Alle onderwerpen

Onderwerp

Sociale veiligheid

De school moet een plek zijn waar leerlingen en leraren zich veilig en goed voelen, waar er ruimte is voor diversiteit en ze zichzelf kunnen zijn. Dit is ook een belangrijke randvoorwaarde om goed te kunnen leren/werken en zich te kunnen ontwikkelen. Scholen werken continue aan het creƫren en behouden van een dergelijke (sociaal) veilige omgeving, waarbij ze te maken krijgen met diverse maatschappelijke uitdagingen die ook de school binnenkomen. Het voorkomen en aanpakken van deze maatschappelijke problemen - zoals pesten en polarisatie - staat hierbij centraal.

Wat speelt er?

(Sociale) veiligheid algemeen

Veruit de meeste leerlingen en docenten in het vo voelen zich veilig op school, zo blijkt uit de meest recente Veiligheidsmonitor 2020-2021. Een ruime meerderheid van de scholen werkt ook proactief aan het creëren en behouden van een sociaal veilig klimaat en heeft hier beleid op ontwikkeld, wat ook een verplichting is vanuit de wet ‘Sociale veiligheid op scholen’

Echter, een klein percentage - 2% van de leerlingen en 4% van de leraren - geeft aan zich (erg) onveilig te voelen binnen de school en het veiligheidsgevoel is de afgelopen jaren ook licht afgenomen. We zien ook dat maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de verharding van de maatschappij en digitalisering - ook de school in komen en zorgen voor nieuwe problematiek, zoals sexting en extremisme. Specifieke aandachtspunten zijn verder dat ouders en leerlingen nog niet altijd voldoende geïnformeerd worden over, en betrokken worden bij het sociale veiligheidsbeleid. Verder durven betrokkenen nog niet altijd melding te maken na een incident of weten ze niet waar ze terecht kunnen, en schort het soms aan goede opvolging van meldingen of klachten door de school. 

Het is dus belangrijk als sector te blijven inzetten op de sociale veiligheid. In maart presenteerde minister Wiersma een aantal plannen hiertoe. De VO-raad verkent momenteel samen met andere onderwijsorganisaties een visie op sociale veiligheid en een gezamenlijke aanpak. Eerder vroegen de sectorraden al aandacht voor de huidige versnippering in de aanpak.

Pesten, discriminatie en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag

Uit de Veiligheidmonitor 2020-2021 blijkt dat 5% van de leerlingen en 9% van het personeel wordt gepest of gediscrimineerd op school, bijvoorbeeld vanwege hun afkomst, seksuele voorkeur, uiterlijk of gedrag. Dit percentage is gelijk gebleven in vergelijking met 2018. 

Hoewel het lastig is pesten geheel uit te bannen, is het streven natuurlijk dit percentage verder omlaag te krijgen. Vrijwel alle scholen voeren hier in samenwerking met anderen beleid op, zowel preventief als reactief. Vanuit de wet ‘Sociale veiligheid op scholen’ zijn zij hierbij verplicht iemand aan te wijzen in de school die het pestbeleid regelt en om een aanspreekpunt te hebben waar leerlingen pesten kunnen melden. Op dit laatste vlak is nog winst te behalen; zo’n kwart van de leerlingen en personeel dat te maken krijgt met pesten, geeft aan dit aan niemand te vertellen (in 2018 was dit nog 13%) en bij meldingen wordt nog niet altijd (voldoende) actie ondernomen. 

Naast pesten en discriminatie krijgt een aantal leerlingen binnen de school ook te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals ongewenste berichten, aanrakingen of zelfs aanranding. Bij de Vertrouwensinpecteurs van de Inspectie zijn in 2020-2021 72 meldingen gedaan van seksuele intimidatie en 50 van seksueel misbruik. Hierbij is in toenemende mate een met taken belaste persoon betrokken.  

Momenteel is er veel maatschappelijke aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook binnen scholen groeit het bewustzijn hiervan en wordt hier meer beleid op gevoerd, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan over omgangsvormen en melding laagdrempeliger te maken. 

Digitale veiligheid en sexting

Een specifiek aandachtspunt is de toename van online incidenten waarbij leerlingen en/of leraren betrokken zijn. Leerlingen zijn in deze huidige tijd dag en nacht digitaal met elkaar in contact via met name sociale media en tijdens of na schooltijd kan er op deze sociale media grensoverschrijdend gedrag voorkomen. Voorbeelden zijn online pesten en het ongewenst delen van compromitterende beelden van leerlingen of docenten, zoals naaktfoto’s (sexting), slachtoffervideo’s en kwetsende memes. Het online pesten is sinds 2018 licht toegenomen, zo blijkt uit de Veiligheidsmonitor 2020-2021

Dit soort misbruik van internet en sociale media kan zorgen voor spanningen en onrust in de school, en vormt een bedreiging voor de sociale veiligheid van leerlingen en leraren. Het borgen van de digitale veiligheid is dus een belangrijk aspect van het sociale veiligheidsbeleid op scholen. Binnen het vo is hier ook in toenemende mate aandacht voor. 

