Wat speelt er?

Nederland kent internationaal gezien relatief veel zittenblijvers. Recente onderzoeken tonen aan dat dit zittenblijven vaak ineffectief is; het is voor veel leerlingen erg demotiverend en draagt lang niet altijd bij aan een succesvol vervolg van de schoolloopbaan. Steeds meer scholen experimenteren daarom met alternatieven voor zittenblijven, waarbij leerlingen via maatwerktrajecten de mogelijkheid krijgen alsnog over te gaan.

Cijfers van DUO laten zien dat per leerjaar gemiddeld tussen de 5 en 6 procent van de leerlingen in het vo blijft zitten. In het Sectorakkoord VO is afgesproken dat het zittenblijfpercentage in 2020 moet zijn teruggebracht tot 3,8 procent. Deze ambitie is blijven bestaan in het geactualiseerde sectorakkoord 2019-2020 en één van de afspraken in de afhechting van het sectorakkoord is dat de middelen voor het voorkomen van zittenblijven ook in 2021 en 2022 via de prestatiebox gereserveerd blijven om deze ambitie te halen.

Zittenblijven wordt in de hand gewerkt door ons onderwijssysteem, waarbij wordt gewerkt met jaarklassen en een relatief vroege selectie in verschillende ‘tracks’ met harde tussenschotten en eindniveaus.
Dit zittenblijven is in veel gevallen echter niet effectief, zo concludeerde zowel een interdepartementale werkgroep van de Rijksoverheid als het Centraal Planbureau. Er kunnen goede redenen zijn om een individuele leerling te laten doubleren, maar voor veel leerlingen geldt dat zij ondermaats presteren op slechts één of enkele vakken. Het is dan zonde als zij een heel jaar moeten overdoen. Daarnaast brengt zittenblijven sociaal-emotionele ‘kosten’ met zich mee. Het is vaak erg demotiverend voor leerlingen die op slechts een of een paar vakken tekortkomen en kan de prestaties van deze leerlingen en hun medeleerlingen negatief beïnvloeden. Hierbovenop komen nog indirecte kosten: zittenblijvers betreden later de arbeidsmarkt en leveren de overheid dus bijvoorbeeld minder belastinginkomsten op. Volgens het CPB gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer 900 miljoen per jaar.

Het is dus waardevol om met alternatieven voor zittenblijven te experimenteren, aldus het CPB. De VO-raad onderschrijft dit. We zien ook dat steeds meer scholen met dergelijke alternatieven aan de slag gaan. Zij bieden leerlingen die dreigen te blijven zitten een maatwerktraject aan – bestaande uit extra begeleiding en/of meer leertijd – waardoor zij de kans krijgen alsnog over te gaan.

Downloads

Senior beleidsadviseur eigentijds onderwijs, onderwijstijd, overgang naar ho, internationalisering

Carolien Hueting

Neem contact op Page 1 Copy 2 Stel uw vraag aan de helpdesk (voor VO-raad leden) Page 1 Copy 2