Afsprakenkader 'Veilig Vervoer VO' in de praktijk

10 december 2020

Al snel na de uitbraak van covid-19 kwam het afsprakenkader ‘Veilig openbaar vervoer VO’ beschikbaar, ontwikkeld door vervoerders en de VO-raad. Afspraken voor het openbaar vervoer zijn nodig om voldoende ruimte in het ov te creëren zodat iedereen veilig van en naar school kan reizen. Hoe werkt zoiets in de praktijk? Thijs Struijlaart en Billy den Boer, respectievelijk vervoerkundige en buschauffeur bij Keolis, en Bauke Houtsma, directeur Aeres Almere, vertellen hierover.

“Als vervoerkundige ben ik voor de concessie Almere verantwoordelijk voor de dienstregeling”, legt Struijlaart uit. “Normaal gesproken is er alleen in december een grote wijziging in de dienstregeling. Inmiddels ben ik de tel kwijtgeraakt hoe vaak ik sinds maart de dienstregeling heb moeten aanpassen.” En dat is, zo licht Struijlaart toe, extra gecompliceerd door de vele scholen die zich in zijn regio bevinden, met als gevolg veel reizigersbewegingen op piekmomenten.

Een van die scholen is Aeres Almere, een school voor vmbo en mbo met in totaal 1200 studenten. Eindverantwoordelijk directeur is Bauke Houtsma: “Ik kreeg als contactpersoon voor Keolis al snel contact met Thijs. Waar voor de zomer de druk op het ov enigszins beperkt bleef omdat we de mbo-studenten een half uur later laten beginnen dan de vmbo-leerlingen, kwamen Thijs en ik er na de zomer algauw achter dat extra maatregelen nodig zouden zijn, zeker met het oog op de naderende herfst en winter.”

Drukte in de bus

Buschauffeur Billy den Boer bij Keolis, al 21 jaar op de bus, maakte van dichtbij mee hoe druk het na de zomer werd: “Waar normaal gesproken een bus met 40 tot 50 passagiers al aardig vol zit, hadden we een keer tijdens een rit 87 mensen in de bus!” Struijlaart volgt passagiersbewegingen aan de hand van de signalen die hij van de chauffeurs krijgt en door het bestuderen van data: “We kregen van de chauffeurs een melding dat de bussen op sommige ritten veel te druk waren. Aan de hand van geanonimiseerde data van de OV-chipkaart konden we precies zien waar die drukte vandaan kwam. Zo zagen we de bus leegstromen bij de bushalte van Aeres.” Chauffeur Den Boer: “Er stapten in een keer 60 passagiers uit, dan is het wel duidelijk waar de drukte vandaan komt.” Houtsma bevestigt: “Onze school staat in de ‘middle of nowhere’, dus dat moesten mijn leerlingen wel zijn.”

Struijlaart besloot direct contact op te nemen met de school, die daarop meteen in actie kwam: “Om de druk op het ov te verminderen en het risico op besmettingen laag te houden, besloten we om na de herfstvakantie niet alle leerlingen elke dag naar school te laten komen. Alle leerlingen krijgen nu afwisselend een dag per week online les, met uitzonderin van de leerlingen van niveau 2.” Door mbo-leerlingen pas ’s middags te laten beginnen en enkele andere slimme roosteraanpassingen lukt het de school om de druk op het ov verder te verlagen. Dit gaf het gewenste effect voor het ov.

We moeten het met elkaar zien op te lossen.

Buschauffeur Billy den Boer

Met elkaar eruit zien te komen

Ook Keolis nam maatregelen door op drukke lijnen extra bussen in te zetten. Struijlaart: “Er zitten nu gemiddeld 25 tot 30 passagiers in de bus. Dat is nog steeds best veel, maar je kunt niet het onmogelijke van scholen vragen. Je probeert er met elkaar zo goed mogelijk uit te komen.”

Volgens buschauffeur Den Boer werken de extra maatregelen: “Op drukke ritten worden nu ook versterkingsbussen ingezet. Die rijden een paar minuten voor de reguliere lijn uit en pikken de leerlingen op. De andere passagiers gaan dan met mij mee. Die extra bussen doen heel veel. Leerlingen reizen graag samen en zijn dus niet altijd bereid om bij drukte op de volgende bus te wachten. Ik merk ook dat sommige leerlingen het moeilijk vinden om zich aan alle maatregelen te houden. Mondkapjes gaan weleens af zodra ze zijn ingestapt. Maar doorgaans houden de mensen zich goed aan de mondkapjesplicht in de bus. Sommige zijn eerder geneigd een mondkapje op te doen dan in te checken.” Houtsma: “Ik kreeg daar via Thijs een melding over. Aan de hand van het rooster konden we zien welke klassen op dat moment in de bus zaten en zo konden we die leerlingen gericht aanspreken. Ook is er een update naar de ouders gegaan. Als school staan we ergens voor, we willen dat onze leerlingen zich naar die waarden en normen gedragen.”

Blijf communiceren

Struijlaart ziet het nut in van het afsprakenkader, maar waar het vooral op aankomt is goede communicatie tussen vervoerder en school: “Ook als het officieel niet hoeft is het zinvol om contact te zoeken met de vervoerder. Ingrijpende maatregelen als roosterwijzigingen kunnen worden voorkomen met relatief eenvoudige acties. Het scheelt bijvoorbeeld al heel veel als scholen hun leerlingen vragen een bus later te pakken. Of ze te wijzen op een andere lijn die net zo veel kost, er net zo lang over doet, maar veel minder druk is. Als we dat samen communiceren heb je win/win.”

“Niet alleen de communicatie tussen school en vervoerder is belangrijk”, vult Houtsma aan: “Ook goede communicatie naar ouders, leerlingen en personeel is belangrijk in deze tijd. Dat doen we via wekelijkse nieuwsbrieven. Het helpt als je leerlingen en ouders de tijd geeft om ergens aan te wennen en zorgvuldig meeneemt in de maatregelen die je gaat nemen.”

Dat betekent dat we er samen moeten zien uit te komen!

Vervoerkundige Thijs Struijlaart

Extra stapje

Het is duidelijk dat Struijlaart, Den Boer en Houtsma zich samen verantwoordelijk voelen voor een veilig vervoer van de leerlingen. Houtsma: “Gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent dat je als school, als vervoerder, leerling en ouder soms een stapje extra zult moeten zetten, ook als iets niet tot je dagelijkse werkzaamheden en verantwoordelijkheden hoort. Je zult tot een gebaar bereid moeten zijn. Dan zul je zien dat als ik een handreiking doe naar Thijs, hij mij dat ook wil teruggeven. Als iedereen nou gewoon een klein stapje extra zet, dan halen we er, ondanks onze grote zorgen over toenemende leerachterstanden, toch iets positiefs uit.”