Tweede Kamer roept op tot voortvarende aanpak Nationaal Programma na corona

26 januari 2021

De Tweede Kamer vindt dat demissionair minister Slob snel over de brug moet komen met een uitwerking van zijn aangekondigde Nationaal Programma Onderwijs voor het inhalen van achterstanden tijdens en na de coronacrisis en de bijbehorende financiën om dit programma te financieren. Dit bleek in het Tweede Kamerdebat op 25 januari over uiteenlopende kwesties als lerarenbeleid, kansengelijkheid en coronagerelateerde onderwerpen als de (her)opening van scholen, de veiligheid van docenten, de overgang po-vo en de examens.

Nagenoeg alle fracties steunden een dergelijk Nationaal Programma om de vertraging die jongeren oplopen in het onderwijs in te lopen en ze steun te bieden bij hun sociaal welbevinden in en na de crisisperiode. De middelen moeten op de plek terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn. De minister zegde toe begin maart met een eerste schets van het programmaplan te komen en voor het zomerreces met een uitgewerkt plan. Slob pleitte voor meer ontspanning bij ouders en scholen en benadrukte ‘dat niet alles voor de zomer opgelost’ hoeft te zijn. De belangrijkste vraag is volgens hem hoe we leerlingen het beste dienen met een kansrijke leerloopbaan?

Impact van schoolsluiting  

Veel aandacht ging tijdens het debat uit naar de gevolgen van de scholensluiting en de impact daarvan op leerlingen en hun ouders. De minister benadrukte dat ‘het verzadigingspunt van wat we aankunnen wordt bereikt’. Diverse fracties onderstreepten het belang van een spoedige heropening van de scholen in het funderend onderwijs, mits dat veilig kan. Het OMT adviseert binnenkort ook of vo-leerlingen onderling 1,5 meter afstand moeten blijven houden bij heropening. Dit is een belangrijke beperking voor vo-scholen in de ambitie om leerlingen zoveel mogelijk fysiek onderwijs te kunnen geven. In het licht van de veiligheid werd er ook ingegaan op het belang van sneltesten en een vaccinatiestrategie voor onderwijspersoneel. De VO-raad heeft daar – samen met o.a. de onderwijsbonden - op aangedrongen. De minister gaf aan dat een voorrang voor onderwijspersoneel op dit moment niet in beeld is.

Duidelijkheid over examens komt voor de voorjaarsvakantie

De Kamerleden benadrukten het belang van snelle duidelijkheid over examens, en wel voor de voorjaarsvakantie. Vorige week hebben LAKS en de VO-raad hier ook op aangedrongen. In feite was er in de Tweede Kamer weinig debat over de examens. Door aan te dringen op tijdige informatie over de vervroegde heroverweging ondersteunt de Kamer impliciet de aanpak van de minister. Slob gaf zelf aan dat de plotselinge introductie van de 1,5 meter de onderwijsuitvoering op scholen complexer heeft gemaakt (‘de ontwikkelingen zijn niet positief’) en dat hij (mede) daarom de heroverweging naar voren heeft gehaald. De minister wil nu de knoop doorhakken voor de start van de voorjaarsvakantie in regio Zuid, 15 februari.

Eindtoets alleen na zes weken fysiek onderwijs

Het besluit om de eindtoets vorig schooljaar te laten vervallen heeft geleid tot een gemiddeld lagere schooladvisering van de vorige lichting achtstegroepers. Leerlingen werden wel vaker dan voorgaande jaren hoger geplaatst dan het schooladvies, maar leerlingen in kwetsbare posities profiteerden hier minder van. De boodschap dit jaar aan de basisscholen is om kansrijk te adviseren en zo veel mogelijk dubbele adviezen te geven. Afgesproken is dat aan de eindtoets (in april of mei) ten minste zes weken fysiek onderwijs vooraf moet gaan. Als de basisscholen na een RIVM-advies op 8 februari weer open gaan, wordt aan die eis voldaan. Ook is de uiterste datum voor het vaststellen van het voorlopige schooladvies opgeschoven van 1 maart naar 15 maart. D66-Kamerlid Paul Van Meenen stelde voor om de inrichting van brede brugklassen als voorwaarde te stellen om in aanmerking te komen voor de extra middelen van het Nationaal Programma. Slob gaf aan geen enkel taboe te schuwen.

Lerarenbeleid

Het lerarentekort is ook een belangrijke opgave voor het nieuwe kabinet. Hoewel er hoopvolle ontwikkelingen zijn en de samenwerking in de sector is verbeterd, is de situatie rondom de tekortvakken in het voortgezet onderwijs zorgelijk. Ook ontbreekt nog steeds een goed zicht op de concrete aard en omvang van de tekorten. De aanpak van het lerarentekort is versnipperd, daarom is Merel van Vroonhoven vorig jaar aangesteld als onafhankelijk aanjager. Gezamenlijk werken onderwijspartijen aan de uitwerking van haar aanbevelingen.

Moties

Tijdens het overleg in de Tweede Kamer zijn er 17 moties ingediend. Op dinsdag 2 februari wordt over de moties gestemd.