Slob wil één cao funderend onderwijs

30 januari 2020

Minister Slob pleit voor één cao voor het basis- en voortgezet onderwijs. Dit is nodig om het salarisverschil tussen beide sectoren te kunnen overbruggen. Het bedrag dat nodig is om dit verschil daadwerkelijk te dichten – 560 miljoen euro – levert de minister er echter niet bij.

De VO-raad vindt één (kaderstellende) cao voor primair en voortgezet onderwijs op zich een interessante gedachte. Dit zou echter het sluitstuk moeten zijn van ontwikkelingen gericht op meer samenhang in het funderend onderwijs in plaats van het startpunt. Arbeidsvoorwaarden volgen onderwijsontwikkelingen en zijn niet leidend.

In de vorige week gepresenteerde visie ‘Toekomst van ons onderwijs’ pleit een brede coalitie van onderwijsorganisaties voor één Wet op het funderend onderwijs, waarin de overgangen tussen po en vo veel soepeler verlopen. De Onderwijsraad adviseerde eerder in zijn rapport ‘Ruim baan voor leraren’ om leraren in basis- en voortgezet onderwijs onder te brengen in één cao, met één loongebouw en geharmoniseerde functies. Het in elkaar schuiven van beide cao’s lost het salarisverschil niet op. Er is een gat van ruim 560 miljoen euro. Minister Slob legt die rekening bij het volgende kabinet neer.