Het Gomarus in Gorinchem nam deel aan het driejarige project 'Professionele leergemeenschappen’ (2014-2017) van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. In onderstaand portret vertelt Hans de Braal, projectleider en beleidsadviseur Onderwijs en Kwaliteit, over hun aanpak en wat het de school heeft opgeleverd. "Docenten worden zich bewuster van het feit dat ze van collega’s kunnen leren en dat zij nog iets te leren hebben. Dat prikkelt om verder te leren. Ook in de klas zijn al kleine veranderingen waarneembaar."

Waarom is de school in dit project gestapt?

Het Gomarus is ervan overtuigd dat de kwaliteit van het onderwijs grotendeels wordt bepaald door de kwaliteit van de docent. Elke verbetering zal dus ook via de professionaliteit en het gedrag van de docent gestalte moeten krijgen. Daarom is het belangrijk dat leidinggevenden en docenten op school blijven leren. En als mensen samen leren, gaat het vaak sneller en krachtiger dan alleen.

Waar staat de school nu?

Projectleider Hans de Braal vertelt dat er tijdens de projectperiode acht werkplaatsen en vijf mini-werkplaatsen zijn georganiseerd met diverse thema’s: differentiëren, formatief evalueren, leidinggeven, didactiek van het spel, etc. Het verschil tussen de werkplaatsen is de intensiteit van het samenkomen. De werkplaats kent acht hele dagen, verspreid over twee jaar. De mini-werkplaats heeft een korte cyclus. Daarnaast heeft het team de mogelijkheid om samen een beeldcoachingstraject te volgen. Hierbij bekijkt het team met behulp van Video Interactie Begeleiding samen beelden van een opgenomen les.

Meer dan de helft van alle docenten én leidinggevenden heeft deelgenomen aan één of meer PLG-activiteiten, zoals een (mini-)werkplaats of een beeldcoachingstraject.

Wat is het effect van (mini-)werkplaatsen?

De Braal ziet dat er verschillende effecten optreden. In de (mini-)werkplaatsen worden vuurtjes aangewakkerd om samen te leren. Daarmee stimuleert de werkplaats het leren in de school. Collega’s besmetten elkaar op een positieve manier, nemen initiatief om een (deel van een) studiedag te verzorgen.

Docenten worden ook bewuster van het feit dat ze van collega’s kunnen leren en dat zij nog iets te leren hebben. Dat prikkelt om verder te leren. Ook in de klas zijn al kleine veranderingen waarneembaar. Maar, zoals Hans benadrukt, werkt het Gomarus aan een cultuuromslag en dat heeft tijd nodig. Hij ziet ook een omslag van alleen leren naar samen leren.

Deelnemers aan de PLG zijn enthousiast en zorgen voor een transfer uit de werkplaats naar bijvoorbeeld hun eigen sectie of team. Een goed voorbeeld daarvan is ‘feedback geven en ontvangen’.

Professionele ruimte

Het Gomarus heeft bewust gekozen voor de verleidingsstrategie. De school is er van overtuigd dat deelname afdwingen niet werkt. Ze nodigen docenten uit voor specifieke werkplaatsen, maar zij mogen dan ‘nee’ zeggen. Juist de basis van vrijwilligheid maakt dat docenten hun professionele ruimte kunnen innemen. Een werkplaats heeft wel bepaalde kaders en vraagt van de docent om binnen de kaders van het thema een persoonlijke leervraag in te brengen en daarmee aan de slag te gaan. En daarmee heeft de docent regie over zijn eigen leerproces.

Om het samen leren te bevorderen worden maatjes gezocht, waarmee je het traject doorloopt. Elkaar feedback geven, inspireren en ondersteunen vormt een belangrijk onderdeel van het ‘maatje-zijn’.

Gedeeld leiderschap

Leidinggevenden willen het voorbeeld geven in het ‘samen leren’. Daarom heeft de school bewust aan het begin van het project een werkplaats voor leidinggevenden georganiseerd. Deze werkplaats voor teamleiders en sectievoorzitters had als thema ‘leidinggeven’. Zij hebben twee jaar samen geleerd, casussen besproken en gewerkt aan persoonlijk leiderschap. Door dit proces zelf door te maken, kunnen zij het leren van de docenten in de secties en teams beter faciliteren.

Toekomstperspectief

De Braal geeft aan dat er nog voldoende te ontwikkelen is. Over drie jaar verwacht hij een situatie waarbij het voor alle medewerkers (ook onderwijsondersteunend personeel) normaal is om samen te leren in werkplaatsen en in beeldcoachingsteams. Hoe ziet hij dat? Medewerkers nemen vaker deel aan een PLG, ze nemen meer zelf het initiatief om een PLG te starten. En, samen leren gebeurt niet alleen in een formele setting van een PLG, maar ook daarbuiten.

Dit portret is onderdeel van een serie ter afsluiting van het project ‘Professionele leergemeenschappen’ van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. Wilt u meer horen over de aanpak en ervaringen van de deelnemende scholen en met hen in gesprek gaan? Op 5 april vertellen zij over hun ervaringen op het PLG-symposium in Amsterdam.