Ondanks begrotingsoverschot geen ruimte voor extra middelen

28 augustus 2019

Minister Slob zegt nee tegen het noodpakket tegen werkdruk en tekorten, dat onder meer de VO-raad heeft geëist. Dat schrijft hij in antwoord op Kamervragen van Van Meenen (D66). Slob ziet momenteel geen ruimte om nog extra middelen beschikbaar te stellen. Deze ruimte is er wel degelijk, vindt de VO-raad, er is juist sprake van bovenmatige overschotten van de rijksoverheid. Wel of niet extra investeren in het onderwijs is een politieke keuze.

Opvallend is dat de minister op de vraag naar extra investeringen antwoordt: ‘Het kabinet investeert al fors in de salarissen en werkdruk in het primair onderwijs. Zoals ik al vaker heb gezegd, is er momenteel geen ruimte om nog extra middelen beschikbaar te stellen.’ Over investeringen, of beter het gebrek daaraan, in het voortgezet onderwijs rept de minister niet.

Het Rijk hield over heel 2018 8,4 miljard euro meer over dan begroot. Ook in de Voorjaarsnota 2019 bleef 1,5 miljard euro meer over dan verwacht. Dit komt deels door hogere belastinginkomsten als gevolg van de hoogconjunctuur. Bovendien worden vacatures vanwege de krapte op de arbeidsmarkt niet direct opgevuld waardoor de overheid minder salaris hoeft te betalen.

Aantrekkelijkheid werken in het onderwijs

Minister Slob wijst erop dat het kabinet meehelpt de financiële aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten. Het heeft een lastenverlichting van €5 miljard afgesproken. Daarnaast is de kinderopvangtoeslag met €248 miljoen geïntensiveerd. Werken gaat daardoor in de komende jaren voor iedereen meer lonen. Een dag meer werken in het onderwijs levert daardoor, afhankelijk van de gezinssituatie, de komende jaren zo’n 4 tot 12% meer op dan nu (los van de verhogingen van de lerarensalarissen). Dat is allemaal heel mooi, maar het geldt voor alle werknemers. Werken in het onderwijs wordt hierdoor niet aantrekkelijker.