10 april 2018

Het Groene Hart Leerpark in Alphen a/d Rijn nam deel aan het driejarige project 'Professionele leergemeenschappen’ (2014-2017) van de VO-raad en Onderwijscoöperatie. In onderstaand portret vertellen Marieke Hulsbergen (afdelingsleider), Manon Huttinga en Edward Wijsman (docenten-projectleiders) over hun aanpak en wat het de school heeft opgeleverd.

Context van het Groene Hart Leerpark
Het Groene Hart Leerpark is een vmbo-school in Alphen aan de Rijn en onderdeel van de Scope Scholengroep. Uit de visie van het Leerpark: "Op het Groene Hart Leerpark helpen we leerlingen op weg in het leven. Dat doen we door ze kennis en vaardigheden mee te geven, zodat ze goed voorbereid aan het vervolgonderwijs kunnen deelnemen en kritisch, zelfstandig en actief mee kunnen doen in de maatschappij.

Vmbo-leerlingen leren over het algemeen het beste als de leerstof gekoppeld is aan hun eigen leef- en belangstellingswereld. Daarom verbinden we in ons onderwijsprogramma ‘Leren door Doen’ zoveel mogelijk theorie met praktijk. Op het Groene Hart Leerpark gaan leerlingen en docenten op een prettige manier met elkaar om en de sfeer is warm en gezellig. De zorg voor de leerling staat tijdens de gehele schoolloopbaan centraal.”


Oorsprong van het project

Het project 'Professionele leergemeenschappen' (PLG) komt precies op het goede moment. Het sluit prima aan bij de ambities van het Groene Hart. Recent is namelijk het doel voor het Leerpark geformuleerd: de onderwijskwaliteit verbeteren en een meer professionele cultuur bewerkstelligen.

De school heeft een kwaliteitsslag nodig. Afdelingsleider Marieke Hulsbergen vraagt twee docenten als projectleider: Manon Huttinga en Edward Wijsman. De twee projectleiders nemen de opdracht aan en gaan aan de slag zonder te weten wat de ‘eindopbrengst’ zou zijn. Met het managementteam stellen zij een projectteam van docenten-procesbegeleiders samen. Het projectteam begeleidt het gehele proces tot een professionele leergemeenschap en ondersteunt de collega’s bij de onderwijsontwikkeling. Het projectteam bestaat uit twee projectleiders, de procesbegeleiders van de thematische Professionele Leerteams (PLT’s) en een MT-lid. Uiteindelijk ontstaan er diverse thematisch PLT’s.

Voorwaarde voor de ontwikkeling van PLT’s is een aantal kaders. Met deze kaders is tevens de professionele ruimte voor de docent afgebakend: het thema van de PLT sluit aan bij het schoolplan én het PLT komt de leerling ten goede. De PLT’s werken met een plan van aanpak waarin het doel, de vorderingen, de resultaten en de evaluatie beschreven worden.

Professionele ruimte

Huttinga en Wijsman geven aan dat er verschillende belangrijke momenten in het proces zijn geweest die impact hebben gehad op het proces. De eerste is een bezoek aan het Metis Montessori in Amsterdam. Deze school biedt een inspirerend perspectief voor de grondlegging van de PLG op het Leerpark.

Een tweede belangrijke interventie van het projectteam is de organisatie van een plenaire bijeenkomst op school, waarbij onderzocht wordt wat het draagvlak voor een PLG is en wat er nodig is om dit draagvlak te vergroten. Ook wordt de deskundigheid per collega in kaart gebracht. 

De thematische PLT’s gaan aan de slag onder begeleiding van een (docent-) procesbegeleider. Dit helpt om de koers en het proces te bewaken. Een zichtbaar effect van de PLT’s is, dat PLT’s elkaar durven op te zoeken. En buiten de PLT’s staan de deuren letterlijk meer open.

In overleg met het managementteam komt er een roostervrij onderwijsontwikkeluur in de week: 'maandag 7e uur' wordt een begrip op het Leerpark. Wat ook werkt, is dat het projectteam collega-docenten voortdurend bevraagt en feedback vraagt. Deze feedback neemt het projectteam mee in hun besprekingen en op plenaire bijeenkomsten.

In de loop van het proces nodigt het projectteam docenten uit om workshops over de PLT-thema’s te geven. Op deze manier maken docenten de verandering van ‘elkaar alleen informeren’ naar ‘samen kennis creëren’. Kortom, docenten nemen meer eigenaarschap. Een bijkomend effect is dat problemen eerder met elkaar worden opgelost alvorens naar het MT te stappen.

Samenvattend heeft de invoering van PLT’s de manier van denken en handelen veranderd bij docenten en leidinggevenden. Het projectteam ervaart dat het belangrijk is om iedere keer de motivatie en drijfveren als pijlers onder het project zichtbaar te houden, bij elke plenaire bijeenkomst.

Gedeeld leiderschap

Hulsbergen ziet niet alleen omslagen bij docenten maar ook bij de afdelingsleiders. “De leidinggevenden gaan meer faciliteren en ondersteunen, minder sturen en coördineren. Soms stappen zij nog in de valkuil om snel tot een product te komen. Soms is het nog lastig om procesmatig te denken en is het niet gemakkelijk om uit te zoomen. Het proces heeft tijd nodig en ze willen het niet forceren.

Het managementteam heeft besloten om zelf als een PLT te functioneren, waarbij een docent procesbegeleider is. Het wil zo een voorbeeld zijn voor de docenten en in een parallel proces leren mét de docenten. Evenals de docenten heeft het managementteam op een plenaire bijeenkomst zelf ook een workshop georganiseerd over het schoolplan. Docenten ontvangen dit initiatief enthousiast.

Het managementteam is van plan om PLT’s uit te nodigen om te monitoren. Voor docenten is dat een nieuwe situatie en blijft het spannend om in gesprek te gaan met het managementteam over de voortgang.”

Toekomst

Als de toekomst ter sprake komt in het gesprek zien Wijsman en Huttinga meer verbinding tussen diverse structuren in de school: secties, teams, MT etc. Daardoor ontstaat er meer samenhang tussen de projecten. De wens is dat PLT’s ook leerlingen en ouders betrekken bij de ontwikkeling binnen de PLT’s, als het thema zich daarvoor leent.

In de afgelopen drie jaar is er een stevige basis gelegd voor een lerende cultuur en structuur. Deze basis bouwt de school verder uit en wordt verankerd in het dagelijks handelen van leidinggevenden en docenten.

Bekijk ook de video over het PLG-project op Het Groene Hart. 


Dit portret is onderdeel van een serie ter afsluiting van het project ‘Professionele leergemeenschappen’ van de VO-raad en Onderwijscoöperatie.