Staatssecretaris schetst contouren wetsvoorstel onderwijs aan nieuwkomersleerlingen
Beter zicht op nieuwkomersleerlingen, het verplicht opstellen van een doorstroomperspectief voor elke leerling en een mogelijke aanpassing in de nieuwkomersbekostiging. Hier werkt staatssecretaris Tielen onder andere aan, zo laat ze op 15 oktober weten in een Kamerbrief. In de brief schetst ze de contouren van het wetsvoorstel dat het onderwijs aan nieuwkomersleerlingen in het funderend onderwijs juridisch moet verankeren.
Toenmalig demissionair staatssecretaris Paul kondigde in juni 2025 al aan dat ze het onderwijs aan nieuwkomersleerlingen wettelijk wilde verankeren. Momenteel ontbreekt een wettelijke basis voor het onderwijs aan nieuwkomers, waardoor het voor scholen en gemeenten bijvoorbeeld niet duidelijk is aan welke eisen zij moeten voldoen bij de organisatie en inrichting van dit type onderwijs. De juridische inbedding van het onderwijs aan nieuwkomers moet ervoor zorgen dat scholen en gemeenten beter weten wat van hen wordt verwacht.
Contouren
Staatssecretaris Tielen wil een aantal zaken rond onderwijs aan nieuwkomers wettelijk vastleggen, waaronder:
- Zaken ten aanzien van het NT2- en bredere onderwijsaanbod.
- Verplichte procesafspraken tussen scholen over bijvoorbeeld het doorstroompersperspectief van een leerling.
- Aanvullende eisen aan nieuwkomersvoorzieningen om ervoor te zorgen dat nieuwkomersleerlingen zo snel als mogelijk onderwijs krijgen met Nederlandse leeftijdsgenootjes. Dit vloeit onder andere voort uit het Europese asiel- en migratiepact.
- Een vorm van een overlegplicht tussen gemeenten en besturen, zoals deze nu opgenomen is in de de tijdelijke ‘Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen’ (tnv). Ook wordt verkend of er een verplichting tot regionale visie met betrekking tot onderwijs aan nieuwkomersleerlingen moet komen.
- Een grondslag in de wet om beter zicht te krijgen op het niveau van nieuwkomersleerlingen.
Ook moeten de nieuwkomersvoorzieningen met het wetvoorstel een zichtbare plek in het bekostigingsstelsel krijgen: momenteel bestaat er geen juridische grondslag voor deze locaties. Daarnaast past het huidige systeem van aanvullende nieuwkomersbekostiging voor schoolbesturen niet bij de behoefte om het nieuwkomersonderwijs in de regio enerzijds snel te kunnen op- en afschalen, maar anderzijds ook een mate van stabiliteit te geven, zo stelt de staatssecretaris. Bij een afnemend leerlingenaantal verdwijnt nu ook de expertise rondom nieuwkomers uit de regio en is er geen financiële prikkel om dit te behouden. Er wordt gekeken of een budgetneutrale aanpassing in de bekostiging mogelijk is, waarmee dit meer in balans komt.
Vervolg
De bovengenoemde voorstellen moeten verder uitgewerkt en geconcretiseerd worden. De VO-raad overlegt hierover met het ministerie.
Ook andere maatregelingen nodig
De VO-raad onderschrijft de noodzaak om het onderwijs aan nieuwkomersleerlingen voor het funderend onderwijs te verankeren. Tegelijkertijd is er meer nodig. Een betere aansluiting met het mbo is noodzakelijk voor een soepelere doorstroom vanuit de ISK. Ook pleitte de VO-raad – en vele andere partijen – in het verleden al meermaals voor het terugdringen van de verhuisbewegingen van nieuwkomersleerlingen. Het vaak moeten verhuizen naar steeds andere tijdelijke noodopvanglocaties is absoluut onwenselijk en staat de veiligheid en ontwikkeling van deze leerlingen in de weg.
Nieuwkomers in het praktijkonderwijs
De staatssecretaris gaat onderzoek doen naar nieuwkomersleerlingen in het praktijkonderwijs. Er wordt gekeken naar de instroom van deze leerlingen uit de ISK’s, naar de omvang en totstandkoming van deze instroom en naar randvoorwaarden om het onderwijs aan deze doelgroep passend en kwalitatief goed in te kunnen richten.
Ankie Hermans
Senior beleidsadviseur kansengelijkheid, onderwijs aan nieuwkomers, overgang po-vo
ankiehermans@vo-raad.nl