Grote verschillen naar onderwijsniveau in steun voor democratie

30 oktober 2019

Nederlandse leerlingen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs steunen in grote mate de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zijn er aan het begin van het vo al flinke verschillen tussen jongeren op dit vlak. Dat blijkt uit onderzoek van het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen (ADKS) van de Universiteit van Amsterdam. Het ADKS is een nieuw meerjarig onderzoeksproject naar de ontwikkeling van democratische waarden onder leerlingen in het vo. Voor dit onderzoek zijn 2500 eerstejaars leerlingen ondervraagd op een vijftigtal scholen in Nederland.

Uit het onderzoek blijkt dat eerstejaars in het vo veel steun betuigen aan de principes van de democratie. Zo is het merendeel van de jongeren voorstander van de vertegenwoordigende of de directe democratie. Ook de bereidheid om te gaan stemmen is groot onder eerstejaars leerlingen. Maar liefst 77% van hen zegt waarschijnlijk of zeker te zullen gaan stemmen zodra zij achttien jaar oud zijn. 

Een ruime meerderheid van de eerstejaars steunt ook waarden als vrijheid en gelijkheid. 80% vindt dat mensen in Nederland dezelfde rechten en plichten moeten hebben, en er is veel steun voor de vrijheid van meningsuiting. Deze vrijheid heeft volgens de eerstejaars wel grenzen wanneer andere groepen zich daar gekwetst of gediscrimineerd door kunnen voelen.

Bij aanvang vo al opleidingskloof

Uit het onderzoek komt echter ook naar voren dat al in de eerste klas van het vo grote verschillen bestaan tussen leerlingen van verschillende onderwijssoorten als het gaat om steun voor democratische waarden, opvattingen over burgerschap, politiek vertrouwen, politieke interesse en politieke kennis tussen leerlingen. Met name tussen vmbo- en vwo-leerlingen zijn de verschillen aanzienlijk. Al in het eerste jaar onderschrijven leerlingen van het vwo de democratie sterker, hebben zij meer interesse in politiek en zelfvertrouwen op dit vlak, en zijn zij aanzienlijk sterker geneigd om later te gaan stemmen. Deze opleidingskloof – die onder volwassenen al langer wordt waargenomen – is dus blijkbaar al aanwezig bij leerlingen die pas aan het vo beginnen.

In vervolgonderzoek zal het ADKS-project zich richten op de vraag of deze opleidingskloof gedurende het vo kleiner of juist groter wordt, en welke rol de school daarbij speelt. Is het zo dat middelbare scholen de bestaande verschillen in democratische waarden vergroten, bijvoorbeeld doordat vwo’ers in een netwerk komen van leerlingen die ook graag over politiek praten of debatteren? Worden ze verkleind, bijvoorbeeld doordat vmbo’ers in een veelzijdige omgeving terechtkomen waar ze met verschillende standpunten te maken krijgen? Of blijven ze bestaan? En wat speelt daarbij een rol: het klimaat op de school of in de klas, of het curriculum?

VO-raad faciliteert bij burgerschap

Scholen zijn sinds 2006 verplicht aandacht te besteden aan burgerschap. Met het wetsvoorstel dat momenteel voorligt, wordt deze opdracht om vorm te geven aan goed burgerschapsonderwijs ook minder vrijblijvend. De VO-raad faciliteert bestuurders en schoolleiders op dit vlak; van het (door)ontwikkelen van een visie en de vertaling hiervan naar doelen, beleid en praktijk, tot het borgen van burgerschap in de school. Op de themapagina Burgerschap vindt u hierover uitgebreide informatie en mogelijkheden voor deelname aan onder meer netwerken en bijeenkomsten. Behoefte aan (extra) inspiratie en kennis? Bezoek dan de werkconferentie Focus op Burgerschap van 28 november.