06 december 2018

Op 29 november 2018 vindt in Paushuize in Utrecht de slotbijeenkomst van de pilot ‘Recht op Maatwerk’ plaats. Ruim 50 vertegenwoordigers van de 30 scholen die aan de pilot hebben deelgenomen kijken terug op wat die heeft opgeleverd en zijn unaniem in hun slotconclusie: dit moet een vervolg krijgen.

Oud-docent Joep Stassen is de flexibele facilitator van de dag. Aan de hand van een startdia met vier foto’s van verschillende diersoorten weet hij de zaal meteen bij de les te krijgen. “Waar lijk je het meest op na het volgen van deze pilot?”, vraagt hij en hij zorgt ervoor dat alle soorten aan bod komen: de jonge ooievaartjes (‘Onze snavels staan ook dezelfde kant op’); de twee tortelduiven (‘De pilot heeft voor veel verbinding gezorgd’); de jonge uiltjes (‘We gaan wijs de wereld in’); en de brulaapjes (‘We moeten brutaal durven zijn’).

Onderzoeksresultaten

Marga de Weerd van onderzoeksbureau Regioplan mag een wat meer wetenschappelijk onderbouwde evaluatie van de pilot ten beste geven. Heeft de pilot geholpen? Ja, op veel scholen is er nu een duidelijke focus op maatwerk gekomen. Leerlingen vragen er nu eerder en makkelijker om; mentoren lopen er hard voor, maar bij docenten landt het concept wat langzamer. Administratief gezien is het overigens een ramp: systemen als BRON of Magister zijn totaal niet voor maatwerk toegerust. Nog een belangrijke constatering: maatwerk vraagt om loslaten. En het blijkt moeilijk te zijn voor docenten om leerlingen daadwerkelijk eigenaar van hun eigen leerproces te laten worden.

In de gewelven van Paushuize staan schildersezels opgesteld die plaats bieden aan grote posters waarop de deelnemende scholen hun maatwerkplannen ontvouwen. De ene helft van de scholen presenteert, de andere helft loopt langs en kan vragen stellen aan de presenterende scholen. Dit is de eerste postersessie; later op de middag volgt een tweede waarin de rollen zijn omgedraaid.

Op veel scholen is er nu een duidelijke focus op maatwerk

Vier panelleden, vier stellingen

Vier panelleden gaan vervolgens onder leiding van Stassen met elkaar en de zaal in gesprek over vier stellingen. De gasten zijn Rieuwert Lekkerkerker van het LAKS, Jorrit Blaas van OCW, Anne Bergsma van de Inspectie en peerbegeleider Iedje Heere. De stellingen zijn stellig:

Elke leerling heeft het recht om een vak op hoger niveau te volgen
Tsja, recht, recht… is dat nou wel het juiste woord? De zaal is daar verdeeld over, en ook de panelleden zijn genuanceerd. Lekkerkerker vindt dat het breder getrokken moet worden. Blaas voorziet veel rechtszaken, Bergsma wil het niet zo scherp aanzetten: maatwerk hoeft daardoor helemaal niet in de knel te komen. Heere valt over het woord ‘hoger’: waarom niet ‘eigen’ niveau? Dat eeuwige gelabel van ons toch ook altijd!

Recht op maatwerk betekent dat onderwijs-op-maat vraaggestuurd ingericht wordt
Dat hangt maar helemaal af van de visie van de school, vindt Heere. ‘Overleggestuurd’ is een betere term. En met een beetje aanbodsturing hoeft ook niets mis te zijn, om de vraag uit te lokken bijvoorbeeld. Lekkerkerker beaamt dat je de leerling best mag uitnodigen, maar dan wel in normale bewoordingen graag, en niet in onderwijsjargon.

Elke maatwerkleerling moet een eigen maatwerk-PTA hebben
“We douwen ze die PTA’s door de strot, en die persoonlijke PTA’s kennen veel overlap, dubbel werk.” Uit de zaal komt dan ook een krachtig geluid: “Tegen!” Maar ja, het is een wettelijke verplichting die ook rechtszekerheid biedt, zegt Bergsma fijntjes. En het vervolgonderwijs moet weten wat voor vlees ze in de kuip krijgen.

Op termijn biedt het diploma met vakken op hoger niveau meer mogelijkheden voor leerlingen in het vervolgonderwijs
Daarover is men het wel eens, hier kan zoiets als het Plusdocument goede diensten bewijzen. We moeten sowieso toe naar een gedifferentieerde uitstroom die recht doet aan talenten.

Afsluiting

Na de tweede postersessie wordt de bijeenkomst inhoudelijk afgesloten door een vraaggesprek tussen Stassen en VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller. Die constateert dat het thema maatwerk nu in heel Nederland leeft, er is geen school meer die er niet over spreekt. Rosenmöller is dan ook blij met het werk van de pilotgroep. Maar er is nog een lange weg te gaan. Scholen moeten hun roosters en lessen aanpassen en de overgang naar het vervolgonderwijs blijft een lastige schakel in de keten.

Maar dit tij is niet meer te keren; zelfs OCW is ‘mee’! De VO-raad wil de voortgang koppelen aan twee agendapunten: minder lestijd en meer ontwikkeltijd voor docenten; en een andere vorm van examinering.

Het slotwoord is aan Helène van Oostrom, die namens de VO-raad de deelnemende scholen bedankt voor hun lef en energie. En ze heeft goed nieuws: de pilot krijgt inderdaad een vervolg. Alle 30 voorloperscholen worden van harte uitgenodigd om door te gaan op hun elan en als ambassadeurs van maatwerk mee te doen aan dit vervolg. Een verzoek dat uiteraard niet aan dovemansoren is gericht.