VO-raad: ‘Niet eenzijdig nadruk leggen op verbeteren taal en rekenen’

13 april 2022

De coronapandemie heeft veel van leerlingen en onderwijspersoneel gevraagd. De gevolgen hiervan zullen nog lange tijd merkbaar zijn, constateert de Inspectie in De Staat van het Onderwijs 2022. In dit jaarlijkse rapport pleit de Inspectie voor meer focus op basisvaardigheden in het funderend onderwijs. De VO-raad erkent het belang hiervan maar waarschuwt voor een eenzijdige en smalle nadruk op taal en rekenen. Het onderwijs heeft een brede, maatschappelijke opdracht met aandacht voor kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

De Inspectie constateert dat de lees- en rekenvaardigheid van de leerlingen dalen. Onderbouwleerlingen in het voortgezet onderwijs hebben aan het eind van schooljaar 2020/2021 een lagere vaardigheid op lezen en rekenen dan in eerdere jaren. Dit geldt voor brugklasleerlingen ook aan het begin van schooljaar 2021/2022. Ook doen examenleerlingen het minder goed dan hun leeftijdsgenoten een aantal jaren terug en is het aantal zittenblijvers weer terug op het niveau van voor corona. De pandemie vormt slechts een gedeeltelijke verklaring voor de teruglopende resultaten, aldus de Inspectie. Voor het eerst legt zij een directe relatie tussen basisvaardigheden en kansengelijkheid. Waar zij eerst vooral aandacht vroeg voor de drempels en overgangen in het onderwijs, wijst de Inspectie nu ook op de belangrijke rol van basisvaardigheden bij het vraagstuk. Het gaat daarbij naast taal en rekenen ook om burgerschapsvaardigheden. 

De VO-raad is eveneens van mening dat basisvaardigheden een belangrijk fundament van het onderwijs vormen, maar wijst ook op de brede maatschappelijke opdracht van het vo, met aandacht voor kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. 

Henk Hagoort, voorzitter VO-raad: ‘Taal en rekenen zijn in het funderend onderwijs van groot belang en het is duidelijk dat hier extra aandacht voor nodig is. Maar we moeten oppassen dat we daarin niet doorschieten. Door een eenzijdige en smalle nadruk op taal en rekenen dreigt die brede vormende opdracht van het voortgezet onderwijs in de verdrukking te komen.’

Ook is er weinig zicht op de oorzaken van de teruglopende resultaten op taal en rekenen. De VO-raad roept dan ook op om onderzoek te doen naar de dieperliggende oorzaken hiervan, niet alleen in het onderwijs maar ook daarbuiten. Op basis van een gedegen probleemanalyse, een goede monitoring en met inzet van effectieve interventies kunnen we de komende jaren structureel werk maken van het versterken van de basisvaardigheden. Henk Hagoort: ‘Wij vinden belangrijk dat het 'Masterplan basisvaardigheden' dat minister Wiersma nu voorbereidt juist hier op inzet. De Inspectie geeft aan dat de sleutel om de basis op orde te krijgen vooral ligt in de vaardigheden van onze onderwijsprofessionals. Dit vraagt ook om ruimte en tijd voor docententeams en andere professionals in de school om zich hierin te bekwamen.’ 

De coronacrisis heeft extra laten zien hoe belangrijk school is in het leven van jongeren. Uit de monitoring van het Nationaal Programma Onderwijs blijkt dat scholen massaal en gericht inzetten op interventies om de motivatie en het welbevinden van leerlingen te versterken. Deze aandacht voor brede ontwikkeling van leerlingen is te verklaren uit de wederkerige relatie tussen leren en welbevinden. Beide zijn belangrijk voor de ontwikkeling van leerlingen. 

Corona vertroebelt het zicht op onderwijskwaliteit 

De coronapandemie heeft veel gevraagd van leerlingen en onderwijspersoneel, zo blijkt uit de Staat van het Onderwijs. Leerlingen in het vo gaven aan in de coronacrisis motivatieproblemen te ervaren. Voor havo- en vwo-leerlingen geldt dit meer dan voor leerlingen in de onderbouw of van de andere onderwijsniveaus. Daarnaast geeft bijna de helft van de vo-leerlingen aan meer stress te ervaren dan voor de coronacrisis. Van leraren wordt voortdurend grote flexibiliteit en extra inzet van uren gevraagd met daarnaast volop aandacht om leerlingen weer bij de les te krijgen. Schoolleiders ervaren de taak om elke dag weer voldoende en bekwaam personeel in te zetten (door corona en lerarentekort) vaak als zeer stressvol en kunnen zich te weinig richten op hun primaire taken. 

Het is voor de inspectie lastig gebleken om goed zicht te krijgen op de kwaliteit van het onderwijs tijdens de coronapandemie. Door kansrijk adviseren, soepele overgangsnormen en extra examenmaatregelen als de duimregeling verlopen de loopbanen van leerlingen in het onderwijs wezenlijk anders dan voor de coronapandemie; de uitkomsten van het bestaande meetinstrumentarium zijn dan ook moeilijk vergelijkbaar met de pre-coronajaren. 

