Lerarentekort vergt stevigere aanpak

20 februari 2018

De oplopende lerarentekorten in het voortgezet onderwijs - alsook de werkdruk en de ‘onaantrekkelijkheid’ van het leraarsvak op zich - vragen om een stevigere en meer structurele aanpak vanuit de politiek. Zo dient het kabinet werk te maken van meer ontwikkeltijd voor leraren, een simpeler - of in elk geval flexibeler - bevoegdhedenstelsel en meer maatwerk in de lerarenopleidingen. Hier dringt de VO-raad op aan in een brief aan de Tweede Kamer, in aanloop naar het debat over leraren op woensdag 21 februari.

In het voortgezet onderwijs is sprake van een groeiend lerarentekort, naar verwachting oplopend tot 1200 fte in 2027.  Scholen hebben steeds meer moeite om de formatie rond te krijgen, waardoor ze soms gedwongen zijn om klassen te vergroten of on(der)bevoegde leraren voor de klas te zetten. De urgentie om dit aan te pakken is dus hoog. Het voorgenomen kabinetsbeleid pakt echter geen fundamentele knelpunten aan. Tijdens de laatste ALV vroegen de leden van de VO-raad hier al aandacht voor.

Ontwikkeltijd voor leraren

Zo is belangrijk dat er meer ontwikkeltijd voor leraren wordt gecreëerd. De VO-raad wil dit punt richting het kabinet en de Kamer opnieuw met klem bepleiten. Leraren moeten 100 uur ontwikkeltijd krijgen in hun jaartaak, waarmee ze gericht kunnen werken aan de ontwikkeling van eigentijds onderwijs. Hiermee wordt de werkdruk verminderd en het leraarsvak aantrekkelijker gemaakt, waardoor ook meer goede mensen worden aangetrokken.

Simpeler bevoegdhedenstelsel

De afgelopen jaren is het aantal onbevoegd gegeven lessen met succes teruggedrongen, maar de huidige aanpak hierbij heeft inmiddels zijn grens bereikt. ‘De regelgeving is ingewikkeld, de route om ‘aanvullende’ bevoegdheden te halen zwaar en voor bepaalde vakken is het vrijwel onmogelijk om bevoegde docenten te vinden’, zo concludeerde de Onderwijsinspectie afgelopen december. De inspectie pleit er dan ook voor dat de inrichting van het bevoegdhedenstelsel simpeler of in ieder geval flexibeler zou moeten worden, zodat (bekwame) docenten breder inzetbaar of breder bevoegd kunnen worden. Dit helpt het lerarentekort tegen te gaan. De VO-raad steunt deze oproep dan ook van harte. 

Samen opleiden, professionaliseren en onderzoeken

Om het aantrekkelijker te maken een lerarenopleiding te volgen, willen schoolbesturen samen met lerarenopleidingen de omslag maken naar meer maatwerk en flexibiliteit in de opleiding, en op die manier barrières voor bijvoorbeeld zij-instromers opruimen. Daarnaast moet het ‘samen opleiden in de school’ worden uitgebouwd en versterkt; elke student zou moeten kunnen profiteren van een opleiding binnen de school.

De VO-raad vindt ook dat lerarenopleidingen en besturen (meer dan nu) samen een doorlopende leerlijn moeten (kunnen) creëren vanaf de initiële opleiding tot de begeleiding van starters en de verdere professionalisering van zittende leraren. In dit licht is het belangrijk dat het kabinet een R&D-infrastructuur voor het onderwijs faciliteert. Het is belangrijk dat structureel wordt geïnvesteerd in de verbinding van opleiden, onderwijsonderzoek, onderwijsontwikkeling en landelijke kennisontwikkeling. 

Lerarenregister

Het debat van aanstaande woensdag gaat ook over het lerarenregister. In het vo leven nog altijd zorgen over dit register. Het kabinet legt de verantwoordelijkheid voor het slagen van het register neer bij de Deelnemersvergadering van de Onderwijscoöperatie als vertegenwoordiger van de beroepsgroep. De VO-raad steunt deze rolverdeling, maar gaat er wel vanuit dat het kabinet vanuit de eigen verantwoordelijkheid voor het stelsel zal blijven bewaken dat oplossingen voor knelpunten tijdig worden gevonden en dat op tijd wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor implementatie.

Om mogelijk te maken dat besturen binnen het gestelde tijdpad kunnen voldoen aan hun wettelijke opdracht, is het bijvoorbeeld essentieel dat er op korte termijn duidelijkheid komt over het tijdpad en de inrichting van het lerarenregister en registervoorportaal. Daarnaast moet er meer duidelijkheid komen over de benoemingsgrondslagen van leraren in het vo. Op dit moment moet een leraar in het register aangeven welk vak hij of zij geeft, terwijl het bestuur ervoor verantwoordelijk is dat de leraar bevoegd is voor het vak dat hij of zij geeft. Dit zorgt voor onnodige verwarring en onduidelijkheid. 

 Lees de gehele brief van de VO-raad aan de Tweede Kamer n.a.v. het Kamerdebat over leraren