Verplichte sectorale benchmark voor financiële verantwoording

15 oktober 2018

De bewindslieden van OCW willen dat schoolbesturen zich beter gaan verantwoorden over waar zij hun geld aan uitgeven en waarom. Hiertoe wordt een wettelijk verplichte openbare benchmark ontwikkeld, zo schrijven zij in een brief aan de Tweede Kamer. Voor de VO-raad staat buiten kijf dat besturen zich helder en volledig dienen te verantwoorden. De vo-sector heeft echter zelf al zoveel in gang gezet op dit vlak dat het zeer de vraag is of een nieuwe benchmark nodig en wenselijk is.

Met hun brief reageren de ministers Slob en Van Engelshoven op een advies van de Onderwijsraad over de lumpsum. De Onderwijsraad concludeerde daarin dat de lumpsum het meest recht doet aan de autonomie van onderwijsinstellingen en de stabiliteit en continuïteit van bekostiging en onderwijsbeleid waarborgt, maar dat er te weinig zicht is op de inkomsten en uitgaven van scholen. De raad adviseerde vereenvoudiging van de bekostiging en een betere verantwoording over de bestedingen.

De onderwijsministers gaan hier in mee. ‘Financiële en inhoudelijke autonomie is belangrijk omdat die schoolbesturen in staat stellen besluiten te nemen die aansluiten op de lokale behoefte’, schrijven zij. ‘Echter, dit vraagt wel om goede verantwoording, en we zien dat de balans tussen autonomie en verantwoording niet goed is.’

Benchmark

De ministers willen daarom een benchmark invoeren, waarin schoolbesturen verplicht rapporteren over de verdeling van het geld tussen individuele scholen in hun bestuursverband, bestuurskosten en reserves, en uitleg geven over de achterliggende keuzes. Deze benchmark moet openbaar toegankelijk worden, zodat schoolbesturen zichzelf met anderen kunnen vergelijken, en op basis van de benchmark het financiële gesprek gevoerd kan worden met betrokkenen (ouders, leraren, MR en schoolleiding).

De VO-raad onderschrijft het belang van goede verantwoording; het staat buiten kijf dat schoolbesturen zich helder en volledig dienen te verantwoorden over waar onderwijsgeld aan besteed wordt. Er zijn ook echter al veel goede ontwikkelingen in de vo-sector op dit gebied. Vrijwel alle vo-scholen (ruim 97%) publiceren hun jaarverslag online. Ook benchmarken alle schoolbesturen hun financiële informatie, en wordt gekeken of die informatie ook openbaar beschikbaar gemaakt kan worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een sectorale benchmark met de overhead van schoolbesturen. Naar schatting de helft van de schoolbesturen doet hier al aan mee. De minister kent deze ontwikkelingen en het verbaast de VO-raad dan ook dat de minister geld en tijd wil steken in het opzetten van dubbele benchmarks, waardoor bovendien de administratieve lasten van scholen toenemen.

Ook is de VO-raad kritisch over het voornemen om in de toekomst financiële en inhoudelijke indicatoren te koppelen in de voorgestelde nieuwe benchmark. Het is de vraag of dat überhaupt mogelijk is. Hogere slagingspercentages kunnen bijvoorbeeld worden verklaard door relatief grote uitgaven aan docenten, maar ook door de leerlingenpopulatie of de onderwijsvisie van een school. Die relatie is vrijwel nooit één op één te leggen. Het is daarom zeer de vraag of het onderwijs en alle betrokkenen hiermee geholpen zijn.

Instemmingsrecht MR op hoofdlijnen begroting

In de Kamerbrief wordt ook aangekondigd dat de medezeggenschapsraden in het po en vo op korte termijn instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting krijgen. Vorig jaar bleek uit onderzoek van OCW dat hier geen draagvlak voor is bij ouders, leerlingen en personeel. De VO-raad vindt instemmingsrecht op het meerjarig financieel beleid effectiever dan instemming op de begroting. Het gesprek met de MR gaat dan over grote financiële keuzes en het voorkomt dat de MR wordt belast met de verantwoordelijkheid voor (een oordeel over) de begroting van het schoolbestuur. Daarnaast zal de VO-raad blijven inzetten op de verdere professionalisering van de medezeggenschap op financieel vlak.

Toereikendheid bekostiging

De Onderwijsraad adviseert ook om te onderzoeken of de lumpsum toereikend is. De bewindspersonen schrijven in de brief dat hier geen nadere actie aan gekoppeld wordt. De VO-raad zou graag zien dat deze aanbeveling wel wordt opgevolgd. De bekostiging van het onderwijs lijkt toereikend om aan de wettelijke deugdelijkheidseisen te voldoen, zo constateerde de Onderwijsraad in zijn advies. De samenleving en politiek verwachten echter meer van het onderwijs dan enkel te voldoen aan deze eisen.