
Overgang vervolgonderwijs
Het is belangrijk dat leerlingen na de middelbare school soepel kunnen doorstromen naar een passende vervolgopleiding. Dat helpt hen zich op hun plek te voelen en draagt bij aan een fijne, succesvolle verdere schoolcarrière. Scholen kunnen deze soepele overgang bevorderen via onder meer LOB, het realiseren van goede doorlopende leerlijnen en het bieden van begeleiding aan leerlingen rond de overstap. Samenwerking tussen middelbare scholen en mbo's, hbo's en universiteiten is hierbij cruciaal.
Doorstroom naar hoger onderwijs (hbo en wo)
De meerderheid van havo‑gediplomeerden stroomt jaarlijks door naar het hbo (72–77%). Bij vwo‑gediplomeerden geldt dat ook: een grote meerderheid (ruim 80%) volgt een studie op de universiteit. In studiejaar 2024/2025 begonnen zo’n 43.000 eerstejaars met een havo‑achtergrond in het hbo, en ongeveer 35.000 vwo‑gediplomeerden startten aan de universiteit. Na een eerste studiejaar stapten zo'n 10% van de vwo-gediplomeerden over naar een hbo‑opleiding.
Doorstroom naar mbo
De meeste vmbo-leerlingen stromen na het behalen van een diploma door naar het mbo. Ook havo-leerlingen starten regelmatig een opleiding aan het mbo, vaak voor een middenkaderopleiding (niveau 4). Een overstap naar het mbo kan voor havo-leerlingen een uitkomst zijn als beroepsopleidend onderwijs beter bij hun talenten past, of als het afronden van de havo te zwaar is. Een havo-diploma geeft toegang tot mbo-opleidingen op middenkader- of vakopleidingsniveau (niveau 3 of 4).
Doorstroom van praktijkonderwijs naar mbo
Na het praktijkonderwijs stroomt meer dan de helft van de leerlingen door naar het mbo. Leerlingen uit het praktijkonderwijs kunnen na het behalen van hun diploma doorstromen naar de Entree-opleiding (mbo niveau 1). Veel scholen voor praktijkonderwijs bieden de mogelijkheid om de entree-opleiding (mbo niveau 1) binnen het praktijkonderwijs te halen. Na het praktijkonderwijs kunnen deze leerlingen rechtstreeks doorstromen naar mbo niveau 2. Sinds 2021 krijgen alle praktijkonderwijsleerlingen een landelijk erkend diploma, waarmee ze zowel kunnen starten met een Entree-opleiding als direct aan het werk kunnen gaan.
Aanmelden vóór 1 april en toelatingsrecht
Leerlingen dienen zich vóór 1 april voor het nieuwe schooljaar aan te melden voor een mbo‑opleiding. Alleen als de leerling zich voor die datum heeft aangemeld en voldoet aan de toelatingseisen, heeft deze een toegangsrecht voor de opleiding van diens eerste voorkeur, anders kan de mbo-school de leerling weigeren. Met de invoering van het toelatingsrecht (Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo) per 1 augustus 2017 heeft iedere aspirant mbo-student die zich uiterlijk op 1 april aanmeldt voor één of meer beroepsopleidingen het recht toegelaten te worden tot de opleiding van diens eerste voorkeur. Op tijd aanmelden is dus erg belangrijk.
Leerlingen kunnen zich voor meerdere opleidingen aanmelden. Ook kan na de aanmelding de opleidingskeuze nog wijzigen binnen de school. Eerder aanmelden mag ook. Bij populaire opleidingen is dit handig, omdat de opleiding anders vol kan zitten. Soms zijn er weinig plaatsen bij een opleiding. Dat staat op de website van de school. Er staat ook bij vanaf wanneer je je kunt inschrijven. Sommige scholen werken met een loting. Meestal geven scholen de opleidingsplaatsen op volgorde van aanmelding. Wie zich vroeg aanmeldt, heeft de meeste kan op een plek. Wees er dus op tijd bij.
Loopbaanoriëntatie (LOB)
Het aantal leerlingen dat in het MBO en HO in het begin van hun studie uitvalt of switcht is hoog. Ook zien we steeds meer leerlingen zonder startkwalificatie doorstromen naar het MBO en het aantal VSV (voortijdig schoolverlaters) is na een daling tot 2020 weer flink gestegen. Dit zijn indicaties dat er op het punt van aansluiting en doorstroom tussen VO en het vervolgonderwijs is nog veel winst te behalen valt.
Cijfers laten zien dat een belangrijke reden voor uitval of het wisselen van opleiding een op dat moment verkeerde studiekeuze is. Ook is een inhoudelijk goede aansluiting op het vervolgonderwijs noodzakelijk en geven studenten aan een goede begeleiding nodig te hebben tijdens de overstap naar en in het begin van de studie in het vervolgonderwijs.
Loopbaanoriëntatie en -begeleiding is er om jongeren te helpen ontdekken wie ze zijn en waar hun talenten en motivatie liggen, en om ze te ondersteunen bij de oriëntatie op een toekomstig beroep en passende vervolgopleiding.
Standpunt VO-raad
De VO-raad onderstreept het belang van LOB voor de toekomst van leerlingen. Een voorwaarde voor goede LOB is dat alle betrokkenen in de school en de omgeving – andere onderwijssectoren, maatschappelijke organisaties en bedrijven – hier samen invulling aan geven. Goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) betekent het begeleiden van jongeren bij het ontdekken van hun mogelijkheden, talenten en passies en het ontwikkelen van een realistisch beeld van het vervolgonderwijs en het beroepsperspectief. Leerlingen kunnen hierdoor goed geïnformeerd een voor hen passende keuze maken wat betreft hun positie later in de samenleving (vervolgopleiding, beroep).
Visie op LOB
Veel scholen hebben al een duidelijke visie op LOB, voeren LOB-activiteiten uit, investeren in de professionalisering van hun docenten op dit gebied en werken regionaal samen met het vervolgonderwijs in bijvoorbeeld vmbo-mbo- of VO-HO netwerken. Essentieel is dat alle leerlingen kennis kunnen nemen van of ervaringen op kunnen doen in diverse opleidingen en beroepsvelden.
Begeleiding en verminderen uitval
De VO-raad wil goede LOB voor alle leerlingen binnen het vo en inzet op vermindering van uitval en switch in het vervolgonderwijs. De VO-raad maakt zich daarom hard voor een goede inhoudelijke aansluiting met het mbo en ho, begeleiding bij deze overstap en investeringen in LOB. Ook zijn inspanningen en investeringen nodig op vermindering van uitval en switch in het MBO en HO.
Actualisatie kerndoelen
De VO-raad is blij dat LOB bij de huidige actualisatie van de kerndoelen en de examenprogramma’s een duidelijke plek heeft gekregen. Ondersteuning van scholen bij de implementatie van deze nieuwe kerndoelen is noodzakelijk.
Eenzijdige sturing
De VO-raad roept verder op om waakzaam te blijven op het te eenzijdig sturen op arbeidsmarktgericht LOB. Voor leerlingen in het VO zijn motivatie en talentontwikkeling in brede zin cruciaal voor studiesucces en een brede vorming van leerlingen draagt bij aan duurzame inzetbaarheid. Daarnaast moeten leerlingen de ruimte krijgen om te blijven ontdekken waar zij het beste op hun plaats zijn in de vervolgopleiding en waar en op welke wijze zij een goede bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving.
