28 mei 2018

Het Valuascollege in Venlo nam deel aan het driejarige project 'Professionele leergemeenschappen’ (2014-2017) van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. In onderstaand portret vertelt Brigitte Doornhein, teamleider onderbouw vmbo (bkt), over hun aanpak en wat het heeft opgeleverd.

Context
Op het Valuascollege wordt onderwijs verzorgd voor ongeveer 2600 leerlingen. De school is verdeeld in twee kolommen: de havo/vwo-kolom en de kolom vmbo. Het Valuascollege maakt, samen met het Blariacumcollege en College Den Hulster, deel uit van de Onderwijsgemeenschap Venlo en Omstreken (OGVO).

 

Oorsprong

Doornhein herinnert zich de oorsprong van het project goed en vertelt waarom het Valuas is ingestapt. “Het Valuascollege biedt leerlingen met een talent op het gebied van dans, muziek, beeldende kunst en sport een Talent Ontwikkeling Programma (TOPklas), naast het reguliere onderwijsprogramma. Vanwege de heterogene samenstelling van deze TOPklassen (van BBL-leerlingen tot en met gymnasium) lag er een behoefte van docenten om zich te ontwikkelen op het gebied van differentiatie in de vaklessen.

Waar het project PLG in eerste instantie vorm heeft gekregen bij de docenten van de TOPklassen, is er al snel gezocht naar manieren om de rest van de school aan te laten sluiten. Ons belangrijkste uitgangspunt is altijd ‘het leren van onze leerlingen’ geweest. Wij hebben bij het ontwikkelen van een professionele leergemeenschap altijd gewerkt vanuit de gedachte dat wij onszelf ontwikkelen ten behoeve van het leren van onze leerlingen. Onze hoofdvraag binnen het project en binnen alles wat wij ondernemen om te professionaliseren is dan ook: ‘Waarom doen we de dingen zoals we die doen en wat is het effect ervan op het leren van onze leerlingen’?”

Ontwikkelingen in het vmbo

Als Doornhein in het vmbo-team teamleider wordt, gaat ze eerst vragen stellen: waarom doen jullie de dingen zoals je ze doet? Zijn deze dingen dienend aan de leerlingen? Worden zij er beter van? Door het gesprek aan te gaan, verschuift zij de focus van de docenten van de organisatie naar de leerling. Ze investeert veel in de kwaliteit van het onderwijskundig handelen van de docent en neemt les- en flitsbezoeken af en gaat daarover in gesprek met de docenten. Dat resulteert o.a. in een nieuwe manier van determineren van de vmbo-leerlingen. Uiteindelijk stimuleert zij leerlingen meer projectmatig te werken, waar de vraag van de leerling zelf centraal staat.

De uitkomst van de projecten wordt gepresenteerd aan ouders, medeleerlingen en overige belangstellenden die bevraagd worden over de opbrengst, het leerplezier en de tevredenheid.

In het team worden leeropbrengsten van leerlingen in kaart gebracht. Hierbij richt het team zich niet alleen op de cijfers, maar ook op de ontwikkeling van competenties. Rubrics ondersteunt dit proces. Tijdens onderwijskundige middagen (in de afzonderlijke teams en binnen het gehele vmbo) staan onderwijskundige thema’s centraal. Docenten formuleren hun eigen leer- en ontwikkelvragen en gaan gericht aan de slag om de gewenste ontwikkeling tot stand te brengen. Door middel van lesbezoeken aan elkaar wordt gerichte feedback gevraagd op de gewenste ontwikkeling. De lesbezoeken die docenten afleggen worden besproken tijdens teambijeenkomsten. Tijdens deze teambijeenkomsten wordt ook kennis gedeeld.

Professionele ruimte en gedeeld leiderschap: hand in hand

De verantwoordelijkheid voor het lesgeven en de projecten laat Doornhein volledig bij de docenten. “Dat is spannend en af en toe op de handen zitten,” zo deelt zij, “en voor het eigenaarschap van de docenten is dat van groot belang. Op onderwijskundige middagen gaan we nu bewuster met data aan de slag om ons onderwijs vorm te geven. Wat doen we met cijfers (summatief en formatief), wat doen we met een enquête onder leerlingen? Door vragen te stellen zet ik docenten in de denkstand en dat is een mooie aanvulling op de vmbo-doener. Het mooie vind ik dat de docenten het oppakken. Op diezelfde onderwijskundige middagen zie ik werkgroepen hun resultaten presenteren en daarin de collega’s meenemen.

Ik ben ook anders gaan kijken naar mijn rol. Door een organisatieopstelling kwam het inzicht, dat ik teveel deed. Met behulp van de dynamische driehoek heb ik met het team gekeken naar de helderheid van de rollen. Na het gesprek kwam er veel meer verantwoordelijkheden bij mentoren en docenten te liggen, waarbij de mentor initiatief neemt voor een teamgesprek. Ook kwam de zorgcoördinator meer in haar kracht. Ik kan nu met recht zeggen dat een andere cultuur heerst dan een aantal jaren geleden. En daar ben ik best trots op.”

Professionele leergemeenschap in het vmbo

“Als team vmbo zijn wij een PLG, maar ik zie dat ook bij de werkgroepen. Wij nemen samen waar wat er nog niet lekker loopt, analyseren (eventueel aan de hand van data) wat er nodig is en nemen onszelf acties voor”, zegt Doornhein. Ze ziet dat docenten in een teammiddag willen vertellen over wat ze ontdekt hebben in hun lessen. Dat inspireert collega’s weer hetzelfde te doen. Doornhein zelf start met het initiatief 'Falen met een glimlach' omdat zij het bespreken en erkennen van het maken van fouten wil stimuleren. Ook dat vindt inmiddels navolging.

De onderwijskundige middagen worden uitgevoerd door docenten zelf: wat leeft er? Waarin bekwamen we ons? Experts komen bovendrijven en worden zichtbaar. Het mooie is dat collega’s elkaar dat gunnen.

Inmiddels is de tweede onderwijskundige middag Valuas-breed georganiseerd: twintig workshops georganiseerd door de hele school over praktijken die goed werken.

In de toekomst

Doornhein is naast idealistisch ook realist. “Vorig jaar hebben we te veel projecten opgepakt. Daaronder lijdt de kwaliteit. In 2017-2018 maken we meer keuzes. Bij twijfel halen we niet in. Tegelijkertijd houden we vast aan het idee dat we het leren van leerlingen en docenten zichtbaar blijven maken.

Voor de toekomst wil ik graag dat het team zelfstandig functioneert en zelf verantwoordelijkheid draagt. Ons onderwijs is dan volledig op maat. Er is een balans tussen structuur en vrijheid, waarbij de resultaten nog net zo goed zijn als nu. En in het curriculum is 30% structureel vervangen door alternatieve manieren van leren."

Dit portret is onderdeel van een serie ter afsluiting van het project ‘Professionele leergemeenschappen’ van de VO-raad en Onderwijscoöperatie.