Alle onderwerpen

Onderwerp

Kansengelijkheid

In Nederland is sprake van kansenongelijkheid in het onderwijs. Zowel de politiek als de onderwijssector heeft een belangrijke rol in het terugdringen hiervan. Voor scholen is ondersteuning beschikbaar op dit vlak.

Praktijk & ondersteuning

Ondersteuning algemeen

Alle leerlingen zouden dezelfde kansen moeten hebben om zich te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen, ongeacht hun achtergrond of thuissituatie. Op deze pagina vinden scholen een - niet uitputtend - overzicht van mogelijk te nemen acties om deze kansengelijkheid te bevorderen en daarbij beschikbare ondersteuning. 

Op de website van de Gelijke Kansen Alliantie vinden scholen bijvoorbeeld een index van interventies, goede voorbeelden en een overzicht van de regionale GKA-agenda's, waarbinnen scholen, gemeenten en maatschappelijke partners samenwerken aan het vergroten van de kansengelijkheid. Daarnaast is er de Klassen Kennisbank, die op diverse thema's een overzicht biedt van wetenschappelijke kennis over het tegengaan van kansenongelijkheid en wat het onderwijs hierbij kan doen. 

Ondersteuning op diverse subthema's

De VO-raad heeft verder op een aantal subthema's mogelijke acties en ondersteuning op een rij gezet. 

Aanvullend onderwijs

Scholen kunnen zelf binnen de eigen schoolmuren aanvullend ondersteunend onderwijs organiseren (buiten de reguliere onderwijstijd), zoals bijles, toetstraining en huiswerkbegeleiding. Worden hierbij externe partijen ingezet, dan dient de school dit weloverwogen te doen en ervoor te zorgen dat het aanbod kosteloos toegankelijk is voor alle leerlingen, zo adviseert de Onderwijsraad. Minister Wiersma wil richtlijnen ontwikkelen om scholen beter te ondersteunen in het maken van afwegingen op het gebied van privaat onderwijs.‚Äč

Begeleiding door vrijwilligers 
Om kansenongelijkheid tegen te gaan, heeft een aantal organisaties initiatieven opgezet, waarbij leerlingen extra begeleiding en aanbod door vrijwilligers krijgen aangeboden. Op de pagina 'Samen is sterker' staat een overzicht van deze initiatieven. 

Taalachterstand
Voor leerlingen die specifiek risico lopen op een taalachterstand, kunnen scholen bijvoorbeeld extra taalles organiseren. Daarnaast is het voor deze groep leerlingen extra belangrijk om op school een leescultuur te creëren, bijvoorbeeld door lezen echt onderdeel te maken van het curriculum en te investeren in een ruim leesaanbod op school en samenwerking met bibliotheken en leesspecialisten. 

Rijke schooldag

Coalities van scholen, gemeenten en lokale organisaties kunnen eind deze zomer subsidie aanvragen om een rijke schooldag te realiseren of uit te breiden. Hierbij kunnen ze op en rond school naast het reguliere curriculum een breed aanbod aan aanvullende activiteiten en ondersteuning bieden, waar alle leerlingen aan kunnen deelnemen. Het gaat dan om sport- en culturele activiteiten, maar ook om bijvoorbeeld coaching en gesprekken met rolmodellen in de eigen omgeving. Deze activiteiten helpen leerlingen hun talenten verder te ontdekken en ontwikkelen, maar niet alle kinderen kunnen hier nu buiten school in gelijke mate aan deelnemen. 

Kansrijkere overgang po-vo en flexibilisering onderbouw

Leerlingen met een lagere sociaal-economische status krijgen relatief vaker een niet passend schooladvies en hebben soms wat meer tijd nodig om tot bloei te komen. Vanuit huis krijgen zij soms ook een minder goede voorbereiding op het vo mee. Om deze groep leerlingen gelijke kansen te geven op een soepele overgang en een plek in een passende schoolrichting, kan het voor scholen onder meer lonen om: 
 

  • Te investeren in de warme overdracht, waarbij informatie wordt uitgewisseld met het po over een bepaalde leerling. Deze kennis kan worden meegenomen in de verdere begeleiding van een leerling in het vo.
  • (Bepaalde) leerlingen alvast te laten proefdraaien in het vo en/of hen extra te begeleiden rond de overstap. Ook kan een doorstroomprogramma po-vo worden ingevoerd. 
  • Met basisscholen te bespreken hoe ze het schooladvies bepalen en evalueren hoe dit uitpakt in het vo.
  • Dubbele adviezen gemeengoed te maken, indien nodig. Met po-scholen kan worden afgesproken om kinderen waarbij ook maar enigszins twijfel is over de meest passende onderwijssoort, altijd een gemengd advies te geven. 
  • De onderbouw te flexibiliseren, zodat leerlingen in deze leerjaren meer mogelijkheden hebben om nog – gedeeltelijk – naar een andere onderwijssoort over te stappen. Zo kan een brede brugklas worden ingericht of 10-14 onderwijs worden georganiseerd, en kunnen scholen (verder) investeren in maatwerkmogelijkheden, waarbij een leerling bijvoorbeeld de kans krijgt een aantal vakken op een hoger niveau af te ronden. Op de themapagina's 'Overgang po-vo' en Maatwerk vindt u meer informatie over beschikbare ondersteuning op dit vlak. 
  • Alle leerlingen aan het eind van de tweede klas van het vo een advies te geven over een passend vervolg in het vo. 
Kansrijkere overgangen naar het vervolgonderwijs

Ook later in hun schoolcarrière is het belangrijk alle leerlingen goede kansen te bieden om – gedeeltelijk – op te stromen of diploma’s te stapelen (binnen het vo) en/of om soepel naar een passende vervolgopleiding door te stromen. Ook in dit kader zijn goede maatwerkmogelijkheden van belang. Daarnaast is het belangrijk om op een goede manier uitvoering te geven aan het wetsvoorstel doorstroomrecht vmbo-havo en havo-vwo, en om in samenwerking met het mbo en ho tot een goede programmatorische aansluiting vo-mbo en vo-ho te komen. 

