Kwaliteitsborging bestuur: de sector aan zet

26 juni 2017

Binnen de onderwijssectoren zijn diverse (professionaliserings)initiatieven in gang gezet om de kwaliteit van schoolbesturen en het interne toezicht te borgen. Deze initiatieven zullen de komende tijd worden voortgezet en verder worden uitgewerkt. Met name rondom de verantwoording en de kwaliteitszorg moeten nog verdere stappen worden gezet. Dit schrijft demissionair minister Bussemaker in een brief aan de Tweede Kamer over de stand van zaken rondom de kwaliteitsborging van bestuur en intern toezicht.

Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het realiseren van goed onderwijs, alsook voor een goede verantwoording over het gevoerde beleid. De complexiteit van deze opgaven is de afgelopen decennia sterk toegenomen, zo schrijft Bussemaker in haar brief. Om deze opgaven te kunnen realiseren, is verdere versterking van de kwaliteit van het bestuur – alsook de borging van deze kwaliteit – nodig. De VO-raad onderschrijft het belang van goed bestuur, benadrukt dat de sector hierbij zelf aan zet is en zal zich ervoor inzetten om dit proces te faciliteren en stimuleren.

De afgelopen tijd zijn binnen de vo-sector veel initiatieven genomen om de kwaliteit van schoolbesturen verder te verhogen. De minister wijst hierbij onder meer op de aandacht voor het versterken van de interne ‘checks and balances’ (intern toezicht en medezeggenschapsraad). Daarnaast heeft de sector in de Code Goed Onderwijsbestuur zelf afspraken gemaakt over de normen voor goed bestuur. In deze code is onder meer als lidmaatschapseis vastgelegd dat ‘het bestuur jaarlijks het eigen functioneren evalueert, de conclusies en afspraken schriftelijk vastlegt en hiervan verslag doet in het jaarverslag’. Deze evaluatie is de basis voor verdere professionalisering.

Professionalisering

Ook wat betreft deze professionalisering heeft de vo-sector – ondersteund door de VO-raad – een aantal initiatieven genomen. Bussemaker verwijst in dit kader onder meer naar de pilots met bestuurlijke collegiale visitaties en het professionaliseringsaanbod voor bestuurders van de VO-academie. Daarnaast werken de VO-raad en de Onderwijsbestuurdersvereniging VO aan een professionaliseringskader voor bestuurders, geïnspireerd door de ontwikkelingen in de zorg. In dit kader worden de verschillende aandachtsgebieden geformuleerd voor de professionalisering van bestuurders. Op basis daarvan wordt toegewerkt naar een voorstel hoe bestuurders in het vo systematisch aan hun beroepskwaliteit kunnen werken.

Verantwoording

Op het gebied van verantwoording gaan de ontwikkelingen de minister nog niet snel genoeg, zo schrijft ze. Zo publiceren nog niet alle scholen hun jaarverslag op hun website, ondanks de afspraken hierover in de Code Goed Onderwijsbestuur. Momenteel wordt daarom een wetsvoorstel voorbereid om dit verplicht te maken. Daarnaast wil Bussemaker meer inzicht krijgen in de besteding van de middelen door scholen en de behaalde resultaten. ‘Om tot verbeteringen te komen onderzoek ik in overleg met de sectorraden hoe meer inhoudelijke eisen aan het bestuursverslag gesteld kunnen worden. Per schoolbestuur kan bijvoorbeeld gevraagd worden om in het bestuursverslag een koppeling te maken met de eigen schoolplannen en toe te lichten hoe de eigen ambities en prestaties zich verhouden tot bepaalde nationale doelstellingen’, zo schrijft ze.

Kwaliteitszorg

Daarnaast is de kwaliteitszorg nog een specifiek aandachtspunt. Zoals recent aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer, verwacht de inspectie dat – onder het vernieuwde toezicht dat op 1 augustus ingaat – bij een fors deel van de besturen in het funderend onderwijs de kwaliteitszorg niet (op alle onderdelen) voldoende zal worden beoordeeld. De minister beraad zich daarom samen met de PO-Raad en de VO-raad op mogelijkheden om deze besturen te ondersteunen bij het verbeteren van hun kwaliteitszorg.