In diverse media: 'Groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs onacceptabel'

14 april 2016

“De groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs is onacceptabel.” Dat stelde VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller in diverse media, in zijn reactie op het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’.

De kansenongelijkheid in het onderwijs loopt op, concludeert de Onderwijsinspectie in De Staat van het Onderwijs. Deze groeiende ongelijkheid in kansen is onacceptabel, aldus Rosenmöller, en in strijd met de fundamentele uitgangspunten van het Nederlandse onderwijs als publiek goed. “Het met publiek geld gefinancierde onderwijs heeft de dure plicht om alle kinderen gelijke kansen te bieden. Dat is ongetwijfeld ook het streven van iedereen die in het onderwijs werkt, maar de praktijk blijkt toch weerbarstig.”

Volgens de VO-raad is er een debat nodig, in het onderwijs en in de samenleving. Gemengde schooladviezen, bredere en langere brugperiodes en meer maatwerk zouden kunnen voorkomen dat kinderen al op jonge leeftijd in een fuik belanden waar zij niet meer uitkomen. “Het onderwijs moet doen wat het kan om daadwerkelijk gelijke kansen te bieden. Maar het onderwijs kan het niet alleen”, aldus Rosenmöller. “Ouders kiezen bijvoorbeeld steeds vaker voor smalle scholen. Het onderwijs speelt begrijpelijkerwijs op deze behoefte in. Maar de keerzijde hiervan is dat de segregatie in het onderwijs én in de samenleving toeneemt. Dit roept een maatschappelijk debat op over de vraag hoeveel ruimte het vrije spel van vraag en aanbod moet krijgen.”

De VO-raad pleit er ook voor om de overgang tussen basisschool en middelbare school nog eens goed onder de loep te nemen. Sinds vorig jaar is het advies van de school belangrijker dan de score op de eindtoets. “Uit onderzoek weten we echter dat ongeveer de helft van de basisscholen druk van ouders ervaart bij het opstellen van het schooladvies”, aldus Rosenmöller. “Dit draagt het risico in zich dat de sociale ongelijkheid en tweedeling in de samenleving groter wordt. Dat moeten we koste wat kost voorkomen.” De VO-raad hamert erop dat dit aspect nadrukkelijk wordt meegenomen in de evaluatie van de nieuwe regelgeving. Samen met de PO-Raad gaat de VO-raad bekijken welke oplossingen hiervoor te vinden zijn.

Zie ook: