22 januari 2020

Het Scala College en het Coenecoop College - allebei openbare vo-scholen - zijn per 1 januari 2019 bestuurlijk gefuseerd. Op diverse terreinen werken ze nu in een stichting met elkaar samen om daarmee het onderwijs van beide scholen beter te kunnen organiseren. “Een hele gangbare, logische manier om te reageren op leerlingendaling,”redeneert bestuurder Frank de Wit. “Deze daling komen we tegen in 80% van de regio’s in Nederland, maar als je kijkt naar het aantal bestuurlijke fusies als gevolg van dit vraagstuk… dan gebeurt dit bijna niet.”

In vogelvlucht
Het Scala College (drie locaties) en het Coenecoop College (twee locaties), zijn allebei openbare vo-scholen met respectievelijk 2400 en ruim 1000 leerlingen. Per 1 januari 2019 zijn ze een bestuurlijke fusie aangegaan. Dit betekent dat ze nu op diverse terreinen met elkaar samenwerken om daarmee het onderwijs van beide scholen beter te kunnen organiseren. Ook is er nu meer zekerheid over de continuïteit van het Coenecoop College en is de kwetsbaarheid van de school verkleind. Bijkomend voordeel is onder meer een sterkere profilering op de arbeidsmarkt, meer ontwikkelingsmogelijkheden voor docenten en betere ondersteuning. De nieuwe stichting kent één raad van toezicht en een college van bestuur (Frank de Wit). De stichting heeft een medezeggenschapsraad voor beide scholen en één gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.


“Onze regio, het Groene Hart, kent een krimp van ongeveer 10% in tien jaar tijd. Het Scala College in Alphen aan den Rijn is een heerlijke school, het Scala telt 2400 leerlingen en heeft alles in huis. Gymnasium, atheneum, havo en vmbo. De school heeft sportklassen, biedt tweetalig onderwijs en er zijn High schools, aanvullend op het onderwijsaanbod. Het Coenecoop College zit met ruim 1000 leerlingen in Waddinxveen en in Boskoop, dat is aangrenzend. Zij willen ook graag alles aanbieden, maar zijn eigenlijk wat te klein. En aangezien het aantal leerlingen in de regio verder daalt en we de continuïteit van dat onderwijs belangrijk vinden, moeten we dat gezamenlijk oppakken,” schetst De Wit de situatie.

In 1 stichting

“Medio 2017 zijn drie schoolbesturen met elkaar in gesprek gegaan over de toekomst en hoe we die samen wilden vormgeven. Na een aantal gesprekken en een soort verkenning, besloten twee schoolbesturen om door te gaan: het Scala en Coenecoop College. We hebben toen de vraag gesteld: wat hebben we voor die gedeelde toekomst nodig? Dat leverde de conclusie op dat we het anders konden organiseren en beter konden onderbrengen in één stichting. Toen is het proces om te komen tot een bestuurlijke fusie in gang gezet. Daarin zijn we geholpen door BMC.”

Het fusieproces

De inhoudelijke expertise van BMC had voor De Wit een duidelijke meerwaarde: “Ik vond het een leuke klus - moeilijk is ook leuk - en ik heb er veel van geleerd, maar het vraagt wel om scherpte en alertheid. Je moet je daarbij laten helpen, anders zwem je zonder diploma! Als openbaar onderwijs heb je met het college van B&W te maken en de gemeenteraad. Daarnaast moet je luisteren naar alle geledingen, denk aan ouders, leerlingen, medezeggenschapsraden, het management en de toezichthouders. Het is complex en lastig; in de besluitvorming, de wet- en regelgeving, de fusie-effectrapportage, maar ook in de volgordelijkheid, wie nou wat op welk moment moet besluiten. Mede omdat je dat op twee verschillende plekken tegelijkertijd moet doen.”

De Wit zoomt in: “Eenmaal in de vier weken was ik de voorzitter van een stuurgroep. Dan keken we terug naar ons eigen huiswerk, wat we allemaal moesten doen. En we keken vooruit op wat er nog voor ons lag en of we alle rollen goed hadden verdeeld. En omdat we dat proces zo hadden ingericht, konden we alles keurig afvinken. Alles wat je af moest vinken, dat had ik als bestuurder zelf nooit kunnen bedenken. Dus het helpt dat je een inhoudelijke specialist hebt die meer doet dan het proces begeleiden, want dat kan je zelf ook. Je hebt iemand nodig die ook de expertise heeft om je inhoudelijk te voeden met wat er moet gebeuren.”

