05 februari 2020

Het Bonaventuracollege in Roelofarendsveen hield 1 augustus 2019 op te bestaan. Voor het schooljaar 2019/2020 hadden zich ondanks goed bezochte open dagen en ouderavonden maar 24 nieuwe brugklassers aangemeld. ‘Dit was te weinig om de al krimpende school op een verantwoorde manier open te houden’, vertelt Frits Hoekstra, bestuurder van de Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL).

In vogelvlucht
Het Bonaventuracollege in Roelofarendsveen, een mavo-havo-vwo onderbouw met een mavobovenbouw, hield 1 augustus 2019 op te bestaan. Van een vestiging met 332 leerlingen in 2014 kromp de school naar 195 leerlingen in 2018. Met de huidige aanmeldingen voor de brugklas 2019 (24), telde de school nog maar 145 leerlingen. Een te klein aantal om de school op een verantwoorde manier open te houden. Sluiting was ook verantwoord vanuit het perspectief van dekkend onderwijsaanbod in de regio: er is voldoende te kiezen. Alle 145 Bonaventura-leerlingen konden overstappen naar drie andere scholen van de Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL) in Leiderdorp of Leiden. Medewerkers in vaste dienst kregen een baan aangeboden op een andere school van SCOL. Voor personeel met een tijdelijk contract werd gekeken waar vacatures ontstonden. Onder SCOL vallen rooms-katholieke en protestants-christelijke scholen, po en vo.


Eigenlijk spelen er twee dingen in Roelofarendsveen, stelt Hoekstra: een sterke leerlingendaling en de aanwezigheid van een breed vo-aanbod in de regio: “In de jaren zestig kende het dorp drie middelbare scholen. Eentje sloot er in die periode en de overige twee fuseerden toen tot een mavoschool met een brede onderbouw. Deze school fuseerde later weer met het Bonaventuracollege, een mavo-havo-vwo onderbouw met een mavo-bovenbouw. Het aantal basisgeneratie-leerlingen neemt hier al langere tijd af. ‘De vijver’ met potentiële brugklasleerlingen (de ‘basisgeneratie’) is de afgelopen vijf jaar gedaald van 360 naar 260.”

Afstand minder belangrijk

“Een bijkomend punt is dat een school dichtbij huis minder belangrijk is geworden. Acht van de tien brugklasleerlingen in Roelofarendsveen kiezen nu voor een brugklas buiten het dorp. Je kunt naar Leiden, Leiderdorp, Lisse, Alphen aan den Rijn, Nieuw-Vennep. In Leiderdorp (circa 9 kilometer vanaf het centrum van Roelofarendsveen), heb je ook alleen een mavo-bovenbouw en een brede onderbouw. Daar gingen meer kinderen uit Roelofarendsveen naar toe dan naar ons… Je gaat een dorp uit en bent groot genoeg om de stap naar de stad te maken, dat speelt ook! Andere redenen variëren van: meteen starten op een school waar je van begin tot einde kan blijven en examen kunt doen (havo en vwo), kiezen voor bepaalde concepten op andere scholen. En de elektrische fiets maakt dat er geen tegenwind meer is, zeg ik altijd. De busverbindingen zijn ook goed en veel ouders werken in de stad en hebben geen probleem met halen en brengen.

Maatschappelijke opdracht

“Er is de afgelopen jaren geprobeerd om de school aantrekkelijk te houden. Onder meer door het aanbod uit te breiden met vmbo basis- en kaderonderwijs (2015), en meer contact met het bedrijfsleven. Voor het schooljaar 2019-2020 lag er een nieuw onderwijsprogramma klaar, met bijvoorbeeld aandacht voor de individuele behoefte van leerlingen en flexibiliteit in het rooster. Maar de positieve reacties tijdens de open dagen vertaalden zich niet naar voldoende aanmeldingen.”

Dit is de beste beslissing voor het onderwijs in de bredere regio

Hoekstra: “Het proces om de school te sluiten is vrij soepel verlopen, de gemeente vindt het jammer, maar begrijpt het. Nog even werd er geroepen: ja, maar we gaan nog 400 huizen bouwen de komende tien jaar … maar dan heb ik pas over 25 jaar misschien die kinderen binnen. Toen we de cijfers lieten zien, het deelnemerspercentage en ook wat het ons extra kost om die vestiging open te houden - 3,5 ton boven de formatie - was de gemeente(raad) overtuigd. Los van die extra kosten moet je je ook afvragen: is er nog een behoefte? En wat is onze maatschappelijke opdracht? Die behoefte was toch niet zo groot. En als er nou geen school binnen een redelijke afstand te vinden was, dan hadden we een andere opdracht. Maar er is voldoende keuze en daarom denken we nu dat sluiten de beste beslissing is voor het onderwijs in de bredere regio.”

