Slob in debat over onderwijs na zomervakantie: wacht 24 juni af

18 juni 2020

Op 17 juni debatteerde de Tweede Kamer opnieuw met minister Slob over de coronamaatregelen in het onderwijs. Hierbij werd duidelijk dat volledige openstelling van het vo na de zomervakantie in de Kamer de voorkeur heeft. Minister Slob benadrukte in zijn reactie om 24 juni af te wachten; op deze datum neemt het kabinet een principebesluit over verdere openstelling op basis van advies van het Outbreak Management Team (OMT).

In het debat uitten veel Kamerleden hun zorgen over de logistieke en didactische vraagstukken waar scholen momenteel voor staan bij het vormgeven van goed onderwijs op 1,5 meter afstand. Zo is - zoals ook uit een recente enquête van de VO-raad bleek - de combinatie van fysiek en afstandsonderwijs zeker op de langere termijn ingewikkeld. In de Kamer bestaan ook zorgen over het beperkte fysieke onderwijs dat momenteel mogelijk is binnen de scholen en de mogelijke gevolgen hiervan voor leerlingen als het gaat om hun kennis- en sociaal-emotionele ontwikkeling. Kritiek hadden de Kamerleden op een deel van de scholen dat onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden om fysiek onderwijs te bieden.

Daarnaast blijkt de handhaving van de 1,5 meter tussen leerlingen een grote uitdaging. De overgrote meerderheid van de Kamerleden benadrukte het spanningsveld tussen de 1,5-meterregels binnen de school en de werkelijkheid van de leerlingen buiten het klaslokaal. De Kamerleden erkenden dat het voor scholen lastig kan zijn om de noodzaak van het 1,5-meterregime uit te leggen aan leerlingen.

Ook was er aandacht voor leerlingen in een kwetsbare positie. Hierbij verwezen de Kamerleden onder meer naar een recent manifest, waarin een groep burgemeesters van (middel)grote steden benadrukten dat de coronacrisis – en de lange periode van voornamelijk afstandsonderwijs die hieruit voortkomt – zorgt voor groeiende kansenongelijkheid voor deze groep. De Kamerleden vroegen de minister in dit kader naar de extra middelen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden en een extra investering in zomerscholen. De minister lichtte toe dat er vanuit het vo al 101 aanvragen zijn gedaan voor deze middelen. Na de zomervakantie volgt nog een mogelijkheid om aanvragen te doen. Desgevraagd gaf Slob aan dat het ook mogelijk is om met deze middelen een commerciële partij in te huren om bijvoorbeeld een zomerschool te organiseren. Dit zou onder andere ook een oplossing kunnen zijn om de hoge werkdruk van docenten – zeker in deze tijd van corona en lerarentekorten - te verlichten.

24 juni

De sfeer in het debat maakte duidelijk dat - vanwege de genoemde kwaliteit en de sociale functie van het onderwijs, de bestrijden van kansenongelijkheid en de aandacht voor kwetsbare leerlingen - volledige openstelling van het voortgezet onderwijs na de zomervakantie de voorkeur heeft. Daar past dan volgens de Kamer ook een terugkeer naar het normale leerplichtregime bij.

In zijn reactie onderstreepte de minister dat het belangrijk is om niet vooruit te lopen op 24 juni. Het kabinet zal dan - op basis van nieuw advies van het OMT dat dan beschikbaar is - een principebesluit nemen over het regime na de zomervakantie. Dit uiteraard met alle voorbehoud dat nodig is in verband met de ontwikkeling van de pandemie in de zomermaanden, benadrukte Slob.

Examens vso

De openstelling van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en de voortgang van de college-examens voor vso-leerlingen kregen in het debat tenslotte ruime aandacht. De college-examens, uitgevoerd door de staatsexamencommissie zijn in volle gang en leiden later dan in het regulier vo tot de uitslagbepaling. Ook voor deze leerlingen is een vlaggendag in voorbereiding.
 

In de media
Nieuwsuur besteedde op 17 juni aandacht aan de huidige situatie in het vo en de dicussie over hoe verder te gaan na de zomervakantie. Bekijk de uitzending van Nieuwsuur - met VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller - terug (fragment begint na 24:30 minuten).