Kamer wil wet sociale veiligheid verbreden naar leraren

06 februari 2020

De Tweede Kamer wil de wet ‘Sociale veiligheid op scholen’ verbreden naar leraren en onderwijsondersteunend personeel. Een motie waarin de regering hiertoe wordt opgeroepen, werd op 4 februari aangenomen in de Tweede Kamer. Daarnaast stemde de Kamer in met een aantal andere moties, die waren ingediend tijdens het debat over sociale veiligheid op 22 januari jl.

Tijdens dit debat, alsook diverse malen daarvoor, uitten Kamerleden hun zorgen over de sociale veiligheid van onderwijspersoneel. Uit diverse onderzoeken blijkt dat een ruime meerderheid van de leraren in het vo zich veilig voelt op school, maar dat dit veiligheidsgevoel wel afneemt. De Kamerleden willen dat er meer aandacht komt voor sociale veiligheid van leraren en onderwijsondersteuners en dat scholen dit beter borgen. Het opnemen van het onderwijspersoneel in de wet 'Sociale veiligheid op scholen’ moet dit garanderen. Scholen worden hiermee wettelijk verplicht om sociaal veiligheidsbeleid gericht op leraren te voeren. Wat dit concreet van scholen gaat vragen is nog onduidelijk. Om deze motie te kunnen realiseren, is naar verwachting een wetstraject nodig. Zodra meer bekend is over de inhoud en het proces van de wetswijziging, zal de VO-raad hier nader over informeren.

Specifiek was er ook aandacht voor de rol van vertrouwenspersonen (als aanspreekpunt voor onderwijspersoneel). Deze vertrouwenspersonen vervullen vaak meerdere functies binnen de school, wat ertoe kan leiden dat hij of zij in een hiërarchische (afhankelijkheids)relatie met een medewerker kan komen. In een motie werd de regering verzocht met instellingen en vertegenwoordigers in gesprek te gaan over versterking van de onafhankelijkheid van vertrouwenspersonen, en de Kamer hierover te informeren. De Kamer heeft ook deze motie aangenomen.

Groei geweldsincidenten op scholen en wapenbezit jongeren

Een belangrijk thema in het debat was daarnaast het groeiende aantal geweldsincidenten op scholen en toenemende wapenbezit van jongeren (ook binnen de school). Als oplossingen werden onder andere meer toezicht op scholen, bijvoorbeeld via kluisjescontrole en fouilleren, en ‘schoolcops’ genoemd.

Wat betreft het toenemende wapenbezit verwees minister Slob in een reactie naar Stichting School en Veiligheid; scholen kunnen hier terecht voor kosteloze ondersteuning. Ook benadrukte Slob dat het terugdringen van dit wapenbezit en andere illegale middelen door scholieren niet alleen een taak en verantwoordelijkheid is van het onderwijs, maar ook van landelijke en lokale veiligheidsinstanties.

In het kader van bovenstaande werden ook zorgen geuit over bestaande aangifteverlegenheid bij leerlingen, personeelsleden en scholen na een strafbaar incident binnen de school, en onduidelijkheid of het slachtoffer zelf of de school deze aangifte zou moeten doen. Om dit tegen te gaan, diende de PVV een motie in waarin ‘de regering wordt verzocht om bij onderwijsinstellingen onder de aandacht te brengen om bij incidenten waarbij geweld, wapens en drugs betrokken zijn, altijd aangifte te doen en de rol van aangever van het slachtoffer over te nemen, met dien verstande dat het slachtoffer zelf het laatste woord heeft over wel of niet aangifte doen’. Ook voor deze motie was er een Kamermeerderheid.

De VO-raad vindt het belangrijk dat scholen afspraken maken over wat te doen bij incidenten en wanneer er wel of geen aangifte gedaan wordt.

Ronseling

Ook als het gaat om het ronselen van jongeren door drugscriminelen, lijkt sprake te zijn van een toename. De Kamer toonde zich ook hierover bezorgd. Eerder nam de Kamer een motie aan waarin de regering wordt verzocht tot heldere protocollen te komen met als doel het ronselen van jongeren op scholen door drugscriminelen aan te pakken. Aanvullend is nu een motie ingediend en aangenomen die de regering vraagt weerbaarheidslessen als het gaat om drugs en ondermijning, onderdeel te laten zijn van de strategie om het ronselen van jongeren te voorkomen.

Pesten en lhbti-jongeren

Andere onderwerpen die tijdens het debat tenslotte aan bod kwamen waren pesten en lhbti. De Kamer benadrukte dat blijvende aandacht nodig is voor de kwetsbare groep van lhbti-jongeren. Minister Slob wil hiertoe de trainingen en conferenties van Stichting School en Veiligheid beter onder de aandacht brengen bij scholen (met name over seksuele diversiteit/lhbti). In een volgende Kamerbrief koppelt hij terug wat op dit vlak gebeurd en bereikt is.

Wat betreft pesten uitten een aantal Kamerleden hun twijfels over of de huidige aanpak in het onderwijs werkt. Slob benoemde dat hij positief te spreken is over de pestaanpak in het onderwijs en ook een intensivering ziet op dit vlak. Ook onderstreepte hij dat Nederland internationaal gezien goed (steeds beter) scoort als het gaat om het welbevinden van leerlingen. Volgens de minister ‘zijn we op de goede weg, maar moeten we hier aan blijven werken.’ Hij zei nader te zullen overleggen met de PO-Raad en VO-raad over de pestprotocollen- en aanpak, en koppelt hierover ook terug aan de Kamer.