Onderwijsraad roept op tot gezamenlijke visie op het onderwijs van de toekomst

21 december 2023

Maak één lange-termijnagenda voor het gehele onderwijsstelsel van primair tot wetenschappelijk onderwijs en hanteer daarbij een perspectief van minstens tien jaar. Dat adviseert de Onderwijsraad in zijn nieuwste briefadvies Toekomstverkenning mbo, ho en wetenschap.

Ontwikkelingen in de samenleving als vergrijzing, migratie, technologische ontwikkelingen en klimaatveranderingen raken zowel het funderend als het vervolgonderwijs. Met één agenda kunnen ontwikkelingen in het onderwijs in samenhang worden benaderd. In de optiek van de Onderwijsraad moeten bij het doordenken van het onderwijs in de toekomst drie wezenlijke functies worden bewaakt en gekoesterd: de functie die het onderwijs heeft in een democratische samenleving, de sociale functie van het onderwijs en de pedagogische functie.

De raad reageert met het briefadvies op het rapport ‘Vandaag is het 2040’ en de beleidsreactie van minister Dijkgraaf op dit rapport.


In de beleidsreactie onderscheidt minister Dijkgraaf drie vraagstukken voor een toekomstgericht stelsel:

  1. Waardering en kansengelijkheid,
  2. Onderwijs en arbeidsmarkt en
  3. Sturing en de rol van de regio.
     

De Onderwijsraad voegt daar zelf het vraagstuk van digitale technologie aan toe. ‘Vanwege de kansen en risico’s van de inzet van digitale technologie moet het onderwijs zich actief bemoeien met de digitalisering van het onderwijs.’ Zo vraagt een thema als kansengelijkheid een aanpak in de gehele onderwijsketen. De overgangen in het stelsel zijn daarin de kwetsbare momenten in de onderwijsloopbaan van jongeren.

De Onderwijsraad benadrukt wederom – in lijn met zijn eerdere advies uit 2021 'Later selecteren, beter differentiëren'  - om het moment van selectie in het voortgezet onderwijs uit te stellen. Ook pleit de raad voor minder schoolsoorten en leerwegen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en is de raad voorstander van het invoeren van beroepsgerichte vakken in alle onderwijssoorten in het voortgezet onderwijs om de waardering voor vakmanschap te versterken. De VO-raad maakt zich samen met de MBO-Raad en de Vereniging Hogescholen al hard voor een sterke beroepsonderwijskolom gericht op een soepele doorstroom van leerlingen en studenten en werkt aan de totstandkoming van een gezamenlijke agenda die in het voorjaar van 2024 wordt gepresenteerd.

Onderwijsraad kritisch op regionale bestuurslaag

De Onderwijsraad onderstreept het belang van regionale samenwerking, maar laat zich kritisch uit over de instelling van regionale ‘boards’ die afspraken maken met de onderwijsinstellingen in de regio en hier de bekostiging voor toekennen. Dit is in de ogen van de raad niet te verenigen met de rol van de Rijksoverheid omdat de stelselverantwoordelijkheid voor de kwaliteit en bekostiging niet gedelegeerd kan worden. Dit vertroebelt de sturingsverhoudingen. De VO-raad is het eens dat de sturingsverhouding volstrekt helder moeten zijn. Eerder adresseerde het interdeparementaal beleidsonderzoek de ‘sturingsoverload’ in ons stelsel.

Over de Toekomstverkenning: vandaag is het 2040

De toekomstverkenning is een resultaat van een brede consultatie van betrokkenen uit het onderwijs, de wetenschap, het bedrijfsleven en tal van maatschappelijke organisaties. Hierbij kwamen de belangrijkste trends en vraagstukken aan bod waarmee onderwijs en wetenschap in de komende decennia te maken (kunnen) krijgen, zoals economie, demografie en technologie. Ook zijn studenten en docenten gevraagd om inbreng te leveren.

In het rapport worden drie perspectieven op het stelsel geschetst. De rapportage schetst allereerst drie perspectieven op het stelsel. Deze zijn gebaseerd op verschillende waarden en drie doelen die het onderwijs en de wetenschap kunnen dienen:

  • de economische ontwikkeling (werk, economie en innovatie)
  • de maatschappelijke ontwikkeling en
  • het ontplooien van individuele talenten.