Durf breed te kijken, wees niet bang en laat je helpen en ondersteunen

“De beeldvorming is, dat als een stichting iets groter wordt, dat ten koste gaat van de nabijheid van onderwijs, het persoonlijk karakter. Maar dat heeft natuurlijk niets te maken met hoe je iets organiseert! De scholen en de vestigingen die er waren, zijn er nog steeds, ondanks dat je het anders hebt geregeld op het terrein van ICT, personeelszaken, administratie en meer in de toekomst, waardoor de kwaliteit van de ondersteuning ook is toegenomen. We kunnen als scholen nog beter van elkaar leren. En er is nu wat meer zekerheid over de continuïteit van het Coenecoop College. Want er komen niet alleen minder leerlingen, maar ook minder docenten beschikbaar op de arbeidsmarkt. We zitten hier een half uur van de grote steden en het is niet vanzelfsprekend dat docenten voor een school van hier kiezen en al helemaal niet voor een kleine kwetsbare school. We zijn nu een aantrekkelijke werkgever en dat moeten we vooral zo houden. Als je iets groter bent, heb je ook wat meer te bieden in de ontwikkeling van docenten.”

Verschil in verwachting

De Wit is overwegend tevreden over het proces van de fusie: “De periode voorafgaand aan de fusie is heel strak en ook soepel verlopen. Dat komt niet alleen door de goede ondersteuning, maar ook door de inzet van mijn collega bij het Coenecoop. De periode daarna, hoe zo’n bestuurlijke fusie nou landt vanaf 1 januari, daar had ik meer oog voor moeten hebben. Dat is mijn leerpunt. Ik was vooral bezig met het besluitvormingsproces. Dat was transparant en iedereen was daar heel tevreden over. Maar er waren ook verschillende verwachtingen. Mensen die nu op meerdere scholen gingen werken moesten soms wennen aan de cultuurverschillen. En er waren systemen die we op elkaar moesten afstemmen; dat was goed voorbereid, maar ik had daar nog meer aandacht voor moeten hebben. Aan de andere kant: als je alles gaat blauwdrukken is dat ook niet goed! Een samenwerking moet ook groeien en dat kun je ook niet altijd op papier definiëren. Hoe ik dat nu aanpak? Door alert te zijn, er aandacht voor te hebben en daar ook gewoon met elkaar over te praten.”

Vind ook wat!

Tegen collega’s zou De Wit willen zeggen: “Durf breed te kijken, wees niet bang en laat je helpen en ondersteunen. Laat je niet verrassen. En vind ook bestuurlijk wat! Want als je alleen maar volgt en je vooral wilt luisteren naar wat anderen vinden, dan gaat het niet goed. Je moet wel kunnen uitleggen en vertellen waarom het van belang is. Voor het onderwijs, voor de leerling en daarmee ook voor de continuïteit van je eigen organisatie.

Wat je nu ziet in krimpregio’s is dat de gesprekken door elkaar lopen; soms gaat het over het behoud van scholen en dat vind ik verkeerd. Het moet gaan over het behoud en de toegankelijkheid van onderwijs. En dan móeten scholen samenwerken. Bedenk wat er nodig is in dat gebied en hoe dat is te organiseren. En wie dat dan doet, dat is een afgeleide vraag.”

Over de bestuurlijke fusie en overdracht…
Een bestuurlijke fusie kan bestaan uit het volledig samengaan van twee of meer schoolbesturen of uit de overdracht van één of meer (maar niet alle) scholen van het ene schoolbestuur aan het andere.

Door een bestuurlijke fusie kan ook een samenwerkingsbestuur gevormd worden. Een samenwerkingsbestuur bestuurt zowel een of meer openbare scholen, alsook een of meer bijzondere scholen. Op die manier hoeven besturen bij fusie hun eigen denominatie niet op te geven en hoeven hun scholen op dat gebied niets te veranderen.

Bestuurlijke overdracht is een vorm van bestuurlijke fusie, maar anders dan bij andere vormen blijven beide besturen bij een bestuurlijke overdracht bestaan. Bij een bestuurlijke fusie kiezen twee besturen er gezamenlijk voor om het bevoegde gezag van een school over te dragen van het ene bestuur naar het andere.

In het geval van een institutionele fusie tussen twee scholen van verschillende besturen is altijd eerst een bestuurlijke overdracht nodig.