De verkiezingscampagne is voorbij, de stemmen zijn uitgebracht. Nu volgt een volgende spannende fase: de weg naar een nieuw kabinet. Wat zijn de mogelijke coalities en wat betekenen ze voor het (voortgezet) onderwijs?

Bekijk de verkiezingsuitslag.

Actuele stand van zaken
Op dit moment is demissionair minister Schippers bezig met de verkenning, voorafgaand aan de informatie. Dit duurt langer dan gepland. Dinsdag 28 maart zal zij haar rapport aanbieden aan de Tweede Kamer. De gesprekken worden nu gevoerd met VVD, D66, CDA en GroenLinks.

De nieuwe Kamerleden zijn ondertussen op donderdag 23 maart beëdigd. Alleen GroenLinks heeft tot nu toe een nieuwe onderwijswoordvoerder bekendgemaakt: Lisa Westerveld. Zij was hiervoor woordvoerder-lobbyist van de Aob en oud-voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond. Ook was ze afgelopen jaar voorzitter van de Commissie Democratisering & Decentralisering bij de Universiteit van Amsterdam.

 

Procedure (in)formatie nieuw kabinet

Als de verkiezingsuitslag bekend is, stelt de Tweede Kamer een informateur aan die informatieopdracht meekrijgt. De informateur gaat kijken of de opdracht – het vormen van een bepaalde coalitie – haalbaar is. De informateur gaat dus aan de slag met het onderhandelen en vervolgens het schrijven van een regeerakkoord met de beoogde coalitiepartijen. Als er een regeerakkoord ligt, zal de informateur terug gaan naar de Kamer en stelt de Kamer een formateur aan. Dit zal vaak de komende minister-president zijn, die dan zijn bewindspersonen gaat benoemen.

De (in)formatieperiode is voor belangenbehartigers als de VO-raad een belangrijke periode: dan worden immers de kaders van de wet- en regelgeving voor de komende periode vastgelegd. Ook dan zal de VO-raad formeel én informeel de voor de leden van de VO-raad belangrijke punten onder de aandacht brengen van de onderhandelaars.

Analyse mogelijke coalities

De kern van een nieuw kabinet zal waarschijnlijk gevormd worden door VVD (33), D66 (19) en het CDA (19). Dit is een logisch gevolg van de verkiezingsuitslag, maar ook hier zal sprake zijn van stevige onderhandelingen. Alle partijen proberen zo veel mogelijk punten te realiseren en hun huid duur te verkopen. Maar ze hebben elkaar ook nodig om een coalitie te vormen.

VVD, D66 en het CDA hebben samen 71 zetels, wat nog geen meerderheid is. Zij zouden in een coalitie kunnen gaan samenwerken met GroenLinks: 14 zetels of ChristenUnie: 5. De laatste optie betekent wel een zeer krappe meerderheid van 76 zetels. Met zowel de ChristenUnie als met GroenLinks is er ook in de Eerste Kamer een meerderheid. Theoretisch gezien is een coalitie met de PvdA ook mogelijk. Dit is echter zeer onwaarschijnlijk, omdat de partij zelf naar verwachting geen regeringsverantwoordelijkheid zal willen nemen.

Regeerakkoord

Een regeerakkoord is altijd een ‘uitruil’ van standpunten, investeringen en maatregelen. Wat er uiteindelijk voor onderwijs afgesproken wordt, zal dus vaak niet 1-op-1 uit de verkiezingsprogramma’s te halen zijn. Wel kan er een rode draad uit de programma’s worden gedestilleerd.

Gevolgen voor het vo van coalitie met GroenLinks

Maatwerk en kansengelijkheid
De kans dat er een maatwerkdiploma komt met mogelijk ook ‘naar beneden’ differentiëren is aanwezig. Zowel D66 als GroenLinks zijn hier (groot) voorstander van. VVD en CDA zijn echter huiverig. Ook zijn D66 en GroenLinks fervent voorstander van flexibelere overgangen, terwijl de VVD dit niet zit zitten. D66 wil (in po/vo/mbo) hiertoe 0,1 miljard euro investeren in de lumpsum. D66, GroenLinks en het CDA zijn voorstander van meer brede brugklassen; GroenLinks wil daar flink in investeren en is voorstander van een moderne middenschool met brede brugklassen. D66 wil daarnaast ook 0,1 miljard investeren om leerachterstanden tegen te gaan.

