Onderzoek OCW: geen draagvlak voor instemmingsrecht MR op hoofdlijnen begroting

25 januari 2018

Het wettelijk regelen van een instemmingsrecht van de MR op de hoofdlijnen van de begroting kan nauwelijk op draagvlak rekenen binnen het onderwijsveld. Dat blijkt uit onderzoek dat onderzoeksbureaus Oberon en Panteia deden in opdracht van het ministerie van OCW.

Lees het onderzoeksrapport

De meeste respondenten van het onderzoek geven aan dat leden van de (G)MR op dit moment weinig kennis van en affiniteit met financieel beleid hebben. Ook zal het de kans op incidenten daardoor niet verminderen, terwijl de druk op het interne financiële proces toe zal nemen. Een instemmingsrecht op de begroting zal daardoor de beoogde doelen niet dichterbij brengen.

Eerder adviseerde ook de Raad van State negatief over het instemmingsrecht van de MR op de hoofdlijnen van de begroting. De VO-raad is van mening dat een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting het goede gesprek over onderwijs en financiën binnen de school niet zal versterken en roept het kabinet daarom ook de opbrengsten van dit onderzoek serieus te nemen.

Versterking medezeggenschap

Handhaving van de huidige situatie, waarbij de medezeggenschap adviesrecht heeft op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid, is het meest genoemde alternatief voor het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Wel wordt aangegeven dat er behoefte is aan meer duidelijkheid over wat er wordt verstaan onder deze hoofdlijnen. De partners in het veld kunnen daar gezamenlijk afspraken over maken. Op dit moment werken de werkgevers-, werknemers-, ouder- en leerlingorganisaties al gezamenlijk aan het versterken van de medezeggenschap in het project Versterking Medezeggenschap.

Bekijk ook de Handreikingen voor versterking van medezeggenschap in het onderwijs

(G)MR vroegtijdig betrekken bij koers van school

De VO-raad is van mening dat het van belang is dat belanghebbenden binnen de school mee kunnen denken over de koers van de school, waar de financiën een integraal onderdeel van zijn. Het goede gesprek over het onderwijsbeleid van de school wordt immers vertaald naar een financieel plaatje. Om die reden dient de (G)MR in een vroegtijdig stadium betrokken te worden zodat er voldoende ruimte is om mee te denken. Ook moeten leden van de (G)MR kunnen beschikken over voldoende scholing, ook op financieel gebied.