Kabinet: investeren in krachtige schoolleiders voor sterk onderwijs

21 november 2018

Schoolleiders spelen een belangrijke rol in het tot stand brengen van goed onderwijs. Het kabinet wil daarom investeren in de rol, professionaliteit en positie van de schoolleider. Dat schrijft het kabinet in zijn reactie op een eerder dit jaar verschenen rapport van de Onderwijsraad over de versterking van schoolleiderschap. De VO-raad onderschrijft de koers van het kabinet: een investering in schoolleiderschap is noodzakelijk en doet recht aan het belang van het vak schoolleider.

In de deze week aan de Tweede Kamer verstuurde beleidsreactie gaat het kabinet in op het Onderwijsraad-advies ‘Een sterke rol voor schoolleiders’ (april 2018). Mede naar aanleiding van de conclusies van de Onderwijsraad, namelijk dat verdere professionalisering van schoolleiders noodzakelijk is, geeft het kabinet aan te investeren in ‘gekwalificeerde schoolleiders met voldoende positie’. De ministers Slob en Van Engelshoven werken deze ambitie uit in drie lijnen: er zijn (1) voldoende schoolleiders die (2) gekwalificeerd zijn en blijven voor hun belangrijke taak en (3) voldoende in positie zijn om die taak ook te kunnen uitvoeren.

Erkenning belang schoolleider

Eerder dit jaar heeft de VO-raad al positief gereageerd op het advies van de Onderwijsraad om het vak van schoolleider krachtig(er) te positioneren. Dat is geen geringe opgave: er moet continu geïnvesteerd worden om het vak aantrekkelijk te houden en voldoende goede mensen te vinden om leiding te geven aan de talrijke ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs.

De VO-raad onderschrijft de ambities van de ministers, waarmee het belang van schoolleiders ook op kabinetsniveau wordt (h)erkend. De VO-raad vindt het nodig dat de overheid maatregelen neemt. De nu door het kabinet geformuleerde ambities sluiten goed aan bij de Schoolleidersagenda die de VO-raad in 2017 publiceerde in samenwerking met het Schoolleidersregister VO en het Netwerk van Schoolleiders: een krachtiger inzet op de strategische rol van de schoolleiders en aandacht voor zowel de kwantitatieve (voldoende aanwas) als kwalitatieve aspecten van het beroep (professionele ontwikkeling en positionering).

De VO-raad vindt het verstandig dat de ministers op diverse punten niet of slechts gedeeltelijk meegaan in het advies van de Onderwijsraad. De VO-raad blijft beducht voor een (te) instrumentele aanpak van de professionele ontwikkeling van schoolleiders. De ministers geven in de brief aan vooralsnog niet te kiezen voor een sectoronafhankelijke beroepsstandaard voor schoolleiders. Ook zal niet worden overgegaan tot een verplicht c.q. door de overheid opgelegd schoolleidersregister. Daarnaast wordt het veld ‘gewenningstijd’ gegund om de werking van het bestuursgericht toezicht en de rol van schoolleiders als gesprekspartner daarbinnen te beproeven.

Besturen en schoolleiders aan zet

De VO-raad gaat de komende tijd met bij de schoolleider betrokken partners in gesprek over de uitwerking van de beleidsvoornemens. Naast de overheid, de sector- en beroepsorganisaties zijn ook schoolbesturen en schoolleiders zelf aan zet om de professionele ontwikkeling en positionering van schoolleiders te verbeteren. Schoolbesturen hebben een belangrijke rol in het stimuleren van de professionele ontwikkeling van schoolleiders, bijvoorbeeld via hun strategisch personeelsbeleid. In de Schoolleidersagenda heeft de VO-raad besturen opgeroepen om blijvend te investeren in de structurele professionele ontwikkeling van schoolleiders, goede randvoorwaarden te creëren voor een gerichte ontwikkeling van specifiek team- en afdelingsleiders en kritisch te kijken naar de rol en positie van het middenmanagement binnen de structuur van de school.

Onder meer via het programma VO-academie en het project Stap 2 faciliteert de VO-raad deze beweging, evenals via de onlangs door de VO-raad en andere partners georganiseerde Nationale Schoolleiders Top. Een recent verschenen studie door Oberon naar de professionalisering en positionering van team- en afdelingsleiders in het vo biedt besturen, scholen en schoolleiders diverse aanknopingspunten om vorm en inhoud te geven aan deze ambities. Annemart Wieland (Universiteit Utrecht) onderzocht daarnaast als afstudeerder bij de VO-raad hoe middenmanagers in staat gesteld kunnen worden een effectieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeldoelen van een school. Zij presenteerde onlangs haar scriptie.