Minister schetst contouren aanpak en financiering Nationaal Programma Onderwijs

24 maart 2021

Op 24 maart 2021 heeft demissionair minister Slob een brief naar alle scholen en besturen gestuurd met meer informatie over het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), het investeringsprogramma om de gevolgen van corona in het onderwijs op te vangen. In de brief schetst Slob wat er tot de zomervakantie wordt verwacht van besturen en scholen en wat zij van het ministerie mogen verwachten. De brief gaat ook in op de financiën, de verantwoording en de monitoring. Ook is een tijdlijn opgenomen.


De spil van het NPO wordt gevormd door schooleigen programma’s die op basis van een eigen analyse van de situatie op de school worden opgesteld. Het schoolprogramma beschrijft onder meer de doelen die de school wil behalen, de gekozen interventies, en de wijze waarop de school de resultaten duurzaam borgt. Dit programma kunnen scholen toevoegen aan het schoolplan. De VO-raad vindt het goed dat de scholen in de lead zijn. Zij weten het beste wat hun leerlingen nodig hebben.

Het NPO is gericht op het komende schooljaar en de jaren daarna, en kent dan ook een ambitieuze planning: eind april wordt van scholen verwacht dat zij in kaart hebben gebracht wat er nodig is op school- en leerlingniveau, en in mei/juni dat zij (met instemming van de MR) interventies kiezen en een schoolprogramma ontwikkelen. Ter ondersteuning bij het ontwikkelen van het schoolprogramma komt het ministerie van OCW met een stappenplan.

Menukaart met interventies

Voor de invulling van de plannen maken scholen gebruik van een ‘menukaart’. Deze menukaart, die in april beschikbaar komt, bevat bewezen of aannemelijk effectieve interventies, op zowel cognitief als sociaal-emotioneel terrein. De VO-raad vindt het belangrijk dat de lijst van interventies waar scholen uit kunnen kiezen, dynamisch is en de ruimte biedt om interventies (tussentijds) toe te voegen. Ook moet de lijst voldoende keuzeruimte bieden aan scholen en recht doen aan de eigenheid van de schoolsoorten in het vo.

Financiële middelen op schoolniveau

In het kader van het NPO is voor het funderend onderwijs (voor de komende 2,5 jaar) 5,8 miljard euro vrijgemaakt, dat op verschillende manieren beschikbaar komt. In de brief geeft het ministerie een indicatie van waar scholen financieel op kunnen rekenen. De VO-raad vindt het belangrijk dat scholen hierover zo snel mogelijk definitief duidelijkheid krijgen, zodat zij daar in de planvorming rekening mee kunnen houden.

Bedrag per leerling

Voor elke leerling in het funderend onderwijs komt voor het schooljaar 2021/2022 een bedrag van ongeveer 700 euro beschikbaar. Dit bedrag wordt nog verhoogd voor scholen met veel leerlingen die een hoger risico hebben op vertragingen. Het ministerie geeft in de brief aan dat uiterlijk in juni meer duidelijkheid komt over het definitieve bedrag per leerling voor de komende twee schooljaren.

Subsidieregelingen

Daarnaast worden er subsidieregelingen en aanvullende bekostigingsregelingen uitgewerkt in het kader van het NPO. Hiervoor is ongeveer 500 miljoen euro gereserveerd. Het gaat dan om het opschalen van de regeling ‘Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s’ en de regeling ‘Extra handen voor de klas’. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige opzet van deze regelingen. Verder wordt een subsidieregeling om brede en verlengde brugklassen te stimuleren, voorbereid. Helaas wordt deze pas verwacht kort na de zomervakantie. Ingegeven door de coronacrisis zien we dat steeds meer scholen brede en verlengde brugklassen opzetten. Gezien het belang hiervan voor de huidige eerstejaars en de leerlingen die dit jaar de overstap maken pleit de VO-raad voor duidelijkheid op korte termijn rondom deze subsidieregeling, zodat nog meer scholen deze mogelijkheid kunnen ontwikkelen. Ook zijn er middelen vrijgemaakt voor extra nieuwkomersbekostiging.

Ondersteuning examenleerlingen

Voor het ondersteunen van examenleerlingen ontvangen scholen dit schooljaar naar verwachting voor minimaal 20 procent van hun examenleerlingen een bedrag van 885 euro. De regeling wordt in april gepubliceerd en het ministerie geeft aan dat besturen en scholen de middelen in juni tegemoet kunnen zien. De VO-raad pleit ervoor om als het kan de middelen eerder al aan scholen te verstrekken, en roept scholen op zoveel als mogelijk te anticiperen op deze regeling, zodat de huidige lichting examenkandidaten hier volop gebruik van kan maken. Via het door de sectorraden gesteunde initiatief studentinzetopschool.nl kunnen scholen een beroep doen op door de lerarenopleiding getrainde studenten, om examenkandidaten bij te spijkeren.

Van schoolbesturen wordt verwacht dat zij jaarlijks via het jaarverslag verantwoording afleggen over het schoolprogramma en de besteding van de middelen.


Impuls voor het onderwijs

De VO-raad ziet in het NPO een erkenning dat het onderwijs meerjarig ondersteund moet worden om de gevolgen van de coronacrisis voor alle leerlingen goed te ondervangen. Het gaat weliswaar om incidenteel geld, maar wel om een forse investering die niet alleen de kans biedt om de gevolgen van deze crisis voor leerlingen op te vangen, maar ook om ontwikkelingen binnen de sector zoals meer maatwerk, uitstel van selectie, en ook professionalisering en versterking van leraren, een impuls te geven. De VO-raad blijft zich vanzelfsprekend hard maken voor de benodigde structurele investeringen in het onderwijs.

Duidelijk is dat het programma een groot beroep doet op het onderwijs in een periode van lerarentekorten en hoge werkdruk. We zullen er daarom alles aan moeten doen om extra menskracht te vinden die leraren kunnen ondersteunen en hen werk uit handen kunnen nemen (denk aan klassenassistenten, trainees, oud-docenten, zij-instroom, leraren in opleiding, maar ook pedagogen en psychologen). Het Nationaal Programma kan daarmee ook een stimulans zijn om mensen de weg te laten vinden naar werken in het onderwijs.

Ondersteuning VO-raad

De VO-raad volgt de verdere uitwerking van het NPO nauwgezet en blijft intensief in contact met de scholen over hun wensen, aandachtspunten en eventuele knelpunten.