04 juni 2018

RSG Wolfsbos in Hoogeveen nam deel aan het driejarige project 'Professionele leergemeenschappen’ (2014-2017) van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. In onderstaand portret vertellen Marcel Verheijen (sectordirecteur havo-vwo) en Bart-Jan de Jong (teamleider havo) over hun aanpak en wat het heeft opgeleverd.

Context
RSG Wolfsbos is een brede scholengemeenschap van praktijkonderwijs tot vwo, verdeeld over vier locaties in Hoogeveen. De locatie Groene Driehoek besluit mee te doen met het landelijke project. Directe aanleiding om deel te nemen aan het project is het feit dat het Wolfsbos in een krimpgebied staat. Op het Wolfsbos is het nodig om meer aantrekkelijk onderwijs te bieden door leerlingen actiever bij de lessen te betrekken. De inspectie bevestigt dit beeld.


“In het voorjaar van 2014 kwamen twee docenten, onafhankelijk van elkaar, met de vraag: ‘Is dit iets voor ons?’. Ze hadden het over hetzelfde landelijke project, namelijk over de ontwikkeling naar een Professionele Leergemeenschap (PLG). Er was plek voor 15 vo-scholen om op hun eigen wijze invulling te geven aan de vorming van een dergelijke leergemeenschap”, aldus Verheijen.

"Qua timing een uitstekende kans om duurzame schoolontwikkeling op onze school een nieuwe impuls te geven. In de voorafgaande jaren (vanaf 2010) was al intensief ingezet op het project Verbetering Rendementen, waar streefdoelen waren geformuleerd met betrekking tot de inspectie-indicatoren”, vertelt de Jong verder. “Hoofdonderwerpen van het project waren: determinatie, doorlopende leerlijnen, toetsbeleid en motiveren van leerlingen. De projectgroep werd geleid door één van de teamleiders en bestond uit een zestal docenten. Veel van het (denk-) werk diende te geschieden in de secties en teams. Beide docenten die mij attendeerden op het PLG-project waren lid geweest van deze projectgroep.”

Visie op PLG

Verheijen neemt ons mee in zijn visie op de PLG. Hij ziet dat de hele school een PLG is en dat een PLG een bijdrage levert aan de lerende cultuur. Daarom wordt gekozen voor de strategie ‘laat duizend bloemen bloeien’, wat voor het Wolfsbos betekent dat praktisch alle teams meedoen. Deze eerste beweging zorgt ervoor dat docenten de urgentie en noodzaak voor verandering voelen. In praktische zin levert het te weinig op. De stap naar echt (samen) leren is nog een brug te ver.

Proces

De vraag waarvoor De Jong en Verheijen nu staan is: hoe krijgen we onszelf, docenten én schoolleiding, zichtbaar in beweging in het veranderingsproces? Wat zij in elk geval hebben waargenomen is dat het niet meer gaat over samen praten, maar over nu samen gaan doen. De Jong reflecteert daarin als teamleider op zichzelf en op zijn collega’s. “We moeten zelf het goede voorbeeld geven. We zijn als teamleiders een PLG gestart om samen te leren en andere stijlen van leiderschap in te zetten. Wat ik daarin herken is dat we zelf ook meer actie mogen ondernemen. Misschien ook rigoureuze stappen moeten gaan zetten.”

Professionele ruimte

In de zoektocht naar het prikkelen van docenten zien Verheijen en De Jong mooie ontwikkelingen ontstaan: havo-leerlingen die op vwo-niveau eindexamen voor het vak Engels kunnen doen. Of een mentor die een congres ‘ouderbetrokkenheid’ volgt, geïnspireerd terugkeert en daarover enthousiast in gesprek gaat met collega’s. Onlangs zijn 45 docenten van het Wolfsbos op bezoek gegaan bij andere scholen om beelden te verzamelen over keuzewerktijd. Het vervolg is: hoe gaan we hier de tweede helft van dit schooljaar mee experimenteren?

Beiden noemen het voorbeeld van een docent aardrijkskunde die zijn les al fietsend tussen Kampen en Zwolle geeft. Met gerichte opdrachten over het vak maakt hij leerlingen bewust van wat een landschap hen te vertellen heeft. De afgelopen twee jaar heeft een kenniskring, bestaande uit docenten en een teamleider en onder leiding van de lector ‘duurzame schoolontwikkeling’, zich gebogen over het doen van actieonderzoek. Op dit moment is deze manier van werken nog te vroeg en Verheijen en De Jong zien dat er nu andere interventies nodig zijn om verandering te brengen.

Het positieve effect is dat er meer over onderwijs wordt gesproken. De reflectievraag die bij de twee leidinggevenden opkomt is: hoe leggen we het eigenaarschap van de onderwijskundige ontwikkeling laag in de organisatie, bij de docenten?

Toekomst

Op de vraag over de toekomst van het Wolfsbos is Verheijen duidelijk. Voor mavo, havo en vwo is het ei gelegd over onderwijsvernieuwing. Er wordt met keuzewerktijd (KWT) gewerkt. De ontwikkeling zet zich voort en waar de belangrijkste uitdaging ligt, is dat docenten leren loslaten en leerlingen mede-eigenaar maken van hun eigen leerproces.

Het advies van Verheijen en De Jong aan andere scholen is kort en krachtig: maak een plan, ga het gewoon doen en leer daarvan. Blijf niet hangen in eindeloos overleg! Als leidinggevenden hebben wij de kaders te bieden. Dat betekent richting geven, ruimte bieden en resultaat vragen.

Dit portret is onderdeel van een serie ter afsluiting van het project ‘Professionele leergemeenschappen’ van de VO-raad en Onderwijscoöperatie.