4 manieren waarop kennisgedreven werken bijdraagt tijdens een onderwijsontwikkeling

05 oktober 2020

Wanneer je bezig bent met onderwijsontwikkeling, is het belangrijk om onderbouwde keuzes te maken. Bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten, andere onderzoeksinstrumenten, ervaringen van andere scholen of wetenschappelijk onderzoek. Hoe passen de scholen binnen het innovatietraject van Voortgezet Leren dit kennisgedreven werken toe? Vier scholen delen een voorbeeld.

Nulmeting voor studiedag

Op het Montaigne Lyceum willen ze meer met leerdoelen werken, zodat leerlingen beter inzicht krijgen in wat ze wel en wat ze nog niet kunnen. Wat hebben leraren daarvoor nodig? Om een goede, inhoudelijke invulling aan de studiedag te geven, besloot de school een nulmeting af te nemen bij leraren om vast te stellen welke ondersteuningsbehoefte er is. Dit deden ze door middel van een vragenlijst. Onderwijskundige Manon Verschoor: “Op deze manier kregen we inzicht in wat leraren al weten en waar ze nog hulp bij nodig hebben. Tegelijkertijd geef je collega’s een stem in de onderwijsontwikkeling.”

Meer kennis dan gedacht

Uit de nulmeting kwam naar voren dat vrijwel alle collega’s wisten wat de leerdoelen zijn voor hun vakken en er ook daadwerkelijk mee werken in de les. Manon: “We kwamen erachter dat collega’s eigenlijk al meer wisten dan we dachten. We passen daarom nu de invulling van de workshops op de studiedag aan. We bieden nu meer workshops aan op gevorderd niveau dan op instapniveau. Bijvoorbeeld workshops over wat succescriteria zijn als je leerdoelen inzet. Het is voor ons nu duidelijk dat we een stapje sneller kunnen dan we dachten. De afname van de vragenlijst zorgt dus voor een versnelling van onze onderwijsontwikkeling. Na de studiedag gaan we een vervolgmeting doen.”

Literatuuronderzoek

Hoe maak je formatief evalueren onderdeel van de schoolcultuur? Met die vraag ging UniC in het innovatietraject aan de slag. Docent Jeske Weerheijm besloot hiervoor de volgende vraag te stellen aan de Kennisrotonde: “Welke wijze van beoordelen door leraren draagt het meest bij aan de self-efficacy van leerlingen?” Self-efficacy is de mate waarin leerlingen vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Jeske: “Dit is eigenlijk wat je wilt bereiken met formatief werken. Je wilt dat leerlingen goed inschatten wat ze wel en wat ze nog niet kunnen. Zo kunnen leerlingen zelf bepalen welke volgende stap ze kunnen zetten in hun leerproces.”

Rubrics en feedback

De Kennisrotonde adviseerde om te werken met rubrics: een manier van beoordelen waarbij de prestatie van de leerling wordt gescoord op verschillende niveaus. Deze rubrics combineren met feedback op het leerproces, draagt het meest bij aan de self-efficacy van leerlingen. Jeske: “Door dit antwoord weten we dat we leraren nu onder andere gaan helpen bij het maken van goede rubrics en hoe zij op een duidelijke manier feedback kunnen geven aan leerlingen wat een volgende stap kan zijn in hun leerproces.” Hiervoor stelden ze onder andere een rubric formatief werken voor leraren op. Jeske vertelt dat het antwoord goed aansluit op de ideeën en plannen die ze al hadden. “Het is fijn dat we door dit antwoord nu deze duidelijke focus hebben en aan collega’s, ouders en leerlingen kunnen uitleggen waarom formatief werken belangrijk is.”

De samenwerking versterken

Op het Amadeus Lyceum heeft elke afdeling een beeldcoach. De beeldcoaches zijn leraren die onder andere nieuwe collega’s ondersteunen door bijvoorbeeld hun lessen op te nemen en dit beeldmateriaal gezamenlijk te bespreken. Beeldcoach Jeroen Verstegen: “Binnen ons innovatietraject van Voortgezet Leren willen we de samenwerking tussen beeldcoaches, mentorcoaches en afdelingsleiders versterken. Om ervoor te zorgen dat we allemaal op één lijn zitten, planden we met deze drie groepen – in totaal zes mensen – een wekelijks overleg in. Tijdens dit overleg brengen we gezamenlijk in kaart hoe we invulling geven aan onze rol en hoe we de onderlinge samenwerking kunnen verbeteren.”

Gezamenlijke intervisie

“Als beeldcoaches spraken we bijvoorbeeld gedurende zo’n overleg de wens uit om tijdens vergaderingen met de mentorcoaches en afdelingsleider een intervisie te doen. We vragen hiervoor natuurlijk toestemming van de gefilmde collega en deze collega kan hierbij ook aanwezig zijn”, vertelt Jeroen. De afdelingsleiders en mentoren vonden dit een goed voorstel, omdat zij op deze manier beter zicht krijgen op wat de beeldcoaches precies doen. Het grote voordeel van deze wekelijkse besprekingen vindt Jeroen dat je door elke week met elkaar te overleggen, je continu evalueert en bijstuurt: “En dat je draagvlak en eigenaarschap creëert doordat je iedereen meeneemt in de beslissingen. Het is echt de plek om het gesprek te voeren.”

Check-in en -out

De Werkplaats wil ontwikkelingsgericht onderwijs geven, waarin de leerling steeds meer op zijn of haar eigen ontwikkeling en leerbehoefte onderwijs krijgt. Om breder zicht te krijgen op deze ontwikkeling, wil de school onder andere meer formatief werken. De werkgroep ontwikkelingsgericht onderwijs organiseerde daarom een studiedag over formatief evalueren, waar eigen collega’s met inhoudelijke expertise de workshops gaven. Om te kijken hoe collega’s de studiedag in én uit gingen, werkten ze op die dag met een zogenoemde check-in en check-out. De check-in vond plaats per lerarenteam, waarin ze gezamenlijk bepaalden wat de individuele en teambehoeftes voor die dag waren. Teamleider Thijs Spook: “Op deze manier bepaalden we per team wie naar welke workshop ging.”

Eindstations

Aan het einde van de dag checkten leraren uit bij een bepaald eindstation. Elk station had zijn eigen digitale vragenlijst. Thijs: “Hiermee brachten we in kaart: waar sta je nu en waar heb je nog behoefte aan? Elke collega kreeg aan de hand van deze resultaten een bepaalde actie toegewezen. Zo zorgden we ervoor dat de collega’s op eindstation ‘passagier’ in gesprek gingen met een collega die hem of haar verder kon helpen. En collega’s met het eindstation ‘locomotief koppelden we weer aan collega’s die aangaven nog meer ondersteuning nodig te hebben.” Thijs vertelt dat hij merkt dat sinds de studiedag collega’s meer bereid zijn om met elkaar samen te werken op het gebied van formatief evalueren en dat ze elkaar vaker opzoeken: “Formatief handelen is meer gaan leven in de school.”