Een aantal leerlingen kan verder gebaat zijn bij extra stimulans en ondersteuning bij het maken van een overstap. Scholen kunnen bijvoorbeeld inzetten op extra begeleiding rond de overstap en een doorstroomprogramma vmbo-havo of vmbo-mbo organiseren. In dit kader zijn ook investeringen in een warme overdracht belangrijk. Tenslotte kan worden ingezet op LOB, waarbij leerlingen die vanuit huis niet altijd begeleiding krijgen op dit vlak, ook de kans krijgen te ontdekken welke vervolgroute het beste bij hun interesses en mogelijkheden past. Zie voor ondersteuning op dit vlak de themapagina LOB.

Investeren in leraren

Investeringen in leraren kunnen ook bijdragen aan de kansengelijkheid. Bijvoorbeeld door als school voldoende tijd vrij te maken voor leraren om leerlingen die dit nodig hebben, extra aandacht en begeleiding te bieden, en hen de kans te geven zich verder te professionaliseren op dit vlak. Voor kansarmere leerlingen kan het een groot verschil maken om een vaste mentor/coach te hebben, die hen begeleidt en ondersteunt, aanmoedigt, adviseert en hoge verwachtingen heeft. 

Ook kunnen leraren zich verder professionaliseren in het differentiëren en het ‘goed omgaan met leerlingen met verschillende achtergronden’, en het voorkomen van bias en vooringenomenheid op dit vlak. Zie in dit kader ook het traject 'Community Urban Education'

Tenslotte kunnen maatregelen rond het terugdringen van het lerarentekort – dat relatief vaker speelt op scholen met veel kansarmere leerlingen – bijdragen aan de kansengelijkheid. Zie voor ondersteuning op dit vlak de themapagina Lerarentekort

Armoede en onveiligheid

Sommige leerlingen hebben thuis geen goede leeromgeving, omdat hun ouders armoede kennen en daardoor bijvoorbeeld geen device, goede wifi en/of een rustige eigen kamer voor hun kind(eren) kunnen regelen. Ook is er relatief vaker sprake van spanningen in kansarmere gezinnen. Een aantal kinderen groeit zelfs op in een onveilige thuisomgeving. Scholen kunnen dit soort problemen niet oplossen, maar wel opmerken en er op de juiste manier mee omgaan. 

Voor onderwijsprofessionals is er ondersteuning op dit vlak: 

Als het gaat om huiselijk geweld en kindermishandeling hebben scholen vooral een rol in het signaleren en melden hiervan. Zie voor meer informatie en ondersteuning het thema 'Sociale veiligheid: Huiselijk geweld en kindermishandeling'.

Segregatie

Het ministerie van OCW heeft een beleidsagenda opgesteld om segregatie in het onderwijs tegen te gaan, zodat leerlingen met andere achtergronden bij elkaar op school zitten en elkaar hier ontmoeten en van elkaar kunnen leren. Dit draagt ook bij aan de kansengelijkheid. De agenda bevat praktische aanbevelingen en tips, die scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties kunnen helpen het onderwerp segregatie te verankeren in hun beleid. 

Zie voor meer informatie en inspiratie:

Ouderbetrokkenheid

Tenslotte kan ook het versterken van de ouderbetrokkenheid bijdragen aan kansengelijkheid. Intensiever contact met ouders zorgt bijvoorbeeld voor een beter beeld van de thuissituatie van een leerling, waar vervolgens op kan worden ingespeeld. Daarnaast kan thuis een betere leeromgeving ontstaan voor leerlingen, als ouders meer bij de school worden betrokken en bijvoorbeeld worden geholpen bij het bieden van (huiswerk)begeleiding, school- en studiekeuze en op het vlak van taalverwerving. Zie voor meer informatie en ondersteuning de themapagina Ouderbetrokkenheid

Meer inspiratie

Zie voor meer inspiratie over te nemen acties verder: 

Coronacrisis en Nationaal Programma Onderwijs

De coronacrisis heeft de kansenongelijkheid voor de groep leerlingen die al in een kwetsbare positie zitten, versterkt. Zij hebben in veel gevallen lastig(er) onderwijs op afstand kunnen volgen en hebben hierdoor meer kans op achterstanden. Het is belangrijk hier als school extra oog voor te hebben en in te zetten op het wegwerken van eventuele achterstanden en het bieden van kansen aan deze leerlingen. Het Nationaal Programma Onderwijs biedt scholen ondersteuning bij het tegengaan van door corona opgelopen leervertragingen en het bevorderen van het welbevinden van leerlingen.