Blog Henk Hagoort: Alle ballen op basisvaardigheden?

14 april 2022

Ik schrijf deze blog terwijl op een ander scherm de Inspectie van het Onderwijs in een webinar de jaarlijkse Staat van het Onderwijs presenteert. Het vrolijke muziekje bij de start staat wat haaks op de ernst van de ‘harde en vervelende boodschap’ waarmee hoofdinspecteur Alida Oppers aftrapt: te veel en steeds meer leerlingen beheersen de basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en burgerschap) onvoldoende. Volgens de Inspectie is er een trendbreuk nodig en kan dat ook.

Ik zie in beeld voorbeelden uit Zweden en Ierland langskomen. De Inspectie stelt dat het mogelijk is om in twee jaar de trend te keren. Volgens minister Wiersma in hetzelfde webinar vraagt dat wel om ‘een verschuiving van de focus’ naar de basisvaardigheden. Scholen moeten meer tijd inruimen voor basisvaardigheden en andere dingen minder doen. Hoe belangrijk ik de basisvaardigheden ook vind, de stoere taal om binnen twee jaar de trend te keren zit me niet lekker. Zou het echt zo eenvoudig zijn? En is dit dan de route?

Ik plaats daarom drie kritische kanttekeningen bij de alarmerende boodschap van de Inspectie. De eerste kanttekening betreft de verschuiving van focus naar de basisvaardigheden. Ik hoor en zie dat steeds terug, niet alleen in dit webinar, maar ook in het regeerakkoord, rond het aangekondigde ‘masterplan’ basisvaardigheden en in het recente Kamerdebat over het curriculum. Het lijkt erop dat kwaliteit van onderwijs en ook de politieke aandacht versmald wordt tot kwalificatie en daarbinnen dan weer op basisvaardigheden. Hoe zit het dan met die brede opdracht van het onderwijs? We kennen allemaal de drieslag van Biesta: kwalificatie, socialisatie én persoonsvorming. Is de één echt belangrijker dan de ander? En hangen ze niet met elkaar samen? Wanneer het verschuiven van focus betekent dat die laatste twee aspecten minder aandacht krijgen, dan doen we volgens mij leerlingen en de samenleving net zo tekort als wanneer ze met minder beheersing van de basisvaardigheden van school komen. Sterker nog: het zou zo kunnen zijn dat voor het versterken van de basisvaardigheden juist ook die brede vorming nodig is.

Dat brengt mij bij de tweede kanttekening. Hoewel de Inspectie er verder geen conclusies aan verbindt, wordt in het lijvige rapport geconstateerd dat scholen zich niet de meeste zorgen maken over de leerachterstanden of de basisvaardigheden. ‘Scholen maken zich vooral zorgen over de motivatie en het welzijn van hun leerlingen.’ (p.94). Na twee jaar corona wordt er op dit moment vooral een beroep gedaan op de pedagogische vaardigheden van veel docenten. Je vraagt je al lezend echt af of de Inspectie zich voldoende realiseert wat de impact hiervan is op de mogelijkheid om in twee jaar aantoonbaar de basisvaardigheden te verbeteren. Helpt het dan om alle ballen op de basisvaardigheden te zetten? Er is onderzoek dat aantoont dat het wel eens andersom kan zijn, namelijk dat het investeren in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen bijdraagt aan het verbeteren van basisvaardigheden.

Mijn laatste kanttekening betreft de conclusie van zowel de minister als de Inspectie om te investeren in de professionalisering van leraren. Leraren moeten tijd krijgen om zich te bekwamen in het gebruiken van de juiste methoden om te werken aan de verbetering van de basisvaardigheden. Daarmee vragen we opnieuw meer tijd van docenten terwijl we weten dat het tekort aan leraren nu al nijpend is. Dat kan dus alleen wanneer we ook aan de slag gaan met ingewikkelde onderwerpen, zoals minder onderwijstijd (kwaliteit in plaats van kwantiteit) en het beleggen van bepaalde taken bij andere professionals dan vakdocenten.

We hebben kortom te maken met een complex vraagstuk waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat, en dat een bredere aanpak vergt dan een eenzijdige focus op basisvaardigheden in de verwachting dat dan binnen twee jaar de trend gekeerd is.