Staat van de schoolleider: meer zelfbewust en sterkere positie

10 april 2019

Ondanks de uitdagende omstandigheden waaronder schoolleiders hun werk doen, nemen zij hun positie meer zelfbewust en sterker in binnen scholen. Dat is de boodschap van de Staat van de Schoolleider van 2019, die op 10 april 2019 werd gepresenteerd tijdens het jaarlijkse congres van de Inspectie van het Onderwijs.

De Staat van de Schoolleider schetst een gebalanceerd beeld van een veelzijdig beroep: de complexiteit van het vak van schoolleider maakt het een uitdagend beroep waarin visie op onderwijs en onderwijsorganisatie van groot belang is.

Duidelijke en stevige rol voor schoolleiders

De Staat behandelt, naast feiten en cijfers uit recent onderzoek, de veeleisende praktijk waar schoolleiders dagelijks mee te maken hebben. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de samenwerking tussen onderwijs en zorg en de verhouding tussen schoolleider, bestuur en raad van toezicht. In al deze partnerschappen zien de schoolleiders die in de Staat van de schoolleider aan het woord komen, een duidelijke en stevige rol voor zichzelf en collega’s weggelegd, die zij ook steeds meer pakken.

rapport aangeboden aan ministers Slob en Van EngelshovenOp de foto, beginnend links: schoolleider Lizzy Heistek (PO), minister Ingrid van Engelshoven, minister Slob, Inspecteur-generaal van het Onderwijs Monique Vogelzang en schoolleider Alexander van Horssen (VO).

Een redactie van schoolleiders uit het primair en voortgezet onderwijs stelde de Staat samen, met ondersteuning van de VO-raad en de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS).

De VO-raad vindt een stevige positie voor de schoolleider van essentieel belang voor de kwaliteit en ontwikkeling van het voortgezet onderwijs. Sinds 2017 loopt de schoolleidersagenda Een vak apart!. Hiermee geven VO-raad, de Stichting Schoolleidersregister VO en het Netwerk van Schoolleiders in nauwe samenwerking met het Adviesraad van Schoolleiders van de VO-raad een impuls aan deze beweging.