Slob schuift investeringen McKinsey door naar volgende kabinet

15 september 2020

Vijf maanden na verschijning reageert minister Slob op de bevindingen van McKinsey in het onderzoeksrapport ‘Een verstevigd fundament voor iedereen’. In zijn wegens de coronacrisis late reactie komt Slob niet veel verder dan dat hij kennis neemt van de conclusies van McKinsey. Die zijn verstrekkend: de bekostiging van het funderend onderwijs is ontoereikend om aan de maatschappelijke verwachtingen te kunnen voldoen en structurele investeringen zijn daarom noodzakelijk. Het is teleurstellend dat de minister de politieke besluitvorming doorschuift naar het volgende kabinet en hierover zelfs geen oordeel geeft. De minister had zelf immers om dit onderzoek gevraagd.

Geen boter bij de vis

McKinsey maakt een onderscheid in twee typen investeringen. In de eerste plaats gaat het om landelijke en structurele uitdagingen die aangepakt moeten worden om te voorkomen dat de kwaliteit van het onderwijs afneemt. Het betreft hier het toenemende lerarentekort in het funderend onderwijs, de toenemende leerachterstanden en de al langer durende onderbesteding in huisvesting. Volgens McKinsey is er geen tijd te verliezen om deze uitdagingen op te pakken en het tij te keren. McKinsey heeft berekend dat hierbij een investering van 0,7 - 1,5 miljard euro per jaar noodzakelijk is. Het kabinet neemt daarvan kennis en komt vervolgens niet verder dan een aantal kleinere initiatieven. De keuze om structureel te investeren gaat het kabinet uit de weg. Ofwel, geen boter bij de vis en een pas op de plaats van dit kabinet, waardoor onnodige vertraging ontstaat bij de aanpak van deze urgente vraagstukken.

Samenwerken aan de toekomst van ons onderwijs

Als de hier bovengenoemde uitdagingen zijn geadresseerd, kan volgens McKinsey in de tweede plaats worden ingezet op het verder verhogen van de onderwijskwaliteit. Met specifiekere investeringen en programma’s kan de kwaliteit zo ook in de toekomst worden gewaarborgd. De minister volgt deze redeneerlijn en maakt nadrukkelijk een koppeling met de door het onderwijsveld geformuleerde ambities in de “Toekomst van ons Onderwijs”. Dat is positief want hiermee doet de minister recht aan een bredere blik op onderwijskwaliteit dan de meer kwantitatieve definitie die in het onderzoek van McKinsey naar voren komt. De VO-raad waardeert dat en gaat hier graag met de minister en de andere onderwijspartijen en professionals mee aan de slag. Tegelijkertijd blijft de noodzaak staan dat tegemoet wordt gekomen aan de investeringsopgave die door McKinsey helder is blootgelegd. Des te spijtiger dat de minister deze ambitie niet durft uit te spreken.