Lerarenbeleid in de spotlights

17 juni 2021

Het ministerie van OCW licht in een Kamerbrief de stand van zaken ten aanzien van het lerarenbeleid toe. In de brief wordt ook een vooruitblik gegeven naar wat er de komende tijd nog gaat spelen en wat eventueel in een nieuwe kabinetsperiode wordt opgepakt. Bij de Kamerbrief verstuurt de minister een groot aantal onderzoeken en evaluaties. We zetten de belangrijkste zaken voor u op een rij.
  • Het personeelsbeleid in het vo is gemiddeld genomen ‘strategischer’ geworden, doordat het beter is afgestemd op externe ontwikkelingen en op onderwijskundige doelen. In 2021 en 2022 stelt OCW middelen beschikbaar aan vo-besturen via de bijgestelde Regeling Prestatiebox, waarmee ze hun strategisch personeelsbeleid verder kunnen versterken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de begeleiding van startende leraren. De VO-raad heeft samen met OCW een servicedocument opgesteld als handvat voor besturen om de resterende prestatieboxmiddelen goed in te zetten.
     
  • In het actieplan Duurzaam werken in het onderwijs heeft de VO-raad samen met de andere sectorraden een voorstel gedaan voor een duurzame en structurele aanpak van het lerarentekort. Ook vakorganisaties steunen ons plan op grote lijnen. Gezamenlijk wordt een vervolgtraject ingericht. Het is aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over de gevraagde investeringen.
     
  • Lerarenopleidingen zijn voortvarend bezig in het kader van het Bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen, onder andere  met de vorming van regionale allianties. De flexibilisering van de lerarenopleidingen moet onder andere zorgen voor een betere toeleiding naar het lerarenberoep.
     
  • Uit nieuw onderzoek naar tekortvakken in het vo blijkt dat er voor verschillende (clusters van) vakken ook verschillende knelpunten worden ervaren in de toeleiding naar het lerarenberoep. OCW gaat de komende tijd verder uitwerking geven aan de aanbevelingen uit dit onderzoek.
     
  • Uit onderzoek naar zijinstroom blijkt dat winst valt te behalen in een betere matching van vraag en aanbod, in het doorontwikkelen van de route om deze (nog) beter aan te laten sluiten bij de aanwezige kennis en competenties van de zij-instromer en de behoefte van de werkgevers en in een adequate investering voor begeleiding en ondersteuning van zij-instromers. De aandachtspunten uit het rapport worden betrokken bij het wetgevingstraject om de route zijinstroom in het beroep te moderniseren en te integreren in de reguliere routes naar het leraarschap. De vervolgstappen worden in afstemming met onder andere de VO-raad, lerarenopleidingen, zijinstromers en besturen gezet.
     
  • Uit het eerste deel van de strategische evaluatie van het lerarenbeleid (2013-2020) blijkt waar het nog beter kan en moet in de sector, met name de implementatie van SHRM en het versterken van begeleiding startende leraren komen hier naar voren. Een belangrijke aanbeveling ten aanzien van het lerarenbeleid van de afgelopen jaren is het verhogen van samenhang en synergie van beleid. Dit sluit aan bij het eerdere pleidooi van de VO-raad voor meer structurele oplossingen voor het lerarentekort en onderstreept het belang om meer focus aan te brengen.
     
  • In een separate brief aan de Kamer heeft minister Slob tevens antwoord gegeven op een aantal gestelde vragen met betrekking tot het initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Bisschop (SGP) en Kwint (SP) om het wettelijke verplichte lerarenregister af te schaffen. Daaruit blijkt dat Slob vooralsnog geen definitief afscheid wil nemen van het lerarenregister en blijft het voorlopig in de ijskast staan. Alle politieke partijen benadrukken dat een register echt gedragen moet worden door de beroepsgroep, en daarmee nu niet aan de orde is. Ook is er een breed draagvlak om de bepalingen rondom het ‘professioneel statuut’ niet te schrappen. Daarmee blijft het professioneel statuut verplicht in het funderend onderwijs.