Tweede Kamer kritisch over voortgang passend onderwijs

23 december 2016

Twee en een half jaar na de invoering van passend onderwijs zijn stappen gezet, maar we zijn er nog (lang) niet. Dat was de teneur van het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 15 december over de tiende voortgangsrapportage passend onderwijs.

De partijen maken zich met name zorgen over de vraag of de middelen wel bij de leerlingen terechtkomen. Dit naar aanleiding van eerdere berichtgeving over de reserves van samenwerkingsverbanden over het schooljaar 2014-2015. Kamerleden uitten verder hun zorgen over de combinatie van onderwijs en zorg, de te lage bekostiging voor leerlingen in Mytyl/Tyltylscholen, governance, scholen die zich niet aan de zorgplicht houden en het niet afnemen van het aantal thuiszitters.

Scholen met lef belonen

Tijdens het debat werd een aantal interessante voorstellen gedaan. Zo stelde Kamerlid Ypma (PvdA) voor om scholen met lef te laten belonen door de Inspectie. Bijvoorbeeld als een school complexe leerlingen kansen biedt zonder vrees daarop afgerekend te worden. Ypma wil ook goede voorbeelden van communicatie met ouders verspreiden. Eerder is al gepleit voor een ontwikkelbudget, de combinatie van middelen van onderwijs en van jeugdhulpverlening. De staatssecretarissen van OCW en VWS zijn hierover in gesprek.

Ook drongen de partijen erop aan dat staatssecretaris Dekker streng optreedt tegen ontduiking van de zorgplicht, en optreedt tegen thuiszitten door heroverweging van de onderwijsvrijstellingen te verplichten. Nieuwe onderwijsvrijstellingen mogen wat de Kamer betreft niet verstrekt worden zonder betrokkenheid van het samenwerkingsverband en pas als echt blijkt dat onderwijs niet mogelijk is. Ook werd nadrukkelijk gevraagd om doorzettingsmacht zo snel mogelijk te verplichten en een landelijk minimumniveau voor basisondersteuning vast te stellen.

Wettelijke bepaling over afspraken doorzettingsmacht

De staatssecretaris zegde toe dat wettelijk bepaald wordt dat in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen gemeente en samenwerkingsverbanden afspraken worden gemaakt over doorzettingsmacht. Van het nut en de noodzaak van een landelijke invulling van de basisondersteuning is Dekker minder overtuigd. Hij wil wel in gesprek met de sectorraden over wat landelijk een verstandige invulling kan zijn. Vanaf 1 januari 2017 treedt de Inspectie sneller en strenger op wanneer blijkt dat de zorgplicht ontweken wordt. Dekker zal de scholen hierover informeren.

Ruime reserves te verklaren

De staatssecretaris ging verder op de oorzaken van de reserves bij samenwerkingsverbanden over de jaren 2014-2015. Volgens hem was er vaak sprake van overdracht van reserves van rechtsvoorgangers, zonder dat samenwerkingsverbanden zicht hadden op de te ontvangen middelen en kengetallen. Inmiddels is meer bekend over een realistisch weerstandsvermogen.

Vervolg

Leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs hebben in een voortgezet algemeen overleg 14 moties ingediend waarvan drie werden overgenomen zonder stemming en zes aangenomen na stemming.

Overgenomen:

  • Ypma cs: Motie verzoekt de regering om een nieuw ondersteuningsaanbod te ontwikkelen (ter voorkoming van vrijstellingen en/of thuiszitten). Dit vanwege een beperkt aanbod enerzijds voor leerlingen met autisme op havo/vwo-niveau en anderzijds leerlingen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen én een verstandelijke beperking (ZMOLK’ers).
  • Ypma: Motie verzoekt de regering om te zorgen voor ruimte in het inspectiekader voor positieve beoordeling van scholen met lef die goed presteren op passend onderwijs én om scholen per brief te informeren over welk maatwerk wel mag (met voorbeelden) en dat het ontduiken van zorgplicht niet mag.
  • Van Meenen cs: Motie dat vraagt om onderzoek naar knelpunten in de bekostiging en financiering van ernstig meervoudig gehandicapte kinderen (EMB) en Mytylscholen én om in overleg met de sectororganisaties zo snel mogelijk een procedure uit te werken met zo min mogelijk procedurele en administratieve belasting voor ouders en betrokken scholen.
     

Aangenomen:

  • Ypma cs: (…) Motie verzoekt de regering een code voor goed bestuur te ontwikkelen voor de samenwerkingsverbanden en daarnaast te onderzoeken op welke wijze onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden vorm gegeven kan worden en de Kamer over de voortgang te informeren.
  • Grashoff cs: Motie verzoekt de regering leerplichtambtenaren de bevoegdheid te geven om – al dan niet in combinatie met een tijdelijke vrijstelling – samenwerkingsverbanden op te dragen binnen een redelijke termijn kinderen passend onderwijs in de regio aan te bieden en deze aanwijzingsbevoegdheid ook in een wetsvoorstel op te nemen.
  • Siderius cs: Motie verzoekt om een deugdelijk onderzoek naar de bekostiging van diagnosestelling en behandeling van leerlingen met dyscalculie (voor de begrotingsbehandeling 2018) omdat diagnosestelling en behandeling voor dyscalculie niet meer vergoed wordt door de zorgverzekeraar of via de jeugdwet, en vanwege regionale verschillen, en het feit dat deze leerlingen niet altijd de goede begeleiding krijgen,
  • Rog: Motie verzoekt om maatwerkoplossingen voor samenwerkingsverbanden die kampen met een krimpend budget en er ook op toezien dat de algemene reserve van samenwerkingsverbanden niet hoger is dan 5%.
  • Bruins: Motie verzoekt de regering de noodzaak van innovatieve experimenteerruimte te inventariseren, de Kamer hierover te rapporteren en die ruimte te bieden aan SBO- en SO-scholen, zolang ongewenste en onnodige administratieve en wettelijke hobbels nog niet zijn weggenomen (dus niet voor vo-niveau).
  • Bruins: Motie voor meer inclusiviteit in het regulier onderwijs, dus voor kinderen die vroeger een ‘dubbele rugzak’ ontvingen (syndroom van Down of een chronische ziekte) mag de bepaling van passend onderwijs niet door financiën bepaald worden maar door echt te kijken wat een passende plek voor een kind is. Er moeten voldoende ondersteuningsmiddelen worden toegekend om ook deze kinderen zoveel mogelijk aan het regulier onderwijs mee te laten doen.