Proces van sluiting

“In twee weken tijd - toen de aanmeldcijfers bekend waren - hebben we besloten om tot sluiting over te gaan (half maart 2019). Dat betekende het team inlichten, voorlichting aan ouders, de medezeggenschapsraad, de raad van toezicht, een gesprek met de wethouder. Dat moest ook zo snel want de aangemelde kinderen moesten natuurlijk een nieuwe plek vinden. Alle zittende leerlingen kregen ook aandacht; hebben we daar een plek voor en zijn er voldoende mensen?”

Alle 145 leerlingen konden overstappen naar drie andere scholen van SCOL in Leiderdorp of Leiden; Hoekstra benadrukt: “We hebben er uiteraard wel voor gezorgd, dat de kinderen die bij elkaar in de klas zaten, dit schooljaar ook weer bij elkaar zitten. De examenleerlingen maken het ook met hun eigen klasgenoten af. De andere kinderen - bijna 100 - hebben besloten om toch in Leiderdorp naar de onderbouw te gaan. Die school telt nu 500 leerlingen en wordt daarmee wat stabieler. Als je kijkt waar de kinderen heen konden, dan was hier voldoende keuze. Dan moet ik als bestuurder er niet zijn om mijn school overeind te houden, dan moet ik er zijn om goed onderwijs te waarborgen!”

Inspelen op krimp

“Ik denk dat het krimp-denken nu, sinds een jaar of twee, begint in te dalen in de organisatie. Soms is een school vijf jaar populair en dan zakt het weer iets; die golfbewegingen spelen ons nu in Leiden meer parten dan de krimp. Maar de krimp is er wel en komt harder op ons af dan we in Nederland beseffen. En daar moeten we als schoolbesturen ook op inspelen. Het kan niet zo zijn dat de ene school leeg staat en de ander noodgebouwen moet neerzetten, dan moeten we samen in gesprek, zo hebben we dat in het RPO met de vo-scholen afgesproken. Organiseer dat gesprek in tijden van groei zodat je daarna de krimp op kunt vangen. Dat moet je steeds blijven vertellen, herhalen, aan de hand van cijfers. De raden van toezicht moeten ook mee, die hebben de opdracht om de eigen instelling zo goed mogelijk overeind te houden. En voor de meeste stichtingen is de opgave: het in stand houden van een bepaald type onderwijs. En op het moment dat je het in stand houden als bestuur dan anders wilt interpreteren… dat duurt even!”
 

Over het sluiten van een school…
Als leerlingenaantallen sterk teruglopen, kan opheffing de consequentie zijn. De beslissing om een school op te heffen kan zowel van het schoolbestuur als van de minister komen. Het besluit van de minister komt wanneer het aantal leerlingen drie jaar achter elkaar onder de opheffingsnorm ligt (WVO, artikel 107. Opheffingsnormen). Het initiatief kan ook voor die tijd al door het schoolbestuur worden genomen. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat er op termijn te veel scholen in een regio zullen zijn voor het aantal leerlingen dat wordt verwacht, kan het verstandig zijn
om een school (of nevenvestiging) op te heffen voor het problematisch wordt.

Bij een sluiting heeft de medezeggenschapsraad adviesrecht. Over gevolgen voor leerlingen en personeel heeft de medezeggenschapsraad instemmingsrecht. Na doorlopen van de medezeggenschapsprocedures kan een bijzondere school door het bevoegd gezag worden gesloten. Alleen de gemeenteraad kan besluiten tot sluiting van openbare scholen en nevenvestigingen.

Veel besturen kiezen ervoor om bij sluiting de school met een andere school te laten fuseren. In dat geval wordt de gefuseerde school tijdelijk gecompenseerd voor de teruggang in bekostiging. Dit geld kan gebruikt worden om de overgang goed vorm te geven. En bijvoorbeeld personeel op een verantwoorde manier te laten afvloeien.

Verder lezen:
• WVO, artikel 107. Opheffingsnormen
Website Rijksoverheid over het opheffen van scholen
Website DUO over het opheffen van scholen