Tweede Kamer wil lumpsum behouden én bijsturen

06 maart 2019

Betere informatie over besteding onderwijsgeld, meer rechten voor de medezeggenschap en meer aandacht voor hoge reserves. Dit zijn de belangrijkste initiatieven die minister Slob wil nemen om de werking van de lumpsumbekostiging te verbeteren. Dit werd duidelijk in het algemeen overleg over de lumpsum op 6 maart 2019 in de Tweede Kamer.

UPDATE: Op 18 maart 2019 volgde er op het debat een VAO met het indienen van moties over lumpsum. Op 26 maart stemt de Tweede Kamer over deze moties.

 

De meeste partijen onderschrijven dat de lumpsum de beste of, voor sommigen, minst slechte financieringsvorm is voor het onderwijs in Nederland. De lumpsum garandeert de benodigde bestedingsvrijheid, en daarmee flexibiliteit, om in te spelen op de behoeften van de school. Tegelijk wil de Kamer soms ook invloed uitoefenen door geld voor een specifiek doel beschikbaar te stellen. De minister zegde toe bij de evaluatie van de sectorakkoorden, na overleg met het veld, een kader te presenteren op basis waarvan kan worden bepaald of geld via de lumpsum of een doelsubsidie moet worden uitgekeerd. Hij gaf daarbij aan geen voorstander te zijn van schotten in de bekostiging.

 

Zoals eerder al toegezegd voert Slob een onderzoek uit naar de vraag of het bekostigingsniveau toereikend is. In dit onderzoek wordt ook meegenomen in hoeverre deze bekostiging doelmatig wordt ingezet. In dit onderzoek zal ook de door D66 voorgestelde mogelijkheid om op schoolniveau te bekostigen worden bekeken. De minister verwacht de resultaten in het voorjaar van 2020.

Verbeteren van werking lumpsum

Hoewel de lumpsumsystematiek niet fundamenteel ter discussie werd gesteld, gaven partijen wel aan ontevreden te zijn over de werking ervan en droegen hiervoor verschillende oplossingsrichtingen aan:

Betere informatie
Aangezien niet altijd duidelijk is waar het onderwijsgeld aan wordt uitgegeven, heeft de minister eerder al een verplichte sectorale benchmark aangekondigd. Deze benchmark moet inzicht geven in de manier waarop schoolbesturen hun geld uitgeven. Dit levert vergelijkbare sturing- en verantwoordingsinformatie op. Slob wil daarbij in ieder geval inzicht in de overhead en reserves van een bestuur. De VO-raad heeft eerder aangegeven aan de slag te gaan met de ontwikkeling van een benchmark. Daarbij wordt nadrukkelijk geleerd van de manier waarop de MBO-benchmark is ingericht en gebruik gemaakt van wat al beschikbaar is in Vensters.

Meer rechten voor de medezeggenschap
Zoals voorgenomen in het Regeerakkoord krijgt de medezeggenschap instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. De minister wil deze hoofdlijnen uitwerken door de betrokken partijen. Daarbij hecht hij belang aan zaken als de verdeling tussen personeel en materieel, de afdracht aan het bestuur en de reservepositie.

Aandacht voor hoge reserves
Vrijwel kamerbreed is er onvrede dat een deel van de schoolbesturen te hoge reserves aanhoudt. Veel partijen steunen het voorstel om een norm op te stellen voor die hoge reserves. Voor deze norm zou ‘pas toe of leg uit’ moeten gelden. De minister zegt toe de Onderwijsinspectie te laten onderzoeken wat een goede norm is voor de hoogte van de reserves. Ook wil hij in gesprek met schoolbesturen over de vraag hoe hoge buffers bestreden kunnen worden. 

Brief VO-raad

In aanloop naar het algemeen overleg over de lumpsum heeft de VO-raad in een brief aan de Tweede Kamer geschetst hoe de sector werkt aan een goede verantwoording, onder meer door versterking van de verantwoordingsinformatie en het aanpakken van hoge buffers.