Inspectieonderzoek: motivatie en welbevinden van leerlingen baart scholen zorgen

14 oktober 2021

Bestuurders, schoolleiders en docenten maken zich vooral zorgen over het effect van de coronacrisis op de motivatie, het welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Ook over leerachterstanden zijn er zorgen, maar deze zijn minder dan aan het begin van de pandemie verwacht werd. Dit blijkt uit een onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de gevolgen van 16 maanden corona (maart 2020 – juli 2021) voor het onderwijs.

In dit onderzoek werd gekeken naar de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen en studenten wat betreft kwalificatie, allocatie, socialisatie en persoonsvorming. 

De zorgen betreffen leerlingen in alle leerjaren, maar de gevolgen voor oudere leerlingen en studenten zijn groter dan voor jonge leerlingen, zo wordt geconcludeerd. Dit komt mede doordat zij veel langer les op afstand kregen. Ook zijn sommige groepen leerlingen harder geraakt door corona; zo hebben schoolleiders de meeste zorgen over leerlingen met een problematische thuissituatie.

Leerlingenenquête

Een enquête die de inspectie onder leerlingen heeft uitgezet, bevestigt het genoemde beeld. Een meerderheid van de geënquêteerde leerlingen gaf aan minder zin in leren te hebben, minder zijn best te doen en minder gemotiveerd te zijn om huiswerk te maken. Bijna de helft van de leerlingen maakte zich zorgen over de opgelopen achterstanden. Een kwart van alle leerlingen was bang dat ze de opgelopen achterstanden niet meer konden inhalen. Leerlingen maakten zich bijvoorbeeld zorgen over het halen van examens of over de kans om op een hoger niveau te komen.

Werkdruk én verhoogde betrokkenheid bij onderwijspersoneel 

De extra inzet, snel wisselende omstandigheden en onzekerheid hebben een zware wissel getrokken op het personeel. Zowel besturen, schoolleiders als leraren gaven aan dat de werkdruk vorig schooljaar een grote zorg is geweest. Er is sprake van stressverschijnselen en afname van het welbevinden onder het onderwijspersoneel (schoolleiders, leraren en ondersteunend personeel). Tegelijkertijd zien besturen ook een verhoogde betrokkenheid bij het onderwijspersoneel. Zij signaleren maar in beperkte mate dat sprake is van minder functioneren of ontevredenheid. Sommige besturen constateren dat de uitval onder het personeel zelfs lager is dan normaal.

Nationaal Programma Onderwijs

Uit het inspectieonderzoek komen geen verrassende dingen naar voren, maar het onderstreept wel het belang om verder in te zetten op met name het bevorderen van het welzijn, de motivatie en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen en ook te kijken naar het welbevinden van onderwijspersoneel. In het onderzoek is in kaart gebracht wat besturen en scholen tijdens de crisis hebben gedaan om de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen weg te werken. In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs wordt hier momenteel verder aan gewerkt. Voor ondersteuning en inspiratie bij het organiseren van activiteiten op dit vlak, kunnen scholen terecht op de themapagina NPO van de VO-raad en de website van het NPO.

Welke leeropbrengsten behouden?

In het onderzoek is ook meegenomen welke leeropbrengsten van de coronacrisis de sector wil behouden naar de toekomst toe. Zo wordt er gepleit voor het behoud van kleinere klassen en voor intensievere persoonlijke begeleiding. Ook wordt het verbeterde contact met ouders genoemd. En wordt gekeken naar de inzet van digitale middelen, die in sommige gevallen tijdswinst op kunnen leveren, zoals voor teamvergaderingen. Een deel van de besturen ziet de coronaperiode als een springplank naar meer flexibiliteit en maatwerk in het onderwijs, bijvoorbeeld qua onderwijstijd en opleidingsvorm. De VO-raad voert hierover het gesprek in de vereniging.