Kamerbrief over onderwijsarbeidsmarkt voorspelt hoger lerarentekort

16 december 2021

Er blijft sprake van een groot tekort aan eerste- en tweedegraads leraren in het voortgezet onderwijs; van 37% van de vacatures in het vo wordt door scholen aangegeven dat deze heel moeilijk vervulbaar zijn. En deze tekorten nemen - in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt - naar verwachting de komende jaren nog verder toe. Dit schrijven de demissionaire ministers van OCW in de jaarlijkse Kamerbrief over leraren en de onderwijsarbeidsmarkt en de bijbehorende trendrapportage. De VO-raad vindt deze ontwikkeling zeer zorgelijk.

De cijfers 

Als we vijf jaar vooruit kijken, zien we in 2026 een voorspeld tekort van bijna 2600 fte in het vo, zo blijkt uit de Kamerbrief. Dit tekort is hoger dan eerder voorspeld, omdat hier onbevoegd gegeven lessen ook als lerarentekort worden meegenomen. Een nieuw inzicht is dat het tekort naar verwachting na 2026 stabiliseert.  

De tekortvakken in de ramingen komen overeen met eerdere analyses. In 2026 is het tekort voor de vakken Nederlands, Duits, Frans, informatica, natuurkunde, scheikunde, wiskunde en klassieke talen hoger dan 5% van de werkgelegenheid van het vak. 

Onbevoegd 

Het percentage onbevoegd gegeven lessen is net als de laatste jaren weer iets gedaald en ligt voor het vo nu op 3,7% van de lessen. Zoals ook eerder te zien was, ligt dit aantal in het vmbo wat hoger en voor havo en vwo lager dan het gemiddelde. Het merendeel van de onbevoegd gegeven lessen wordt gegeven door iemand die wel een lesbevoegdheid heeft, maar dan in een ander vak, een andere graad of een andere onderwijssoort.  

Instroom  

De totale instroom in de tweedegraads lerarenopleidingen is de laatste jaren teruggelopen, maar is het afgelopen jaar weer gestegen. Als we kijken naar specifieke vakken, dan wordt duidelijk dat vooral wiskunde en Nederlands met een dalende instroom aan de lerarenopleiding worden geconfronteerd, net als economie en Frans.  

Een opvallend lichtpuntje is dat in het vo fors meer aanvragen voor de zijinstroomsubsidie zijn ingediend en toegekend, namelijk 330. Dit is een stijging van 40% ten opzichte van een jaar eerder. Zij-instromers geven veelal les in een van de tekortvakken en werken vaker in de grote steden.  

Contracten  

Van de leraren in het vo heeft 81% een vast contract. Nieuwe leraren krijgen vaak eerst een tijdelijk contract, maar in de meeste gevallen worden deze afgesloten met uitzicht op vast werk.  

Ook is er afgelopen jaar door middel van een pilot meer inzicht vergaard in het aandeel van het onderwijsgevend personeel dat niet in loondienst is bij een schoolbestuur. In het vo is 3,8% van het personeel niet in loondienst (PNIL), waarvan 54% onderwijsgevend personeel. Als deze gegevens worden gecombineerd met gegevens uit de jaarverslagen van scholen, wordt geschat dat ongeveer 0,9% van het totale personeelsbudget wordt besteed aan leraren via uitzend- en detacheringsbureaus. 

 

Duurzame aanpak onderwijsarbeidsmarkt

In de Kamerbrief wordt ook een update gegeven van de gesprekken op landelijk niveau over een duurzame aanpak van de arbeidsmarktproblematiek in het onderwijs en specifiek het lerarentekort. De VO-raad pleit al langer voor duurzame oplossingsrichtingen, bijvoorbeeld in het actieplan 'Duurzaam werken in het onderwijs'. De zorgelijke voorspellingen uit de Kamerbrief onderstrepen voor de raad opnieuw de enorme urgentie hiervan. 

De VO-raad wil op stelselniveau structurele en duurzame verbeteringen bewerkstelligen om voor de toekomst voldoende goede leraren te kunnen garanderen. De uitbereiding van Samen Opleiden, een toekomstbestendig en moderner bevoegdhedenstelsel, meer flexibiliteit in de lerarenopleidingen en ruimere mogelijkheden voor aantrekkelijke loopbaanpaden zijn daar belangrijke aspecten in.