Behoefte aan verdere concretisering burgerschapsopdracht
Voor scholen is het over het algemeen helder wat de wettelijke burgerschapsopdracht inhoudt en beoogt en de wet geeft richting bij het bepalen van leerdoelen en leerlijnen. Tegelijkertijd bestaat er onder scholen nog onduidelijkheid over wanneer zij precies aan de wet voldoen en hoe je dit kunt meten, alsook over de beoordelingscriteria van de Onderwijsinspectie. De wet functioneert daarmee nog minder als eindpunt en meer als vertrekpunt voor verdere versterking en verankering van de burgerschapsopdracht in het funderend onderwijs. Dit komt naar voren in de evaluatie van de in 2021 verduidelijkte burgerschapsopdracht, die op 17 februari jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Voor de VO-raad zit er een aantal belangrijke aandachtspunten in deze evaluatie, waar we verder over in gesprek willen met het ministerie, de inspectie en de scholen en waar we gezamenlijk verder aan willen werken:
- Veel bevraagde scholen geven aan niet goed te weten wanneer zij in voldoende mate aan de wettelijke burgerschapsopdracht voldoen; dit moet duidelijker worden gemaakt. De VO-raad verwacht dat de nieuwe conceptkerndoelen burgerschap hier een belangrijke rol bij kunnen spelen.
- De behoefte aan praktische, valide instrumenten voor monitoring is groot. Dit is iets om binnen de sector gezamenlijk op te pakken. Op dit moment monitoren veel scholen de opbrengsten van hun burgerschapsonderwijs nog beperkt, vooral omdat ze nog zoekende zijn hoe abstracte zaken zoals houding, respect of participatie meetbaar gemaakt kunnen worden. Scholen voelen verder ongemak om leerlingen individueel te beoordelen op aspecten van burgerschap. Ook zoeken ze naar een balans tussen het aantonen van resultaten en het voorkomen van een cijfermatige afvinkcultuur. In de optiek van de VO-raad is het interessant om te verkennen of andere vormen van monitoring - bijvoorbeeld op basis van eigen ambities op groeps- en schoolniveau – in een behoefte voorzien.
- Er is behoefte aan meer duidelijkheid over de door de Onderwijsinspectie gehanteerde beoordelingscriteria. Scholen geven daarnaast aan dat er een spanningsveld is tussen de relatief open formulering van de wet en de concretere interpretatie in het toezicht. Veel scholen hebben de afgelopen jaren van de inspectie een herstelopdracht Burgerschap gekregen en worstelen met de vraag hoe en wanneer zij wel aan de criteria voldoen. Ook ervaren zij een sterke nadruk op formele vastlegging en aantoonbaarheid op papier, waardoor het risico van een ‘papieren werkelijkheid’ ontstaat. De VO-raad wil hier nader met de inspectie en scholen over in gesprek gaan.
- Scholen willen graag meer betrouwbare, praktische ondersteuning krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van voorbeeldleerlijnen en richtlijnen voor monitoring en professionalisering. Tegelijkertijd hechten zij - met name op scholen die al verder zijn in het implementatieproces - aan de ruimte die de wet biedt en vrezen zij dat verdere detaillering deze ruimte kan beperken. Dit vraagt om een gedifferentieerde benadering van ondersteuning. De ondersteuning op het vlak van burgerschapsonderwijs zal de komende jaren verder vormgegeven worden via het Expertisepunt Burgerschap. Zo werkt het Expertisepunt momenteel onder meer aan een (tweede) brochure ‘IJkpunten burgerschap'.
Voor de zomer volgt een nadere inhoudelijke reactie vanuit het kabinet op de wetsevaluatie.
Zie ook:
Inspectie roept op tot aandacht voor onbenut talent in samenleving
“Kansen van jong tot oud worden op dit moment onvoldoende benut. Om het talent van leerlingen en studenten tot bloei te laten komen, is het van groot belang dat zij…

Expertisepunt Burgerschap

Conferentie ‘Focus op Burgerschap: samen leren samenleven'
Hoe geef je invulling aan burgerschapsonderwijs in een tijd waarin het met elkaar samenleven onder spanning staat? Tijdens Focus op Burgerschap ontdek je het antwoord op deze vraag. Ben jij…

