Routekaart voor duurzame gebouwen met goed binnenklimaat

12 oktober 2020

De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) publiceren de sectorale routekaart waarmee de weg naar verduurzaming van onderwijsvastgoed in beeld wordt gebracht. Uit de berekeningen blijkt dat er per jaar 700 miljoen euro extra nodig is op sectorniveau om alle schoolgebouwen te laten voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van het Klimaatakkoord.


Een duurzaam schoolgebouw kent meer aspecten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig, toegankelijk en inclusief is. We weten dat een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim van leerlingen en onderwijspersoneel. De kwaliteit en duurzaamheid van schoolgebouwen laat nu te wensen over.

Schoolbesturen en gemeenten komen samen in actie

Op dit moment is het gemiddelde schoolgebouw 40 jaar oud, heeft vaak een slecht binnenklimaat en is niet duurzaam. Wat moeten we doen om onze duurzaamheidsambities te realiseren? De huidige cyclus van vernieuwing of renovatie van schoolgebouwen duurt bijna twee keer zo lang als gewenst als het gaat om het behalen van de klimaatdoelstellingen. Verduurzaming van onderwijsvastgoed gaat daardoor te langzaam. Schoolbesturen en gemeenten moeten samen in actie komen. Daarvoor is wel een forse extra investering van het Rijk nodig van 21 miljard euro, verdeeld over 30 jaar. Schoolbesturen en gemeenten investeren daarbovenop zelf ook nog eens 21 miljard euro uit de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting.

De sectorale routekaart beschrijft wat op sectorniveau het optimale scenario is om de klimaatambities voor onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs te bereiken. Hierin wordt ook het scenario om de doelstellingen te behalen en het bijbehorende kostenplaatje beschreven. Op de oude voet doorgaan wordt afgezet tegen wat er nodig is. Hoewel er een versnelling nodig is bij het verduurzamen van onderwijsvastgoed, zien we door druk op het Gemeentefonds en de tekorten op de materiele instandhouding van scholen een vertraging in de bouw van scholen. Aanbestedingen mislukken bijvoorbeeld, doordat gemeenten geen budget hebben voor onderwijshuisvesting waarmee ze de prijzen die gehanteerd worden in de bouw kunnen bekostigen.

Wat kunnen schoolbesturen en gemeenten nu al doen?

Schoolbesturen en gemeenten denken samen na over de lange termijn door het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Schoolbesturen stellen daarnaast een meerjarenonderhoudsplan (MOP) op. Ze ontwikkelen een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting. Daarbij is het belangrijk om de kwaliteit en duurzaamheid van de huidige schoolgebouwen in kaart te brengen. Als er wordt gekozen voor nieuwbouw kiezen schoolbesturen minimaal voor energieneutraal (ENG), Nul op de Meter (NOM) met een gezond binnenklimaat.

Knelpunten onderwijshuisvesting

Het onderzoek ‘Een verstevigd fundament voor iedereen’ van McKinsey & Company liet zien dat er sprake is van een onderinvestering in onderwijshuisvesting. De PO-Raad, VO-Raad en VNG zijn daarom dan ook blij dat minister Arie Slob (Onderwijs) hun voorstellen tot wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting overneemt. Daarnaast heeft de minister ook een interdepartementaal beleidsonderzoek aangekondigd om de knelpunten in het stelsel en rondom de bekostiging vast te stellen. In aanloop naar dit onderzoek laat de sectorale routekaart alvast zien wat er nodig is als het gaat om de verduurzaming van onderwijsvastgoed en het zorgen voor een gezond binnenklimaat op scholen.