Sterk Techniekonderwijs voortvarend gestart maar ondervindt tegenwind van pandemie

03 november 2021

Nagenoeg alle techniekregio’s zijn op 1 januari 2020 voortvarend van start gegaan met Sterk Techniekonderwijs (STO), maar de coronapandemie belemmert de uitvoering van de voorgenomen plannen. Dat blijkt uit de eerste voortgangsrapportage die de minister onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. De urgentie voor STO komt hierin duidelijk tot uiting en ook worden de eerste positieve resultaten gemeld.

Structureel 100 miljoen op jaarbasis voor techniek in het vmbo

Via het programma Sterk Techniekonderwijs heeft het kabinet Rutte (vanaf zijn aantreden in 2018) structureel jaarlijks 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor versterking van het technisch vmbo. Doel daarvan is om tot een duurzaam, dekkend en kwalitatief hoogstaand technisch aanbod in de regio te komen. In de periode 2020-2023 wordt dit via de subsidieregeling Sterk techniekonderwijs verdeeld. Het initiatief ligt daarvoor bij het vmbo.

Enkele bevindingen uit deze rapportage (waarbij in peiljaar 2019/2020 de STO-initiatieven nog niet van invloed kunnen zijn geweest):

  • Er is een autonome daling van leerlingaantallen in het vmbo, echter het aantal leerlingen in een technisch profiel daalt nog wat sterker. Landelijk volgt 19% van de leerlingen in bb, kb en gl een technisch profielvak (schooljaar 2019/2020). Van de 10 beroepsgerichte profielvakken in het vmbo vallen er vijf onder de noemer techniek.
  • Deelname aan de technische keuzevakken in het vmbo is stabiel.
  • Het aantal vmbo-vestigingen dat technische profielen verzorgt is stabiel.
  • Zo’n driekwart van de leerlingen met een technisch vmbo-profiel stroomt verwant door naar het mbo.
  • Scholen geven aan moeite te hebben om voldoende techniekdocenten voor de klas te krijgen; techniekdocenten zijn over het algemeen ook wat ouder, waardoor de vervangingsvraag relatief groot is. Er zit weinig nieuwe aanwas in de lerarenopleidingen. Daar staat tegenover dat de leerlingdaling in het vmbo ook tot minder vraag naar techniekdocenten leidt.
  • Het eigenaarschap van STO ligt vooral op bestuurlijk en tactisch niveau en in mindere mate op uitvoerend niveau.
     

Impact van covid-19 fors

Kort na de formele startdatum van STO brak de pandemie uit. Dat vormde in nagenoeg alle regio’s een forse belemmering voor het intensiveren van de samenwerking en de uitvoering van de fysieke STO-activiteiten (zoals stages, kennismakingsdagen voor leerlingen, werkbezoeken en gastlessen). Regio’s zijn aan de slag gegaan met alternatieven hiervoor, maar maakten zich wel zorgen over de uitvoering van de plannen en de verplichte cofinanciering vanuit het bedrijfsleven. De minister kondigde in juli 2021 enkele maatregelen aan om enige druk weg te nemen, zoals het bieden van extra tijd voor besteding van de subsidiegelden en de verantwoording hiervan.

Inzet van middelen na 2023

In de Kamerbrief geeft de minister aan dat medio 2022 bepaald wordt hoe de middelen voor het technisch vmbo na 2023 worden ingezet. Naast de belanghebbenden heeft ook de onafhankelijke beoordelingscommissie STO hierin een rol. Ook de VO-raad zal in de vereniging het overleg starten over de gewenste inzet van deze middelen in de toekomst.