14 februari 2018

Het Christelijk Lyceum Zeist nam deel aan het driejarige project 'Professionele leergemeenschappen’ (2014-2017) van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. In onderstaand portret vertellen Maarten van Dijk, projectleider PLG’s, en Rob Bijeman, nieuwe rector van het lyceum, over hun aanpak en wat het heeft opgeleverd.

Context van het Christelijk Lyceum Zeist
Het Christelijk Lyceum Zeist (CLZ) is een open pluriforme school voor voortgezet onderwijs en staat sinds de oprichting in 1909 in nauwe verbondenheid met de christelijke traditie. In het onderwijs staat het leren van de leerling centraal. Daarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen uitdaging en ondersteuning. Van leerlingen wordt in schoolverband verwacht dat zij zich inspannen om de gaven van hart, hoofd en handen naar vermogen te ontwikkelen en dat zij in toenemende mate zelf verantwoordelijkheid voor deze ontwikkeling nemen. Van medewerkers wordt verwacht dat zij de leerlingen hiertoe motiveren en op een constructieve wijze ondersteuning bieden. Op die manier wil de schoolgemeenschap een onderwijssituatie creëren die uitdagend, aantrekkelijk en effectief is.


Oorsprong

Concrete aanleiding voor deelname aan het project is de waarneming van Van Dijk, dat een collega moeite heeft het hoofd boven water te houden. Hij stelt voor dat er een begeleidingsstructuur voor én startende én zittende collega’s komt. Het lyceum besluit intern begeleidingscoaches op te leiden met behulp van 'de vijf rollen van de leraar'. Dat is zo goed bevallen, dat het concept van de 5 rollen van de leraar breed geïmplementeerd is in de school. Van Dijk mag zelf intern de training voor collega’s verzorgen. Deze training koppelt Van Dijk aan de professionele leergemeenschap.

Omslag in denken en structuur

Rob Bijeman, de nieuwe rector, erkent de ingezette koers en voegt een essentieel element toe. Hij pleit voor meer focus en finishes. Dat betekent dat docenten nieuwe projecten altijd met een projectplan starten en dat de directie meer gaat sturen en begeleiden op dat het project ook afgemaakt wordt met aandacht voor borging. Van tevoren bepaalt de docent wanneer het project een succes is. Daarmee is het resultaat meer meetbaar.

Tegelijkertijd past Bijeman de structuur in de school aan: de secties krijgen, naast de teams, een belangrijkere rol. De sectievoorzitters worden in positie gebracht en krijgen meer professionele ruimte om de onderwijsontwikkeling ter hand te nemen. De professionele leergemeenschappen komen in de vakgroepen (bijvoorbeeld Taal, BINASK) te liggen. De wens is om meer ruimte en ontwikkelkracht te bieden aan de vakgroepen en secties op basis van een gezamenlijke ambitie en doelen.

Grote bereidwilligheid

Wanneer het Christelijk Lyceum besluit mee te doen in het project van professionele leergemeenschappen, is de bereidheid onder docenten groot om een kwaliteitsimpuls te geven aan het onderwijs. De definitie van de professionele leergemeenschappen: met en van elkaar leren. Succesfactor voor deze bereidwilligheid is dat de beweging vanuit de docenten komt en niet opgelegd is door de directie. De andere kant van deze aanpak is dat er veel innovaties worden opgestart en dat de continuïteit van de projecten niet altijd gewaarborgd is.

Het Christelijk Lyceum organiseert een studiedag voor docenten, waar hun kwaliteiten en talenten tot uitdrukking komen. Docenten mogen workshops verzorgen waartoe zij zich toegerust en bereidwillig voelen. In vier rondes worden in totaal 24 workshops verzorgd, waarvan ca. 75% door collega’s. Mede door de organisatie van deze studiedag vindt kennisuitwisseling steeds meer plaats.

Good practices van de professionele leergemeenschap

Van Dijk ziet voorbeelden van de professionele leergemeenschap in het coachingsteam van startende docenten. De structuur staat, de ontvangst en begeleiding voor de docenten is goed geregeld. Een specifiek onderdeel van de introductiefase van de inductiefase is de oudergesprekstraining, die wordt afgerond vlak voor de eerste oudergesprekken, waarbij nieuwe docenten oefenen met een trainingsacteur.

Een tweede zichtbare manier van leren is de 'food for thought cyclus' in de grote pauze in de personeelskamer. Focus bij deze cyclus is hoe docenten ICT in de klas gebruiken. Met behulp van een verrijdbaar groot beeldscherm vertellen docenten om de week een verhaal over een instrument of toepassing van ICT in de klas. Docenten durven zichzelf professioneel te laten zien. Bijeman vindt dit een mooi voorbeeld van hoe de cultuur binnen het lyceum verschuift van een familiaire cultuur naar een meer professionele cultuur.

Het Christelijk Lyceum is onderdeel van een bestuur van vijf scholen, het CVOG. Samen organiseren de scholen ‘Opleiden in de school’. In cocreatie met de Hogeschool van Utrecht, de ALO van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en de Universiteit van Utrecht leiden zij stagebegeleiders op, op de vijf locaties van het bestuur. Het effect is dat de getrainde docenten bij elkaar op school komen en elkaar in een andere context professioneel ontmoeten. Dit stimuleert de uitwisseling.

Toekomst en advies

Bijeman en Van Dijk willen graag toewerken naar vaste momenten in de week, waarop secties en vakgroepen kunnen overleggen en afstemmen. Dit is randvoorwaardelijk om samen te kunnen werken en leren. Ze zien dat de cultuur en structuur van professionaliteit, van samen leren en werken, is versterkt en geborgd. De lopende, hierboven beschreven ontwikkelen blijven bestaan.

Advies aan de andere scholen is om projectleiders op te leiden; het zogenoemde leidinggeven zonder streven. Dat zou een parallel proces moeten zijn aan de initiatieven die docenten nemen. Dit versterkt de ontwikkeling van meer focus & finishes.

Tot slot geeft Van Dijk aan, dat het belangrijk is dat docenten van binnenuit de onderwijskundige ontwikkeling oppakken en daarbij steun van het managementteam krijgen.

Dit portret is onderdeel van een serie ter afsluiting van het project ‘ Professionele leergemeenschappen’ van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. Wilt u meer horen over de aanpak en ervaringen van de deelnemende scholen en met hen in gesprek gaan? Op 5 april vertellen zij over hun ervaringen op het PLG-symposium in Amsterdam.