VO-raad: 5,5 miljoen voor snel internet is doekje voor het bloeden

26 januari 2017

De ministeries van OCW en EZ maken gezamenlijk 5,5 miljoen euro vrij om circa 800 schoollocaties die nu niet beschikken over een snelle internetverbinding (via glasvezel of coaxkabel) financieel te ondersteunen bij de aanleg ervan. Dit schrijft staatssecretaris Dekker in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij ingaat op de stand van zaken van het Doorbraakproject Onderwijs en ICT. De VO-raad is blij dat snelle internetverbindingen voor scholen in het funderend onderwijs op de agenda van het kabinet staan, maar geeft tegelijkertijd aan dat er meer geld nodig is om alle scholen van een snelle en toekomstvaste internetverbinding te voorzien.

Met behulp van ict en digitaal lesmateriaal kunnen scholen modern, uitdagend onderwijs en onderwijs op maat bieden aan hun leerlingen, zo schrijft Dekker in zijn brief. Ook kan ict helpen de werkdruk van leraren te verlagen. Om ict en digitale leermiddelen op een goede manier te kunnen inzetten, moet wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. In zijn brief gaat Dekker nader in op hoe hier binnen het Doorbraakproject Onderwijs en ICT aan is gewerkt, en hoe het project en het kabinet in de toekomst deze randvoorwaarden willen realiseren.

Snelle internetverbinding

Een belangrijke voorwaarde om ict en digitaal lesmateriaal in de klas te kunnen inzetten, is dat scholen beschikken over snelle en toekomstvaste internetverbindingen. Daarnaast is een goede interne ict-infrastructuur van cruciaal belang om de volle potentie van ict-toepassingen ook achter de voordeur te benutten. Zoals door de staatssecretaris aangegeven, heeft 11% van de vo-scholen momenteel echter helemaal geen toegang tot glasvezel of coaxkabel.

Met het argument dat ‘als je uitdagend en eigentijds les wilt geven toegang tot het internet onontbeerlijk is’, maakt het ministerie van OCW samen met EZ in totaal 5,5 miljoen euro vrij om circa 800 schoollocaties (po en vo) die nu geen toegang hebben tot glasvezel of coaxkabel financieel te ondersteunen bij de aanleg van een snelle internetverbinding. Dekker schrijft een regeling te zullen uitwerken die de helft van de aansluitkosten voor scholen vergoed. Naar verwachting kunnen de eerste scholen hier nog dit jaar van profiteren.

De VO-raad is verheugd dat het kabinet snelle en toekomstvaste internetverbindingen in het funderend onderwijs belangrijk vindt en er geld voor vrij maakt. Tegelijkertijd is de VO-raad van mening dat het vrijgemaakte bedrag slechts een doekje voor het bloeden is. Eerder is in het kader van het Doorbraakproject namelijk berekend dat er minimaal 65 miljoen euro nodig is om alle scholen in het funderend onderwijs te voorzien van een snelle en toekomstvaste internetverbinding. Om het belang van deze internetverbindingen te onderstrepen, zette de VO-raad recentelijk nog samen met een aantal andere partijen zijn handtekening onder een manifest waarin onder andere gepleit wordt voor internet om op te bouwen.

Leermiddelenmarkt

Een andere belangrijke randvoorwaarde voor een goed gebruik van ict en digitaal lesmateriaal in de klas, is dat scholen goed weten wat zij willen op dit gebied en welk aanbod er is, en dat zij dit vervolgens kunnen kopen tegen een goede prijs/kwaliteitsverhouding. Om dit te bereiken heeft het Doorbraakproject onder meer:

  • Een aanbestedingsadviesraad opgezet, die scholen helpt hun behoeften te verduidelijken, zodat uitgevers en ICT-dienstverleners hun producten daarop kunnen afstemmen. Scholen worden verder geholpen met programma’s van eisen, sectorale inkoopvoorwaarden en inkoopondersteuning.
  • De website ‘innovatie in onderwijsetalage’ gelanceerd, die scholen inzicht geeft in de innovatieve ontwikkelingen op het gebied van leermiddelen en onderwijs.
  • Het initiatief genomen om met een groep bestuurders na te denken over de wenselijkheid en realiseerbaarheid van een sectorbrede inkoopcoöperatie, voor de gezamenlijke inkoop van ict-gerelateerde producten en diensten. Dit zou niet alleen inkoopvoordeel kunnen opleveren, maar kan ook de mogelijkheid bieden om bijvoorbeeld beveiligingsdiensten in te kopen die voor individuele besturen lastig aan te schaffen zijn. Bestuurders kunnen zich nog aanmelden voor de klankbordgroep via annaserraris@vo-raad.nl.
     

Wat de VO-raad betreft ontbreekt het in de brief van Dekker nog aan een visie over de huidige btw-tarieven in de leermiddelenmarkt. Waar scholen 6% btw betalen over papieren lesboeken, moeten scholen 21% btw betalen over digitale leermiddelen. Dit verschil in btw-tarieven staat innovatie in de weg, omdat scholen al gauw duizenden euro’s extra kwijt zijn aan digitale leermiddelen. Daarenboven dienen licenties voor deze digitale leermiddelen jaarlijks verlengd te worden. De VO-raad pleit daarom voor het gelijktrekken van de btw-tarieven op leermiddelen, zodat meer scholen opteren voor digitale leervormen. Ook het gelijktrekken van de btw-tarieven maakte deel uit van het eerdergenoemde manifest dat gesteund wordt door de VO-raad.

Privacy

Een derde randvoorwaarde waar Dekker in zijn brief naar verwijst is dat de privacy van leerlingen gegarandeerd moet zijn. Na eerdere stappen, zoals het ontwikkelen van een privacyconvenant, wordt nu gewerkt aan een wetsvoorstel voor de invoering van een pseudoniem voor leerlingen die digitale leermiddelen gebruiken, op basis van het persoonsgebonden nummer.  Dit wetsvoorstel treedt naar verwachting in de loop van het schooljaar 2017-2018 in werking.

Om scholen te helpen bij het aanpakken van informatiebeveiliging en privacy, heeft Kennisnet in samenwerking met de VO-raad en PO-Raad de ‘aanpak informatiebeveiliging en privacy’ ontwikkeld.

Ontwikkeltijd leraren

ICT-toepassingen stellen docenten in staat verder te kijken dan de ontwikkelingen van leerlingen binnen de lesmethode alleen en leerlingen in hun individuele behoeften, afgestemd op hun eigen ontwikkeling, te voorzien. Dit vraagt echter meer van docenten, zoals een beter begrip van de kerndoelen van het curriculum en het analytisch vermogen om de doorlopende leerlijnen van leerlingen te overzien. Daarnaast moeten zij in staat zijn hun lessen aan de behoeften van leerlingen aan te passen. Dit vraagt enerzijds om meer ontwikkeltijd voor docenten om zowel aan hun differentiatie- als aan hun digitale vaardigheden te werken. Anderzijds moet in de lerarenopleidingen meer aandacht worden besteed aan de vaardigheden die leraren van de toekomst nodig hebben. In de voortgangsrapportage ontbreekt het volgens de VO-raad aan aandacht voor differentiatie- en digitale vaardigheden bij leraren. Ook hiervoor heeft de VO-raad recentelijk als ondertekenaar van het ict-manifest een lans gebroken.