Ontwikkeltijd voor leraren
Alleen bij de VVD is dit geen issue in het verkiezingsprogramma. De andere mogelijke coalitiegenoten zijn hier (groot) voorstander van. GroenLinks en D66 willen hier flink in investeren; D66 heeft het over (voor het funderend onderwijs) een investering van 1 miljard, om de lestaak met 67,5 klokuur te verminderen. GroenLinks heeft het over verlaging van de lestaak naar 22,5 klokuur per fte per week.

Salarisverhoging docenten
Uitgangspunt voor de VVD is: betere docenten verdienen een betere beloning en meer waardering. D66 en GroenLinks willen salarisverhoging voor specifieke groepen docenten. D66 richt zich daarbij op docenten op scholen met 15% of meer leerlingen met zeer laagopgeleide ouders. GroenLinks richt zich hierbij op salarisverhoging van vmbo-docenten.

Krimp
Het CDA pleit er voor om kleine scholen open te houden. GroenLinks wil voorzieningen in krimpgebied op peil houden, wat om creatieve oplossingen vraagt, zoals samenwerkingsscholen.

Curriculumherziening (Onderwijs2032)
VVD is voorstander, het CDA is kritisch. Andere partijen zijn in wisselende mate positief. Er zal hoe dan ook een beslissing moeten worden genomen of het proces (in huidige vorm) doorgang krijgt. Wat de beslissing zal worden, zal mede afhangen van de ‘package deal’ die gesloten wordt.

Versterken beroepsonderwijs
Alle partijen willen het beroepsonderwijs versterken, de manier waarop verschilt. De VVD wil bijvoorbeeld vmbo-scholen in staat stellen om hun programma beter aan te laten sluiten op het vervolgonderwijs en het moet mogelijk zijn om een mbo-diploma te halen op vmbo-scholen. Het CDA wil doorlopende vakmanroutes en ook investeren in het beroepsonderwijs. D66 wil dat het beroepsonderwijs een volwaardige pijler wordt naast het academisch onderwijs.

Andere aandachtspunten
VVD wil een evenwichtigere bekostiging van lerarenopleidingen en ook een versterking van de doorlopende leerlijn tussen opleiding, startende leraar en professionele ontwikkeling van de leraar. De partij wil ook 0,1 miljard investeren in de lerarenbeurs.

CDA heeft een ombuiging van 0,3 miljard door een doubleerverbod in het vo meegenomen in het programma. Daarmee wordt een zomerschool van 100 uur verplicht voor zwakke leerlingen. Deze ombuiging wordt geïnvesteerd in de lumpsum vo.

D66 wil gratis schoolboeken in het vo afschaffen, dit levert een besparing op van 0,2 miljard. Lage inkomens worden gecompenseerd.

 

Gevolgen voor het vo van coalitie met ChristenUnie

Maatwerk en kansengelijkheid
De kans dat er een maatwerkdiploma komt met mogelijk ook ‘naar beneden’ te differentieren is minder aanwezig in deze coalitie. De ChristenUnie is minder gericht op flexibilisering en in zijn algemeen wat terughoudender dan GroenLinks. In het programma van de ChristenUnie is bijvoorbeeld ook niets opgenomen over brede brugklassen.

Ontwikkeltijd voor leraren
Bij de VVD is dit geen issue in het verkiezingsprogramma. De andere mogelijke coalitiegenoten zijn hier voorstander van, al richt de ChristenUnie zich vooral op investeren in coaching van docenten. D66 wil hier flink in investeren; D66 heeft het over (voor het funderend onderwijs) een investering van 1 miljard euro, om de lestaak met 67,5 klokuur te verminderen. Maar de kans op (aanzienlijke) ontwikkeltijd is (iets) minder groot in deze coalitie.

