Kamer verdeeld over hoe de kansengelijkheid te versterken
De Tweede Kamer is verdeeld over de vraag hoe tot meer gelijke onderwijskansen voor leerlingen te komen. Over het belang van investeren in goed onderwijs bestaat overeenstemming, maar de visies over wat verder nodig is en wat de rol moet zijn van de overheid, scholen en ouders, lopen sterk uiteen. Dat bleek tijdens het commissiedebat Onderwijskansen op 3 juni jl. Dit debat leverde geen concrete nieuwe beleidsmaatregelen op; wel volgt nog een tweeminutendebat waar moties kunnen worden ingediend en werd een aantal toezeggingen gedaan.
Een belangrijk spanningsveld liep tussen 'het bieden van gelijke kansen' en het belang van eigen verantwoordelijkheid. Waar onder meer GroenLinks-PvdA (PRO), D66 en SP benadrukten dat kansenongelijkheid in sterke mate samenhangt met de (kwaliteits)verschillen tussen scholen en de toegang tot bijvoorbeeld extracurriculair aanbod, legde onder meer de VVD meer nadruk op individuele inzet, ‘kansen pakken’ en de rol van ouders. Daarmee raakte het debat ook de rol van de overheid en de mate waarin scholen verantwoordelijk zijn voor maatschappelijke vraagstukken, naast hun kerntaak. Vooral de linkerflank van de Kamer pleitte daarnaast voor meer maatregelen. GroenLinks-PvdA (PRO) wil bijvoorbeeld nader kijken naar verschillen in beloning voor leraren op scholen met verschillende leerlingpopulaties, om te bevorderen dat goede docenten terechtkomen op plekken waar zij het hardst nodig zijn.
Ook werd gesproken over schoolkosten, de vrijwillige ouderbijdrage en de groei van aanvullend onderwijs, zoals bijles. Verschillende fracties wezen erop dat de financiële draagkracht van ouders van invloed is op schoolloopbanen. De staatssecretaris stelde hierop zich terughoudend op te willen stellen bij door de ouderbijdrage bekostigde extracurriculaire activiteiten, omdat deze buiten de kern van het onderwijs vallen. Tegelijkertijd onderkende zij het belang van programma’s zoals School en Omgeving en schoolmaaltijden, al gaf zij aan daarin keuzes te moeten maken binnen beschikbare middelen.
Opvallend was dat enkele onderwerpen die de afgelopen jaren prominent op de agenda stonden, zoals latere selectie en brede brugklassen, in dit debat minder aandacht kregen. De staatssecretaris gaf aan dat de subsidieregeling voor brede brugklassen nog wordt uitgewerkt en dat hierover na de zomer meer duidelijkheid volgt. Ook volgt er nog een brief over de toekomst van de doorstroomtoets voor de zomer.
Het debat resulteerde in diverse toezeggingen. Zo wordt voor de zomer een brief verwacht over basisvaardigheden en de implementatie van nieuwe kerndoelen. Na de zomer volgt onder meer nadere informatie over brede brugklassen.
Er volgt nog een tweeminutendebat waar Kamerleden moties kunnen indienen. Zodra meer bekend is over de (aangenomen) moties en wat deze betekenen voor het kabinetsbeleid rond kansengelijkheid en voor scholen, zullen we hierover berichten.
Brief VO-raad
Voorafgaand aan dit debat stuurde de VO-raad de volgende brief aan de Tweede Kamer:
Ankie Hermans
Senior beleidsadviseur kansengelijkheid, onderwijs aan nieuwkomers, overgang po-vo
ankiehermans@vo-raad.nl