Criminaliteit, geweld en ondermijning

De laatste jaren is sprake van een groeiend aantal geweldsincidenten waar jongeren bij betrokken zijn en de VO-raad signaleert dat ook binnen scholen vaker sprake is van agressie en geweld. De Veiligheidsmonitor 2020-2021 geeft een indicatie van hoe vaak scholen hiermee te maken krijgen. 4% van de leerlingen geeft dat schooljaar aan fysiek geweld te hebben ervaren en 20% kreeg te maken met verbaal geweld. Zo’n 20% van de leraren gaf daarnaast aan bedreigd te zijn door leerlingen of familieleden van een leerling en 7% kreeg te maken met licht lichamelijk geweld door leerlingen. Grof lichamelijk geweld komt zelden voor (1%).

We zien ook dat wapenbezit onder jongeren toeneemt. Binnen scholen speelt dit minder: wapenbezit en verkoop of gebruik van een wapen komt volgens de Veiligheidsmonitor op 1-2% van de scholen voor. Tegelijkertijd stelt 3% van de docenten weleens met een wapen te zijn bedreigd. Het thema vraagt dus zeker aandacht van de onderwijssector, die ook een belangrijke rol heeft als het gaat om signalering en preventie van wapenbezit- en geweld (zowel binnen als buiten de school).  Eind 2020 presenteerde het kabinet het ‘Actieplan Wapens en Jongeren’ , waarin ook de rol van scholen op dit vlak werd onderstreept.  

Tenslotte heeft zo'n 10% van de scholen te maken met drugshandel in en rond de school (Veiiligheidsmonitor) en met criminele beïnvloeding van jongeren - ondermijning -, bijvoorbeeld door loverboys of drugshandelaren. Op scholen en in de politiek groeit de aandacht voor deze problematiek. In de Kamer zijn moties aangenomen waarin de regering wordt verzocht tot heldere protocollen te komen met als doel het ronselen van jongeren op scholen door drugscriminelen aan te pakken, en om weerbaarheidslessen onderdeel te laten zijn van de strategie tegen ronselen. 

Polarisatie, radicalisering, en extremisme

Al de hierboven genoemde problematiek komt ook mede voort uit de verharding van de maatschappij en het groeiende wij/zij denken. Deze polarisatie vormt ook een voedingsbodem voor radicalisering en extremisme. Dit komt nog relatief weinig voor op scholen; 4% van de leerlingen heeft incidenten of geweld jegens hen meegemaakt door iemand met extreme ideeën of gedrag (religieus extremisme, wit extremisme of andere vormen van extremisme of radicalisering). Het aantal meldingen over radicalisering bij de Vertrouwensinspecteurs van de Inspectie neemt wel toe. Deze problematiek blijft dus een aandachtspunt en vraagt om (preventief en reactief) beleid. Het gaat hierbij om een complex, recent probleem waarbij de samenleving en onderwijssector nog zoekende zijn naar de juiste antwoorden.

Huiselijk geweld en kindermishandeling

Een ander thema om waakzaam op te blijven is huiselijk geweld en kindermishandeling. Het gaat hierbij om de meest voorkomende gevallen van geweld die in Nederland plaatsvinden. Eén op de twintig kinderen krijgt te maken met fysieke of emotionele mishandeling (vernedering, verwaarlozing etc.).  Scholen hebben een belangrijke rol in de signalering en zijn verplicht de stappen van de Meldcode 'Huiselijk geweld en kindermishandeling’ te hanteren bij vermoedens. In bepaalde situaties is het als laatste stap ook verplicht melding doen bij Veilig Thuis. Dit is minder vrijblijvend geworden, omdat nog niet altijd actie werd ondernomen bij vermoedens. Voor scholen is tegelijkertijd ook meer ondersteuning beschikbaar gekomen op het vlak van signalering en bij het gebruik van de meldcode. 

Monitoren sociale veiligheid

Met de wet ‘Sociale veiligheid op scholen’ zijn scholen verplicht de ervaren sociale veiligheid en het welbevinden van leerlingen te monitoren, zodanig dat het een actueel en representatief beeld geeft, via een ‘gestandaardiseerd instrument’. De Onderwijsinspectie ziet erop toe of scholen dit doen. Ook wordt gekeken naar de inspanning die scholen plegen om hun leerlingen een sociaal veilige leeromgeving te bieden, in relatie tot de (monitorings)resultaten. Scholen dienen er zorg voor te dragen dat de monitorgegevens toegankelijk zijn voor de Onderwijsinspectie en aan de inspectie beschikbaar worden gesteld (deadline jaarlijks 1 juli). Meer informatie is te vinden op de website van de Onderwijsinspectie.

Minister Wiersma heeft aangegeven de monitoring sociale veiligheid te willen versterken, door deze uit te breiden naar het personeel en te verdiepen en verbreden voor leerlingen.