Salarisverhoging docenten
Uitgangspunt voor de VVD is: betere docenten verdienen een betere beloning en meer waardering. D66 wil salarisverhoging voor specifieke groepen docenten en richt zich daarbij op docenten op scholen met 15% of meer leerlingen met zeer laagopgeleide ouders. ChristenUnie wil 0,1 miljard euro besparen door afschaffing van de functiemix Randstad vo en mbo.

Krimp
Het CDA pleit er voor om kleine scholen open te houden. ChristenUnie wil gericht investeren in onderwijs in krimpregio’s: 0,1 miljard euro in lumpsum po en vo voor scholen in krimpregio’s. De ChristenUnie wil daarnaast 0,1 miljard euro investeren in de lumpsum vo en mbo voor technisch vakonderwijs (onder andere vmbo techniek).

Curriculumherziening (Onderwijs2032)
VVD is voorstander, het CDA is kritisch. Andere partijen zijn in wisselende mate positief. ChristenUnie koppelt 2032 aan artikel 23 in parlementaire debatten. Er zal hoe dan ook een beslissing moeten worden genomen of het proces (in huidige vorm) doorgang krijgt. Wat de beslissing zal worden, zal mede afhangen van de ‘package deal’ die gesloten wordt.

Passend onderwijs
De VVD geeft aan passend onderwijs te willen handhaven, maar wil strenger toezien of elke school individueel een passend aanbod doet aan leerlingen. De ChristenUnie wil geen financiële verevening binnen passend onderwijs van de regio naar de Randstad.

Artikel 23
Het behoud van artikel 23 is een belangrijk speerpunt van de ChristenUnie. Ook het CDA staat pal voor de vrijheid van onderwijs.

Andere aandachtspunten
Zowel de ChristenUnie als de VVD willen bezuinigen op subsidies OCW. De VVD en ChristenUnie willen allebei 0,3 miljard euro ombuigen door taakstelling op subsidies van het ministerie van OCW.

De ChristenUnie wil investeren in het leren van Nederlandse taal, cultuur, waarden, rechtstaat en democratie.

Het CDA heeft een ombuiging van 0,3 miljard euro door een doubleerverbod in het vo meegenomen in het programma. Daarmee wordt een zomerschool van 100 uur verplicht voor zwakke leerlingen. Deze ombuiging wordt geïnvesteerd in de lumpsum vo.

De VVD wil een evenwichtigere bekostiging van lerarenopleidingen en ook een versterking van de doorlopende leerlijn tussen opleiding, startende leraar en professionele ontwikkeling van de leraar. De partij wil ook 0,1 miljard euro investeren in de lerarenbeurs.

D66 wil gratis schoolboeken in het vo afschaffen; dit levert een besparing op van 0,2 miljard euro. Lage inkomens moeten worden gecompenseerd.

 

 

Inbreng verkiezingsprogramma’s

In aanloop naar Tweede Kamerverkiezingen heeft de VO-raad met bijna alle programmacommissies van de politieke partijen gesproken en inbreng geleverd. Een aantal door de VO-raad bepleite maatregelen was terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s, zoals het maatwerkdiploma in de programma’s van D66, GroenLinks en PvdA.

In de verkiezingsprogramma’s gaat ook veel aandacht uit naar leraren. Er is in de programma’s veel aandacht voor vermindering van de lestaak van de leraar. De VO-raad pleit in zijn actieplan ‘Naar een aantrekkelijk lerarenberoep in een sterke sector’ ook voor het vergroten van de ontwikkeltijd voor leraren. Ook pleit de VO-raad voor grotere betrokkenheid van vo-scholen bij de lerarenopleidingen. In het VVD-programma is opgenomen dat scholen een stem krijgen in het bepalen van het programma van de lerarenopleiding en in het bepalen of iemand geslaagd is.