Sectorplan COVID-19: leerlingen gaan naar school, ook als seinen op rood staan

04 juli 2022

Ook als bij een nieuwe coronagolf forse maatregelen noodzakelijk zijn blijven leerlingen fysiek naar school gaan, al is dat niet meer allemaal tegelijkertijd. Scholen mogen de leerlingen voor de helft van de tijd op school ontvangen. Dit is het belangrijkste uitgangspunt van het sectorplan COVID-19 voor het funderend onderwijs.

Daar waar in de vorige pandemie de scholen alleen open waren voor uitzonderingsgroepen is het de bedoeling dat alle leerlingen naar school blijven gaan. Hierbij is het van groot belang dat de veiligheid van onderwijspersoneel wordt gewaarborgd. De VO-raad blijft bij het kabinet aandringen om onderwijspersoneel de mogelijkheid te geven zich te laten vaccineren als zij dat gewenst vinden voor hun veiligheid

Het sectorplan is opgesteld in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW en een brede vertegenwoordiging uit het onderwijsveld. Ook de vakbonden zijn bij het opstellen van het plan betrokken geweest maar hebben uiteindelijk besloten het plan niet te onderschrijven omdat zij vinden dat er te weinig harde afspraken gemaakt zijn om de veiligheid van het personeel te garanderen.

Het onderwijs heeft een essentiële functie in de ontwikkeling van onze kinderen en jongeren. Daarom is het van groot belang dat leerlingen, ook bij een opleving van het coronavirus, naar school kunnen blijven gaan. Om dit zo veilig en verantwoord mogelijk te kunnen doen beschrijft het sectorplan vier scenario’s in oplopende zwaarte, met bijpassende maatregelen. Omdat iedere school en locatie weer anders is, is er in de uitvoering van de maatregelen ruimte voor een eigen invulling.

Wanneer welk scenario?

Het kabinet besluit wanneer wordt op- of afgeschaald naar een ander scenario. Indien het kabinet besluit om een scenario in werking te laten treden, dan geldt voor scholen dat zij de bijbehorende maatregelen zo snel mogelijk invoeren (zowel bij opschaling als bij afschaling), maar uiterlijk binnen één werkweek. Omdat we de afgelopen jaren gezien hebben dat snelle wisselingen in de geldende maatregelen het draagvlak voor naleving sterk verminderen, blijven deze maatregelen vervolgens minimaal twee weken geldig. De maatregelen zijn cumulatief. Dat betekent dat bij opschaling naar het nieuwe scenario de reeds geldende set maatregelen van het vorige scenario van kracht blijven.

Hoeveel ruimte hebben scholen in het kiezen van maatregelen?

Sommige maatregelen zullen, net als in de afgelopen jaren, wettelijk verplicht zijn (zoals het dragen van mondkapjes vanaf een bepaalde leeftijd op bepaalde plaatsen). De meeste maatregelen kennen juridisch gezien de status van een dringend advies en zijn daarmee niet juridisch afdwingbaar of handhaafbaar. Vanwege het grote belang voor de volksgezondheid wordt van scholen verwacht dat zij zich zoveel mogelijk inspannen om alle maatregelen tot uitvoering te brengen. In de uitvoering van de maatregelen is ruimte voor eigen invulling. In het oranje scenario wordt bijvoorbeeld van scholen verwacht dat ze looproutes hanteren, hoe ze dat vervolgens doen is aan de school.

Aandacht voor welzijn van leerlingen

De Covid-pandemie heeft laten zien dat de sociale functie van het onderwijs essentieel is voor het welbevinden en de leermotivatie van leerlingen. In het rode, meest ingrijpende scenario is dan ook aangegeven dat scholen hier expliciet aandacht aan besteden. De VO-raad benadrukt dat het belangrijk is om gedurende een opleving van het virus goed te monitoren hoe het met de mentale gezondheid van leerlingen gaat en hiermee rekening te houden bij het aanbod van de school.

Wendbaarheidsagenda

De ervaringen met de coronapandemie maken het ook noodzakelijk na te denken over hoe het vermogen van de onderwijssector om te kunnen reageren op een onvoorspelbare situatie of crisis vergoot kan worden. Het sectorplan bevat een zogenaamde richtinggevende wendbaarheidsagenda voor het onderwijs. De VO-raad is hierover in overleg met het ministerie. Wij vinden het van belang dat er daarbij onder andere goed naar het examenstelsel wordt gekeken. De beperkingen van de organisatie en uitvoering van dit fijnmazige stelsel zijn tijdens de COVID-pandemie uitdrukkelijk in beeld gekomen. Ook het jaarklassensysteem en het bevorderingsbeleid beperken het opvangen van de gevolgen van een crisis.

De VO-raad heeft onlangs gepleit voor meer waarborgen voor scholen die leerlingen die dat nodig hebben extra tijd geven om hun programma te doorlopen. Deze scholen mogen hiervan geen negatieve gevolgen ondervinden voor de beoordeling van hun onderwijsresultaten. Het sectorplan voorziet weliswaar in enige coulance, maar in de optiek van de VO-raad zijn meer waarborgen nodig.

Draaiboek

Van scholen en schoolbesturen wordt verwacht dat zij een vertaalslag van het sectorplan maken tot een draaiboek voor hun eigen context en locatie(s). Dit draaiboek dient uiterlijk 1 oktober 2022 te worden voorgelegd aan de medezeggenschap. De VO-raad heeft een voorbeeld van een draaiboek gemaakt dat scholen hierbij kunnen gebruiken. Ook is er een handreiking met praktijkvoorbeelden ontwikkeld voor de situatie dat de helft van de leerlingen tegelijkertijd naar school kan gaan, het rode scenario.
 


Ventilatie

Het sectorplan gaat ook in op het belang van goede ventilatie. Om scholen te ondersteunen bij goed ventileren heeft de minister diverse maatregelen genomen, waaronder het ter beschikking stellen van financiële middelen. Recent stelde het ministerie hiervoor 140 miljoen euro extra voor ter beschikking. Met deze maatregelen kan in de meeste scholen de ventilatie aanzienlijk verbeterd worden. Tegelijkertijd is een deel van de schoolgebouwen moeilijk aan te passen waardoor simpele ventilatie-ingrepen niet afdoende zijn om te kunnen ventileren volgens de arbo-normen. Van schoolbesturen wordt in die gevallen verwacht dat zij altijd de CO2-gehaltes meten en advies vragen aan Ruimte-OK. De experts kijken dan hoe met de beschikbare middelen toch zo optimaal mogelijk geventileerd kan worden, welke aanpassingen in het lesrooster nodig zijn of hoe instructie voor het personeel verbeterd kan worden. Wanneer, bijvoorbeeld in het oranje of rode scenario, niet kan worden voldaan aan de ventilatie-eisen, spant het schoolbestuur zich in om naar alternatieven te zoeken, binnen of buiten de school.

vier fases met tekstuele weergave