Het gebrek aan goede landelijk vergelijkbare data – vooral in het funderend onderwijs – is een zorgpunt voor de Inspectie. Specifiek voor de onderbouw van het vo speelt het gebrek aan zicht op de ontwikkeling van leerlingen op de basisvaardigheden parten, zowel op school als landelijk niveau. Voor taal, rekenen en burgerschap ontbreekt het aan heldere ijkpunten (zoals kerndoelen) en landelijk vergelijkbare data. De landelijke PEIL-onderzoeken die dit jaar voor het eerst starten, zullen hier de komende jaren meer zicht op geven. 

Eisen aan bestuurders niet scherp gedefinieerd  

De Staat van het Onderwijs besteedt ook aandacht aan de rol van bestuurders. Leraren en schoolleiders bepalen de kwaliteit van het onderwijs. Bestuurders scheppen daarvoor de juiste randvoorwaarden; zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op hun scholen en instellingen. Gericht investeren in deze drie beroepsgroepen leidt tot een versterking van het onderwijs, aldus de Inspectie. De verantwoordelijkheden van besturen zijn duidelijk en het belang van handelen van besturen is dat ook. Dat geldt echter niet voor de eisen die aan bestuurders gesteld worden; zo richt het beroepsprofiel van bestuurders zich vooral op ‘waarden’ en niet zozeer op kennis en kunde. In wervingsprocedures voor bestuurders is daar ook minder oog voor. Voor leraren is dat veel duidelijker omschreven.  

Henk Hagoort: ‘Goed dat de Inspectie oog heeft voor het belang van besturen en bestuurders voor de kwaliteit van het onderwijs. Het bestuurlijk vermogen en de persoonlijke professionaliteit van de bestuurders is van groot belang voor het ontwikkelen van sterke scholen. Bestuurders moeten daar doelgericht en gestructureerd aan werken, en dit ook zichtbaar maken.’

De VO-raad en de VO-academie richten zich op zowel het bestuurlijk vermogen (met een Code Goed Bestuur en onze inzet op het stimuleren van regionale samenwerking en collegiale bestuurlijke consultatie) als op de persoonlijke professionaliteit van bestuurders. 

Andere belangrijke thema's Staat van het Onderwijs

Vrijwilligheid van de ouderbijdrage onvoldoende helder

Uit onderzoek van de Inspectie blijkt dat een derde van de schoolgidsen voldoet aan de wettelijke verplichting te melden dat de ouderbijdrage vrijwillig is en dat het niet voldoen van de ouderbijdrage niet leidt tot het uitsluiten van deelname aan de activiteit.  De inspectie concludeert hieruit dat de recente wetswijziging in onvoldoende mate door scholen is opgepakt bij de totstandkoming van de schoolgids 21/22 en geeft aan dit dat beter moet. De VO-raad steunt deze zienswijze en komt dit voorjaar met een brochure over (de communicatie over en omgang met) de ouderbijdrage.

Groei privaat en aanvullend onderwijs

Het privaat en aanvullend onderwijs groeit, wat niet alleen kan leiden tot kansenongelijkheid, maar ook tot gevolg kan hebben dat kerntaken van het onderwijs worden uitbesteed en dat ouders, leerlingen en studenten niet duidelijk weten wat ze van een school mogen verwachten. De VO-raad gaat een gespreksleidraad ontwikkelen voor scholen en bestuurders waarmee zij doordacht en weloverwogen keuzes kunnen maken voor het al dan niet inzetten van privaat aanbod in het reguliere onderwijs. Dit is (onder andere) ook het advies van de Onderwijsraad.

Burgerschap

De bevindingen van de Inspectie rond burgerschap zijn al langer bekend. Wij vinden het van belang dat scholen ondersteuning krijgen in het vormgeven van het burgerschapsonderwijs. Het gaat dan om het in samenhang en doelgericht vormgeven van het burgerschapsonderwijs, maar ook om het professionaliseren van onderwijspersoneel, het bieden van goede voorbeelden en het bevorderen van een veilig schoolklimaat waarin leerlingen sociale en maatschappelijke competenties leren en gestimuleerd worden deze te oefenen. We zetten ons in voor een duurzame en flexibele ondersteuningsstructuur, waar scholen op maat ondersteuning kunnen krijgen.

Sociale veiligheid

De cijfers van de Vertrouwensinspectie over de toename van seksueel grensoverschrijdend gedrag van met taken belaste personen en de toename van meldingen over discriminatie en radicalisering bij leerlingen in het vo zijn zorgelijk en vragen om actie.


​Samen met andere onderwijsorganisaties, zoals de PO-Raad, MBO Raad, Stichting School & Veiligheid, Inspectie en OCW ontwikkelt de VO-raad een visie op sociale veiligheid en, op onderdelen, een gezamenlijke aanpak. De visie staat voor het proactief werken aan een veilig sociaal en pedagogisch klimaat, met aandacht voor integraliteit.