Open Schoolgemeenschap Bijlmer heeft volop plannen voor geld NPO: 'We gaan in elk geval de eerste klassen verkleinen’

29 april 2021

Het Nationaal Programma Onderwijs toont aan dat we als onderwijs gezien worden, zegt Maryse Knook, bestuurder-directeur bij Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). “Er wordt erkend dat er echt wat aan de hand is en daar wordt iets tegenover gesteld.” De OSB heeft al concrete plannen voor de inzet van dit geld. Zo worden alle eerste klassen verkleind.

De schoolgemeenschap verzamelt veel informatie om in beeld te krijgen hoe de leerlingen er voor staan. “Onze docenten hebben het beste zicht op cognitieve achterstanden en op hoe we leerlingen in de ‘aan-stand’ kunnen krijgen”, vertelt Knook. “We kijken per vaksectie wat er nodig is.” De mentoren krijgen veel extra uren en zijn in de lead bij het in kaart brengen van de situatie. Zij maken een overzichtje per leerling met stoplichtkleuren, die niet alleen gaan over de leerresultaten, maar ook over welzijn en leerhouding. De zorgcoördinator helpt om uiteindelijk te bepalen wat er concreet nodig is. 

Om hun welzijn in kaart te brengen, worden leerlingen geënquêteerd met de vragenlijst ‘Meten is Weten’, die de school heeft aangevuld met eigen vragen. De OSB gaat ook in gesprek met de verschillende leerlingenraden en het ouderplatform. De kwaliteitsmedewerker coördineert dit hele proces. “De mr heeft ook een belangrijke rol; die denkt heel actief mee en geeft uiteindelijk een klap op wat we gaan doen.” De school houdt geen tienminutengesprekken; bij elk rapport zijn er gesprekken van dertig minuten tussen mentor, ouder en leerling. Ook die leveren heel waardevolle informatie op. “De leerling geeft zijn eigen reflectie en maakt samen met z’n ouders en mentor een plan.” 

Zorgen over niveau instroom

Uit alle informatie valt op te maken dat de huidige cognitieve achterstand meevalt. “Maar we vrezen wel voor de komende eerste klassen. Uit onze screening blijkt dat daar de cognitie stukken lager zit. Het zal ons veel tijd en energie kosten om deze leerlingen erbij te trekken.” Daarom gaan wij in elk geval voor een verkleining van alle eerste klassen naar 24 leerlingen. “Daar gaat een groot deel van het geld heen, want daar zijn meer docenten voor nodig”, zegt Knook.

De OSB wil verder inzetten op maatwerk, tutoring, bijlessen, extra practica, aandacht voor executieve vaardigheden en versterking van het mentoraat en loopbaanoriëntatie en -begeleiding. De LOB zal meer gaan focussen op de ambitie van leerlingen en hen daarbij perspectief bieden. “We gaan duurzaam investeren in professionalisering van medewerkers en ontwikkeling van ons aanbod. En ervoor zorgen dat we ook de vwo’ers voldoende blijven uitdagen.” 

Wij gaan in elk geval voor een verkleining van alle eerste klassen naar 24 leerlingen.

Maryse Knook, bestuurder-directeur OSB

‘Mentale deuk’ 

De cognitieve achterstand mag meevallen bij de huidige leerlingen, op het terrein van welzijn ligt dat anders. “Hoewel veel leerlingen prachtige vaardigheden hebben geleerd, zoals zelfstandigheid en doorzettingsvermogen, hebben velen ook mentaal een deuk gekregen. Ik maak me zorgen over de kloof tussen onderwijs en jeugdzorg. We hebben bijvoorbeeld een leerling van dertien die niet meer wil eten. Zo’n meisje wil je eigenlijk de hele dag zien, maar dat kan niet nu leerlingen om de dag komen. Ze kán elke dag komen als ze erkent dat er iets met haar aan de hand is, maar dat doet ze niet. En in de vakanties is zij niet in beeld bij ons en kan niemand anders haar opvangen.”

Veel leerlingen hebben mentaal een deuk gekregen. Ik maak me zorgen over de kloof tussen onderwijs en jeugdzorg.

Maryse Knook, bestuurder-directeur OSB

Niet álle problemen zijn met alleen geld op te lossen, constateert de bestuurder-directeur. “De jeugdzorg heeft wachtlijsten van negen maanden. Dit soort problematiek is schrijnender geworden door corona.” Als lid van een van de klankbordgroepen van het ministerie van OCW heeft Knook deze zorg daar ingebracht.

‘Niet repareren maar renoveren’

De bestuurder-directeur: “Wij willen, zoals de inspectie aanbeveelt, niet repareren maar renoveren. Onze plannen vloeien voort uit ons bestaande beleid. Dat was, vanwege onze populatie en visie, namelijk altijd al mede gericht op het welzijn van onze leerlingen.” De duurzaamheid zit hem in de versterking van het bestaande beleid, zegt zij. Zij hoopt dat haar schoolgemeenschap langdurig zal profiteren van de investering in professionalisering en uitdaging op maat van leerlingen.