Page 1 Copy 2 Created with Sketch.
Maatwerk
Nederland kent internationaal gezien relatief veel zittenblijvers. Recente onderzoeken tonen aan dat dit zittenblijven vaak ineffectief is; het is voor veel leerlingen erg demotiverend en draagt lang niet altijd bij aan een succesvol vervolg van de schoolloopbaan. Steeds meer scholen experimenteren daarom met alternatieven voor zittenblijven, waarbij leerlingen via maatwerktrajecten – zoals lente- en zomerscholen – de mogelijkheid krijgen alsnog over te gaan.

Voorlopige cijfers van DUO laten zien dat in het schooljaar 2015/2016 5,7 procent van de leerlingen in het vo een keer blijft zitten. In het Sectorakkoord VO is afgesproken dat dit in 2020 moet zijn teruggebracht tot 3,8 procent. Zittenblijven wordt in de hand gewerkt door ons onderwijssysteem, waarbij wordt gewerkt met jaarklassen en een relatief vroege selectie in verschillende ‘tracks’ met harde tussenschotten en eindniveaus.

Dit zittenblijven is in veel gevallen echter niet effectief, zo concludeerde zowel een interdepartementale werkgroep van de Rijksoverheid als het Centraal Planbureau. Er kunnen goede redenen zijn om een individuele leerling te laten doubleren, maar voor veel leerlingen geldt dat zij ondermaats presteren op slechts één of enkele vakken. Het is dan zonde als zij een heel jaar moeten overdoen. Daarnaast brengt zittenblijven sociaal-emotionele ‘kosten’ met zich mee. Het is vaak erg demotiverend voor leerlingen die op slechts een of een paar vakken tekortkomen en kan de prestaties van deze leerlingen en hun medeleerlingen negatief beïnvloeden. Hierbovenop komen nog indirecte kosten: zittenblijvers betreden later de arbeidsmarkt en leveren de overheid dus bijvoorbeeld minder belastinginkomsten op. Volgens het CPB gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer 900 miljoen per jaar.

Het is dus waardevol om met alternatieven voor zittenblijven te experimenteren, aldus het CBP. De VO-raad onderschrijft dit. We zien ook dat steeds meer scholen met dergelijke alternatieven aan de slag gaan. Zij bieden leerlingen die dreigen te blijven zitten een maatwerktraject aan – bestaande uit extra begeleiding en/of meer leertijd – waardoor zij de kans krijgen alsnog over te gaan. Bekijk het filmpje om te zien wat de mogelijkheden zijn:

Een voorbeeld zijn de lente- en zomerscholen, een initiatief van de VO-raad en CNV Onderwijs. Op een zomer- of lenteschool worden leerlingen in twee vakantieweken bijgespijkerd in een of enkele vakken waar ze nog onvoldoende op scoren. Weten ze hun leerachterstand weg te werken, dan kunnen ze alsnog worden bevorderd naar het volgend leerjaar.

Na het succes van pilot-zomerscholen in 2013 en 2014 zijn nu in het hele land deze interventies tegen zittenblijven te vinden. In 2015 hebben ruim 3000 leerlingen van 260 middelbare scholen een programma gevolgd om hun leerachterstand weg te werken. In 2016 hebben 488 middelbare scholen (vestigingen) een lente- of zomerschoolprogramma opgezet voor meer dan 11.000 leerlingen, die hiermee een extra kans kregen om over te gaan naar het volgende leerjaar.

TIER UM onderzocht de effecten van de lente- en zomerscholen. 76% van de deelnemende leerlingen aan een lenteschool en 87% van de deelnemende leerlingen aan een zomerschool is in 2016 alsnog bevorderd is naar het volgende schooljaar. Het onderzoek is herhaald in 2017, waaruit bleek  dat 77% van de deelnemende leerlingen aan een lenteschool en 88% van de deelnemende leerlingen aan een zomerschool in 2017 alsnog bevorderd is naar het volgende schooljaar. De zomerschool heeft een direct verlagend effect op het zittenblijven van de deelnemende leerlingen. Voor de lenteschool kon een direct verband niet worden aangetoond.

Downloads