Slob: examenpraktijk verder verbeteren; versterking schoolexamen eerste stap

25 april 2019

De examineringspraktijk op scholen is uit balans. Dit concludeert minister Slob in zijn visiebrief op toetsing en examinering in het vo van 18 april jl. De minister noemt een aantal acties waarmee hij de toets- en examineringspraktijk verder wil verbeteren, met behoud van het goede. Zo wil de minister de positie van het schoolexamen versterken.

In zijn Kamerbrief verwijst de minister naar de constatering van zowel de Onderwijsraad als de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering dat de focus op het centraal examen sterk is toegenomen. Hierdoor is de examenpraktijk uit balans geraakt en het civiel effect van het examen versmald. Er is weinig eigenaarschap op het vlak van toetsing in de scholen en de ruimte voor schooleigen toetsing wordt nauwelijks benut. Ook wordt er weinig gebruikgemaakt van formatieve toetsing en ligt de focus teveel op makkelijk meetbare cognitieve vaardigheden en minder op brede vaardigheden.

Om de balans te herstellen, wil Slob als eerste stap de positie van het schoolexamen binnen het eindexamen versterken. Samen met de sector wil hij komen tot betere kaders voor de inhoudelijke en procesmatige kwaliteitsborging van de schoolexaminering. Dat kan ook betekenen dat op den duur in het toezicht minder nadruk op het centraal examen en meer nadruk op de kwaliteit en afname van het schoolexamen komt te liggen.

Deze benadering van OCW spoort goed met die van de VO-raad. De VO-raad heeft het initiatief genomen om de aanbevelingen van de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering in acties om te zetten. Met negen actielijnen - rond onder meer de inrichting van een examencommissie en collegiale consultatie - wil de VO-raad werken aan een volwaardig schoolexamen, dat recht doet aan de visie van de school op de schoolexaminering en aan het afsluitende karakter zoals het schoolexamen is bedoeld.

Goede voorbeelden huidige examenpraktijk

De minister noemt in zijn brief de digitale flexibele examens bb en kb  als een goed voorbeeld van examinering; net als de VO-raad is hij positief over de mogelijkheid voor flexibele afnamemomenten en ‘het op een andere manier kunnen toetsen’, die leerlingen meer aanspreekt. In zijn brief geeft hij aan dat hij de aanbeveling over wil nemen om deze digitale flexibele examens bb en kb regulier te maken, en het CvtE laat onderzoeken hoe dit kan worden geïmplementeerd. In het voorjaar van 2020 stuurt hij een voorstel hierover naar de Kamer.

Ook spreekt de minister zijn waardering uit voor de huidige praktijk van het cspe, waarbij de focus naast cognitieve kennis ook op praktische vaardigheden ligt. Nederland loopt met dit type examens internationaal gezien voorop, aldus Slob. De VO-raad deelt deze mening, maar constateert ook dat de afname van het cspe veel tijd vraagt van de scholen en - zeker voor de technische profielen - ook hoge (materiaal)kosten met zich meebrengt. 

Verdere aanpassingen examinering

Wat betreft verdergaande aanpassingen op het gebied van toetsing en examinering toont de minister zich terughoudend. Hij wil de tijd nemen om te waarborgen dat eventuele aanpassingen weloverwogen en evidence based zijn. Slob start daartoe verschillende onderzoeken, zoals een onderzoek naar de voor- en nadelen van brede invoering van diploma’s op verschillend niveau en een onderzoek naar een zorgvuldige procedure voor erkenning van schooleigen vakken, zodat de resultaten die leerlingen daarop behalen onderdeel kunnen worden van het diploma.

Op het gebied van formatief evalueren wil de minister wel forse stappen maken; in zijn brief geeft hij aan verder te willen gaan met de ingezette acties om deze vorm van toetsen een betere plek te geven in de schoolpraktijk. Het nieuwe programma Voortgezet Leren van de VO-raad en Schoolinfo biedt ondersteuning op dit vlak.