Leerlingen mogen niet de dupe worden van vrijwillige ouderbijdrage

07 maart 2018

Minister Slob (Onderwijs) wil dat leerlingen niet langer door scholen worden buitengesloten als hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Daarom vraagt hij, in een brief aan de Tweede Kamer, de PO-Raad en de VO-raad om komend schooljaar duidelijke afspraken te maken om incidenten te voorkomen. Ook de VO-raad vindt het onacceptabel dat kinderen op sommige scholen buiten de boot vallen vanwege problemen met de ouderbijdrage en zal dit ook naar zijn leden uitdragen. Wel wijst de raad erop dat het fundamentele probleem achter deze incidenten besloten ligt in de – schrale – wijze van bekostiging van het onderwijs.

Scholen mogen aan ouders een bijdrage vragen voor onder meer extra voorzieningen en activiteiten waar zij geen bekostiging van de overheid voor ontvangen. Maar deze bijdrage dient te allen tijde vrijwillig te zijn. Ouders worden echter niet altijd voldoende op de hoogte gesteld van het vrijwillige karakter van deze ouderbijdrage, zo stelt de minister in zijn brief aan de Kamer. De minister vindt het niet acceptabel dat kinderen worden uitgesloten van activiteiten als een kerstdiner of schoolreisje omdat de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Lukt het de scholen niet om tijdig goede afspraken te maken, dan gaat de minister de wet aanscherpen, zo kondigt hij aan. Aanleiding voor de brief is een motie van de kamerleden Vermue (PvdA) en Van Dijk (SP), waarin gevraagd wordt een limiet te stellen aan de vrijwillige ouderbijdrage.

Alternatieven vrijwillige ouderbijdragen

Naar aanleiding van deze motie gaf toenmalig staatssecretaris Dekker aan bureau Regioplan de opdracht om onderzoek te doen naar alternatieven voor de vrijwillige ouderbijdrage in het primair en voortgezet onderwijs. De volgende alternatieven zijn onderzocht: maximeren, inkomensafhankelijk maken, door ouders laten vaststellen of afschaffen. Aan alle scenario’s kleven bezwaren, aldus Regioplan. Zo zorgt een inkomensafhankelijke vorm voor problemen in de uitvoering en kan ook het door ouders, via de MR, zelf bepaalde bedrag hoger liggen dan sommige ouders kunnen of willen betalen. Belangrijkste zorg bij maximering is dat het maximum in de praktijk het normbedrag wordt. Het bezwaar bij het afschaffen van de ouderbijdrage is dat het kan leiden tot een verschraling van het aanbod. Op het vaststellen van een maximale vrijwillige ouderbijdrage, zoals de Tweede Kamer heeft gevraagd, gaat de minister daarom vooralsnog niet in. Hij stelt voor de huidige regelgeving te handhaven en vraagt aan de VO-raad, PO-Raad, LAKS en Ouders en Onderwijs zorg te dragen voor handhaving.  

Herbezinning op bekostiging

De VO-raad vindt het ook onacceptabel dat leerlingen in sommige gevallen worden uitgesloten op grond van het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage en zal dit ook naar zijn leden uitdragen. Wel wijst de raad erop dat het argument dat afschaffing van de vrijwillige ouderbijdrage leidt tot een verschraling van het onderwijsaanbod ook omgedraaid kan worden. Verschraling in het geval van afschaffen betekent immers dat de huidige bekostiging niet toereikend is om alle leerlingen uitdagend onderwijs te kunnen geven, zonder dat ouders daarvoor hoeven te betalen. Een fundamentele herbezinning op de – schrale – bekostiging van ons onderwijs is nodig om deze complexe problematiek daadwerkelijk het hoofd te kunnen bieden.