Tweede Kamer legt nadruk op onderwijstoezicht en schaalgrootte in debat VMBO Maastricht

20 december 2018

De wettelijke bevoegdheden van de minister en de inspectie waren te beperkt om adequaat in te grijpen in de situatie bij VMBO Maastricht. Dat zei minister Slob in het Algemeen Overleg van 19 december 2018 in de Tweede Kamer over de examencrisis bij de Maastrichtse vmbo-school. Hij gaat onderzoeken of de bevoegdheden in extreme situaties uitgebreid kunnen worden. Toen de crisis aan het licht kwam heeft de minister er voor gekozen om ‘open kaart’ te spelen. Hij bleef echter het antwoord schuldig op de vraag van GroenLinks of hij – met de kennis van nu – andere keuzes zou hebben gemaakt.

Goede afloop

In het Algemeen Overleg lieten alle fracties en de bewindslieden zich lovend uit over de gezamenlijke inzet om er voor te zorgen dat alle gedupeerde leerlingen van VMBO Maastricht alsnog een volwaardig diploma zouden behalen. Het prioriteit geven aan de belangen van leerlingen heeft zich vertaald in een goede afloop. Inmiddels hebben nagenoeg alle leerlingen het examen afgerond en een diploma ontvangen.

Afstand tussen bestuur en werkvloer 

Maar na deze loftuitingen werden er door de fracties harde noten gekraakt. Zowel aan het adres van de – voormalige – intern toezichthouders en bestuursleden van LVO als aan het adres van de inspectie werden  kwetsbaarheden en kritiekpunten geuit die ook uit de diverse onderzoeksrapporten naar voren kwamen. Zijn besturen niet ‘too big to control’?  Is de kloof tussen ‘schoolbord en schoolbestuur’ niet te groot geworden en hebben bestuurders wel zicht op de onderwijskwaliteit? De fracties SP, GroenLinks, PvdA en PVV pleitten voor meer kleinschaligheid en pluriformiteit in het onderwijs en uitten hun ongenoegen over de situatie in Maastricht waar LVO een monopoliepositie heeft. Enkele fracties zoals SP en PVV benadrukten in dit kader hun onvrede over het afschaffen van de fusietoets. De bewindslieden gingen niet mee in deze discussie en benadrukten dat juist in krimpgebieden grotere besturen betere garanties kunnen bieden voor het in stand houden van een pluriform onderwijsaanbod. Slob gaf aan dat hij in het kader van het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ hierover met de Tweede Kamer in debat gaat. 

Afdelingen zijn grondig onderzocht

Ook het handelen van de inspectie leidde tot veel vragen aan de beide bewindslieden. Heeft de inspectie voldoende grip op de kwaliteit van het onderwijs? Hoe kan het dat signalen zijn gemist? De inspectie had volgens D66 en SGP  – vanuit hun wettelijke taak – naar aanleiding van deze signalen moeten handelen. Ook het feit dat – bij nader onderzoek – alsnog een aantal afdelingen van LVO zeer zwak of onvoldoende scoorden, bevreemdde enkele fracties. De minister erkende dat de wijze waarop deze afdelingen door de inspectie zijn onderzocht, breder en grondiger was dan gebruikelijk.

Gereedschapskist niet toereikend

De minister herhaalde diverse malen dat de wettelijke bevoegdheden van hemzelf of van de inspectie om in te grijpen beperkt waren omdat we in ons stelsel een grote autonomie hebben toegekend aan besturen.  ,,Nu konden we niet anders. Als wij wat anders in onze gereedschapskist hadden gehad, hadden we irritaties en frustraties kunnen voorkomen.’’ Hij onderzoekt of het ministerie in mogelijke nieuwe crisissituaties extra bevoegdheden kan krijgen om in te grijpen, maar benadrukte ook dat een inspectie het bestuur niet kan overnemen en dat het bestuur altijd verantwoordelijk blijft. Ook minister Van Engelshoven benadrukte dat het “toezicht nooit waterdicht is” en dat “risico’s alleen zijn uit te sluiten door een vorm van toezicht die niemand in onze samenleving wenst”.

De fracties gaven vooral aan het als een incident te zien. Dat strookt ook met de conclusie van de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering die geen indicaties vond voor grootschalige onregelmatigheden in de sector. D66 en CDA waarschuwden om aan de hand van één incident nieuwe regels op te tuigen. ,,Deze crisis had kunnen worden voorkomen als mensen hun werk hadden gedaan”, vond D66-Kamerlid Paul van Meenen. ,,Dat geldt ook voor de inspectie.’’

Op 20 december 2018 stemde de Kamer voor de volgende moties:

  • onderzoek naar de benodigde capaciteit van de Inspectie van het Onderwijs voor de langere termijn
  • onderzoek naar de wijze waarop de medezeggenschap meer invloed krijgt op de  selectieprocedure van toezichthouders
  • onderzoek of goede voorbeelden voor verplichte bijscholing uit andere sectoren, zoals het puntenstelsel, ook ingevoerd kunnen worden in het onderwijs
  • in kaart te brengen wat de verschillen in positie zijn van de direct belanghebbenden bij het onderwijs in rechtsvormen als de vereniging, de stichting en de coöperatie en de mogelijke wettelijke gevolgen hiervan.

Rapport Commissie Kwaliteit Schoolexaminering

Het rapport over de kwaliteitsborging van schoolexaminering van de Commissie Kwaliteit Schoolexaminering is – vanwege tijdgebrek – alleen kort gememoreerd waarbij enkele politici aangaven het positief te vinden dat het er is. Dit rapport zal in de Tweede Kamer besproken worden als de minister hier in zijn examenbrief van medio januari een uitgebreidere reactie op heeft gegeven. Hij liet in het debat al doorschemeren dat hij zal ingaan op de aanbeveling om te komen tot de inrichting van een examencommissie die ook de taak kan hebben om het schoolexamen meer een schoolspecifiek karakter te geven. Op 16 januari 2019 organiseert de VO-raad een extra ledenbijeenkomst over het rapport.