlingen die ondanks mindere cijfers over mochten, zijn nu in één keer geslaagd. Dat is gewoon vijf keer winst.”

Meer informatie
n.konings@marianum.nl